Borstvoeding en Attachment

Lysa Parker en Barbara Nicholson

Voor degenen onder ons die borstvoeding hebben gegeven aan hun kinderen is de relatie tussen borstvoeding en de met het kind ontwikkelde hechte band overduidelijk. Terwijl we onze kleintjes voeden en in hun ogen kijken realiseren we ons dat de intense band die wij vormen bijzonder diep is. Waarom is er dan zo weinig onderzoek geweest op dit gebied?

John Bowlby, Mary Ainsworth en Mary Main zijn drie vooraanstaande onderzoekers en theoretici op het gebied van attachment parenting die niet het belang hebben onderkend van de relatie tussen borstvoeding en de ontwikkeling van een hechte band tussen de baby en de moeder. Eén ding dat deze mensen met elkaar gemeen hebben is dat ze nooit een kind hebben gebaard of zelf een kind hebben gevoed. Ook hadden zij geen ervaring met culturen waar borstvoeding als normaal wordt gezien, met uitzondering van Mary Ainsworth’s tijd in Uganda.

Voeten binden

Kathryn Dettwyler, Ph.D., een biocultureel antropologe die in juli 1996 een toespraak hield op de Internationale conferentie van La Leche League, kwam tot een aantal interessante inzichten. In haar toespraak “Schoonheid en de borst: de culturele context van borstvoeding een wereld overzicht” (Beauty and the Breast: Cultural Context of Breastfeeding A World View), bracht zij naar voren dat, terwijl mannen en vrouwen in het Westen hebben geleerd dat borsten in principe een erotische functie hebben er voldoende antropologische bewijzen zijn om dit idee tegen te spreken. Zij vergeleek de obsessie met borsten in onze westerse cultuur met de praktijk van voeten binden in het oude China. Daar werden vrouwen aangemoedigd de voeten van hun dochters in te binden met de bedoeling een voetmaat van 10 cm te krijgen. Hierdoor konden de volwassen vrouwen vaak de rest van hun leven met moeite lopen. Hun echtgenoten vonden deze kleine voeten juist erotisch stimulerend. Zo is nu ook algemeen bekend dat borstimplantaties een bedreiging kunnen vormen voor de gezondheid. Men was vergeten dat, net als voeten, borsten een functioneel onderdeel zijn van het lichaam.

Onderzoeken

Het effect van verschillende normen in verschillende culturen is naar voren gebracht door James McKenna, Ph.D., ook een culturele antropoloog. Hij wees er op dat samen slapen een andere praktijk is waar fronsend naar wordt gekeken in het Westen maar elders meestal heel normaal wordt bevonden.

Dit creëert een cultureel vooroordeel voor onderzoekers in het Westen die een studie maken van het slapen van babies en kinderen, omdat zij uitgaan van de foute veronderstelling dat het normaal is voor babies om alleen te slapen. Op dit soort onderzoek is de huidige informatie naar de ouders toe gebaseerd. De resultaten van deze onderzoeken zijn echter volkomen verschillend met de informatie over kleine kinderen die met hun ouders in één bed slapen. Naarmate attachment parenting als model voor ouderschap meer een geaccepteerde norm wordt, zullen onderzoekers moeten erkennen, zoals Dr. Mckenna en andere antropologen hebben gedaan, dat zij hun theorieën hebben gebaseerd op een fout model. Misschien zullen de onderzoekers dan ook meer oog hebben voor de relatie tussen borstvoeding en een goede wederzijdse hechting.

Dit is niet om te suggereren dat borstvoeding alléén een garantie geeft dat een baby een sterke band zal hebben met zijn of haar moeder. We weten wel dat borstvoeding fysiologische veranderingen teweeg brengt welke de neurologische ontwikkeling van het kind bevorderen en een extra dimensie geeft aan de wijze waarop de moeder aan de behoeften van haar baby beantwoord.

Positieve verbintenis

De fysieke daad van borstvoeding geven creëert veel meer gelegenheid voor de ontwikkeling en vasthouden van gerichte wederzijdse aandacht dan het voeden met de fles. Bij flesgevoede babies wordt het heel makkelijk om de fles alleen maar gereed te houden in plaats van de tijd te nemen om alle aandacht aan de baby te geven. Dr. Ken Magid noemt het fijngevoelige reageren van de moeder op de baby een positieve verbintenis. Bijvoorbeeld, intens in de ogen kijken of glimlachen hebben bij de baby eenzelfde reakties tot gevolg. Positieve verbintenissen produceren sterke bindingen en borstvoeding is een van de meest positief bindende dingen die je kan doen. Borstvoeding staat dan ook aan de basis voor het grootbrengen van de volgende generatie. Iedere moeder die met de borst voedt en iedere vader die haar daarin steunt, helpt de baby en henzelf een wederzijdse sterke band op te bouwen en verandert het voorbeeld voor toekomstige generaties.

Eerder gepubliceerd in de The Nurturing Parent Vol 4.2 Voorjaar 1996.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit het blad “The Nurturing Parent – an international journal supporting attachment parenting”. Dit blad is verkrijgbaar via AP-Europe.

Eén reactie aan “Borstvoeding en Attachment”

  1. Helemaal mee eens. Ik heb mijn zoontje 4 jaar gevoed en we zullen het beide nooit vergeten. Hij is inmiddels 7 en we hebben het her nog wel eens over. Dat hij het mist, dat hij nu groot is maar het altijd zal herinneren. Grappig en ook serieus natuurlijk. Die geborgenheid zou je toch je hele leven wel willen voelen. Dat is toch anders wanneer je opeens zelf je sla moet gaan eten. Al halen we het vaak in tijdens een uurtje een boek lezen of iets dergelijks.
    Ik raad het iedereen aan.

Reageer