Draagdoeken in de verloskundige praktijk?

Professionals over hun ervaringen
met het adviseren van dragen

Rachel Verweij

Het dragen van baby’s biedt veel voordelen. In het Tijdschrift voor Verloskundigen van november 2005 werden situaties beschreven waarin een verloskundige het dragen van baby’s kan adviseren. In dit nummer vertellen twee vroedvrouwen en een lactatiekundige over dragen in hun praktijk. “Ik geniet als ik zie hoe rustig zo’n baby in de draagdoek ligt.”

In Nederland is het niet zo gebruikelijk dat een verloskundige zich bezighoudt met dragen. Maar in België ligt dat anders. Daar is het heel gewoon dat verloskundigen dragen adviseren en vrouwen erbij helpen. Dus vertrek ik op een winderige namiddag naar vroedvrouwenpraktijk ‘Bolle Buik’ in Leuven.

Een lichte bovenverdieping midden in de oude stad, een rijtje vrolijk gekleurde kinderhandjes op de muur, acht moeders met baby’s en een verloskundige. We zijn bij de moedergroep van ‘Bolle Buik’. Bijna alle pas bevallen vrouwen uit de praktijk draaien een tijd mee in de moedergroep, die wekelijks bij elkaar komt. Ze helpen elkaar bij het wennen aan hun nieuwe rol. De meer ervaren moeders steunen de jongere. Om de beurt vertellen de moeders hoe het de afgelopen week is gegaan en stellen vragen aan de verloskundige.“In mijn omgeving ben ik een vreemde eend in de bijt,” vertelt één van hen. “Hier in de moedergroep vind ik de steun van andere moeders die ook thuis zijn bevallen, borstvoeding geven en hun kindje in een doek dragen.”

Vanzelfsprekend

Als de moeders weg zijn, vertelt Alexandra Denys, de verloskundige die de moedergroepen begeleidt, over haar ervaringen met het adviseren van dragen. “Wij zien het eigenlijk gewoon als een deel van ons pakket: de begeleiding bij geboorte en ouderschap. We merken dat dragen ouders helpt om te leren omgaan met hun baby. Vooral het huilen van baby’s is vaak heel moeilijk voor ouders en met dragen hebben ze iets in handen dat werkt. Ze kunnen hun baby helpen en dat geeft ze zelfvertrouwen.”

Bij ‘Bolle Buik’ hebben veel ouders interesse in het dragen van baby’s. Alexandra denkt dat dit ook komt door de situatie in België. “In heel België bevallen 750 vrouwen per jaar thuis. En dat is dan nog een record van dit jaar, we hebben jarenlang op 500 gezeten. Bij ons komen alleen ouders die hier heel bewust voor kiezen. Ze zijn vaak ook zelf al geïnteresseerd in dragen.”

Bij Bolle Buik werken 4 verloskundigen die samen plm. 150 gezinnen per jaar begeleiden, waarvan er 110 ook bij hen bevallen. Twee verloskundigen verdienen hun inkomen vooral met de cursussen en andere activiteiten. Ze zijn ook achterwacht en assisteren hun collega’s bij bevallingen (kraamhulpen doen dat namelijk niet in België). De andere twee verloskundigen doen de bevallingen; controles worden verdeeld. De tijd die ze aan een cliënt besteden is veel groter dan wij gewend zijn: prenatale controles duren drie kwartier, kraambezoeken zomaar een uur.

“In de prenatale cursus –waar ook de meeste ouders aan mee doen- komt dragen eigenlijk altijd aan bod,” vertelt Alexandra. “Bij het onderwerp ‘wenen, krampjes en troosten’, of als we het hebben over de eerste week en eenzaamheid.” Later, in de moedergroep, komt dragen weer terug. “We willen niemand overtuigen, maar een beetje prikkelen is wel goed, hè! Sinds we de moedergroepen in deze ruimte hebben, werkt dat ook heel goed. Ze kunnen de kinderwagen namelijk niet beneden parkeren. Daarom komen bijna alle moeders met een draagdoek naar boven en ontstaan er als vanzelf gesprekjes over. Ze helpen elkaar met praktische vragen en kijken de kunst af. Ik merk echt dat het stimuleert om de doek meer te gebruiken.”

Ook tijdens de nacontroles komt dragen soms aan bod. Alexandra: “Als ik denk dat een gezin er baat bij heeft, haal ik een doek uit de auto en doe hem om bij de papa. Die is immers op dat moment het meest fit.” Alexandra doet dat bijvoorbeeld als baby’s reflux hebben. Rechtop dragen helpt tegen de pijnklachten. Ook in de praktijk hebben we een paar doeken liggen.”

“Mijn mooiste ervaring met dragen?” lacht Alexandra. “Heel mooi vond ik het toen het een moeder lukte haar tweeling te dragen. Dat zag er zo leuk uit! En verder tijdens onze gezinswandelingen. Dat zullen Nederlandse verloskundigen misschien gek vinden, maar wij organiseren iedere maand een wandeling. En dan gaan we niet langs de grote wegen, hè. Het is zo mooi om dan al die mama’s en papa’s te zien en hoe handig ze zijn met hun baby in de draagdoek. De baby’s zijn heel rustig, zelden huilt er één. Ik geniet daar dan gewoon van!”

Nederland

De Belgische situatie blijkt dus wel heel anders dan de Nederlandse, met veel meer tijd per cliënt en een vrij selecte doelgroep. Past het adviseren van dragen dan wel in de Nederlandse praktijk? Elisabeth Polak, verloskundige in Amsterdam-Noord, reageert: “ik vind het juist wel inspirerend, wat besteden de Belgische vroedvrouwen veel zorg aan hun cliënten! Wij hebben inderdaad minder tijd, maar je kunt er tijd voor máken. Eigenlijk vind ik het wel een beetje te vergelijken met borstvoeding. We hebben jarenlang gewaakt om ons teveel te bemoeien met zo’n persoonlijke keuze, maar tegenwoordig durven we hardop te adviseren om 6 maanden borstvoeding te geven. Zo zou dragen ook een beetje uit de alternatieve hoek gehaald kunnen worden. We zouden gewoon moeten durven zeggen dat het het beste is als je je kind draagt. En trouwens ook voor de moeders; ze voelen zich vaak zo zwak de eerste tijd en van dragen worden ze juist sterk, de rug wordt rechter.

Aan de andere kant vind ik dat het ook een taak is voor de kraamzorg, die heeft er veel meer tijd voor. Maar als je er een vast onderwerp van maakt, bijvoorbeeld tijdens één van de laatste consulten, of tijdens een voorlichtingsavond, dan kan het best. Of zoals ze het bij een andere praktijk hier in Amsterdam doen: ouders kunnen kiezen om contact te houden met hun vroedvrouw. Iedere maand hebben ze een afspraak, tot de baby een jaar oud is. Daar betalen ze dan wel zelf voor.

Prolactine

Niet alleen vroedvrouwen, maar ook lactatiekundigen benutten in hun praktijk de voordelen van dragen. Bartina van Schie, die samen met een collega een praktijk runt in Leiden, raadt haar cliënten regelmatig aan hun baby in een draagdoek te dragen. “Door het dragen heeft de borstvoeding meer kans van slagen,” legt Bartina uit. “Tegenwoordig hebben veel vrouwen een carrière. Ze moeten vaak enorm omschakelen van job naar moederschap: na de geboorte vallen ze echt in een gat. Ik zeg wel eens: ‘ze zitten teveel in hun hoofd’. De draagdoek helpt ze om meer ‘zoogdier’, meer lijfelijk te durven zijn. Als de baby dicht bij de moeder is, wordt prolactine aangemaakt. Prolactine beïnvloedt de melkproductie positief, maar ook de moedergevoelens. Zelfs een haan gaat moederen van een spuitje prolactine! De moeder wordt alerter op hongersignalen van haar baby en legt vaker aan. Bovendien maakt het huidcontact en de geur van de moeder het ook voor de baby gemakkelijker om te drinken.” Daarnaast, benadrukt Bartina, heeft dragen nog veel andere voordelen. Het bevredigt de grote behoefte van baby’s aan beweging, lichaamscontact en geborgenheid en het stimuleert de ontwikkeling van het zenuwstelsel.

Het kind, niet de klok

“De draagdoek hoort in ons verhaal van ‘kijk naar je kind, niet naar de klok’. We krijgen hier moeders met baby’s van tien dagen oud die niet in gewicht zijn aangekomen. Ze zijn er trots op dat de baby om de vier uur voor een voeding komt. We proberen hen bewust te maken van de hongersignalen die hun baby uitzendt. We geven ze vertrouwen en stellen gerust. We vertellen dat veel baby’s wel om de anderhalf uur aan de borst willen. Dan noemen we vaak ook kort de draagdoek en kijken of dat een reactie oproept. Zo ja, dan gaan we erop in, maar anders niet. Soms vragen moeders er zelf naar, als hun baby bijvoorbeeld veel huilt. En verder maken veel moeders kennis met de draagdoek tijdens onze inloopochtenden. Ze leren dan nog het meeste van elkaar.”

“Als lactatiekundige ben je eigenlijk enorm veel aan het counselen. Je maakt vrouwen mee tijdens misschien wel het kwetsbaarste moment van hun leven. Dat vraagt heel veel tact en inlevingsvermogen. Ik heb bijvoorbeeld wel eens een cliënte gehad met een incestverleden. Zo iemand heeft zo’n nare associatie met haar borsten, daar moet je heel voorzichtig mee zijn. Zij heeft hier toen een draagdoek aangedaan en dat hielp haar, dat schattige gezicht van dat baby’tje bij de borst. Als dan eenmaal de prolactine zijn werk gaat doen, weet je dat de negatieve spiraal is doorbroken. Dat zijn ontroerende momenten.”

Zie ook de kader tekst De keuze van een drager

Kirkilionis 1989, Der menschliche Saugling als Tragling unter besonderer berucksichtigung der Prophylaxe gegen Huftdysplasie. Dissertation, Freiburg. Een samenvatting is te vinden op het internet: www.Didymos.de/english/html/kirk99.htm.

http://www.nursingbaby.com/catalog/sling_spinal_stress.php Artikel van Casses, R.L, chiropractor.

Rachel Verweij is draagconsulent te Boxtel (verweij apestaart overland punt nl)
Website: www.hechteband.nl

Aan dit artikel werkten mee Alexandra Denys, verloskundige (www.bollebuik.be), Elisabeth Polak (verloskundige) en Bartina van Schie, lactactiekundige IBCLC (www.lactactiekundigepraktijkleiden.com)

Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 16, 2006

Reageer