Peuters: temmen of vertrouwen? – Naomi Aldort

In mijn functie als ouderschapscounseler, wordt ik vaak gebeld door verwarde en verbijsterde ouders die zeggen: “ Mijn baby was een engeltje. En toen op een dag veranderde hij in een monster. Ik deed alles volgens het boekje: hij had een rustige geboorte, hij krijgt nog steeds borstvoeding op verzoek, hij slaapt nog steeds naast me, en ik heb hem altijd gedragen. Waarom wordt hij nu zo moeilijk (met twee, drie of vier jaar)?”

Wat er is gebeurd is eigenlijk een prachtig resultaat van een relatie van vertrouwen en een diepe verbondenheid bevorderd door een gezonde hechting. Het jonge kind vertrouwt haar ouders volledig, en in dat vertrouwen neemt ze terecht aan dat ze aan haar kant staan en dat het veilig is om haar vleugels uit te slaan. De manier waarop jonge mensen echter hun vleugels uitslaan, komt volwassenen niet altijd uit.

Het komt niet uit als de peuter met modder wil spelen, met water wil experimenteren, dingen uit elkaar wil halen, veel energie heeft, als hij in de gaten gehouden moet worden, vastgehouden en uren voorgelezen wil worden. De meeste ouders die attachment parenting toepassen accepteren met liefde het ongemak als het kind nog een zuigeling of baby is. Het is lastig als de baby op ons kwijlt, ons nat maakt, de vloer vies maakt met eten, of ons een paar keer per nacht wakker maakt – in ons vertrouwen zien we dat het zijn behoeften zijn, en in onze overtuiging bij het verzorgen van een hechte relatie, accepteren we die behoeften met liefde en zonder oordeel. We proberen onze baby niet te leren om op te houden met kwijlen of te stoppen met huilen om zijn onvervulde behoeften. De overgang van een hulpeloze baby naar een actieve peuter kan ertoe leiden dat ouders zich laten misleiden hun aanpak te veranderen van één van totaal vertrouwen en acceptatie naar één van aanleren en strijd.

Een vader gaf toe dat hij spijt had van de attachment parenting-benadering die hij en zijn vrouw hadden gepraktiseerd bij hun dochter. Op vierjarige leeftijd was ze “wild en veeleisend” terwijl het kind van hun vriend, die “op was gegroeid in een kinderbedje” en naar de crèche ging, zo meewerkend was.

Omdat ik dit verhaal vaak heb gehoord van verschillende ouders, kan ik niet zeggen dat het hier alleen maar gaat om een verschil in persoonlijkheid van de kinderen. De echte vraag is of dat andere kind echt zo meewerkend is, of dat ze eigenlijk inschikkelijk en gelaten is? Is het kind dat in vertrouwen en verbondenheid is opgegroeid wel echt “wild en veeleisend” of gewoon levendig, vertrouwend en assertief? Misschien zit de moeilijkheid niet in het kind maar in onze houding en benadering als ouders. Misschien is het nodig de attachment parenting-houding met al het vertrouwen, respect en erkenning die erbij hoort, te verlengen met nog veel meer jaren.

Ook al verdwijnen veel van de aspecten van de meer intensieve periode van hechting langzamerhand als het kind groter wordt, er zijn een paar eigenschappen die voor een ouder essentieel blijven: vertrouwen, leiderschap en compassie. Als we deze kwaliteiten in ons ouderschap behouden, zullen we het leven met peuters veel minder stressvol en hoogst fascinerend vinden.

We herinneren ons nog even dat we onze baby vertrouwden. We stonden er niet op dat hij een lepel moest vasthouden voor hij daar aan toe was, of dat hij kon lopen. Later stonden we er niet op dat hij praatte voordat hij dat kon. Attachment parenting is afstemmen en reageren op het kind bij elke fase, en we vertrouwen erop dat zijn intentie om te rijpen zelfs urgenter is dan die van ons. De peuter gaat al zo snel – haar aansporen nog sneller te gaan om aan onze verwachtingen te kunnen voldoen zal haar het gevoel geven dat ze faalt, resulterend in een laag zelfbeeld en moeilijk gedrag. Met een houding van vertrouwen kunnen we blijven aannemen dat een peuter doet, wat ze nodig heeft – net zoals we onze baby daarin vertrouwden. Natuurlijk zijn er momenten waarop het kind iets wil dat onveilig of anderszins ontoelaatbaar is. Op dat soort momenten kunnen we het kind erkenning geven voor haar gevoelens van teleurstelling, verdriet of woede, en haar indien relevant een vergelijkbare maar veilige activiteit aanbieden.

Om te weten wat de rol van leider inhoudt voor een ouder, kunnen we het best beginnen met te zeggen wat het níet inhoudt. Leiderschap betekent niet een kind veroordelen, controleren, onderwijzen of sturen. Leiderschap is geen poging het kind iemand te laten worden die ons gemak dient en onze goedkeuring kan wegdragen. In plaats daarvan is leiderschap gebaseerd op vertrouwen in en respect voor wie het kind is tijdens elke fase in zijn leven. We kunnen ons kind leiden door een creatieve en veilige omgeving te creëren in plaats van het zo veel mogelijk te limiteren. We zorgen voor leiderschap als we opmerken waar de behoeften liggen van het kind en als we de voorwaarden scheppen om op een veilige manier aan die behoeften tegemoet te komen. Ze heeft misschien een ruimte nodig om te rennen en schreeuwen; ze wil naar buiten om te klimmen en vies te worden, en stenen in het water te gooien; ze heeft het misschien nodig om zich onafhankelijk en autonoom te voelen door een rotzooi te maken van haar speelgoed en kleren. Ze heeft ons ook nodig om haar tegen te houden bij onveilige of ongepaste situaties. In haar vertrouwen leunt ze zwaar op deze manier van leiding geven, zonder dat zou ze haar vleugels niet steeds wijder durven uitslaan.

Als de manier van leidinggeven niet toereikend is, dan heeft het kind het gevoel dat hij niemand heeft waar het op kan bouwen en die het kan vertrouwen. Het resultaat van gebrek aan de juiste vorm van leiderschap en gebrek aan vertrouwen en respect stapelen zich in de loop der tijd op en monden uit in stress, gebrek aan zelfvertrouwen en een gevoel van onveiligheid. Het kind voelt zich verloren en is geneigd te dingen te doen waarvan het hoopt dat het zijn ouders zullen dwingen de leiderschapsrol op zich te nemen – dingen die ouders vaak zien als “ slecht gedrag” of als te veeleisend.

Bij dit type problemen kan het grootste gedeelte worden voorkomen met een houding van vertrouwen en met leiderschap dat geworteld is in invoelingsvermogen en respect. Er is niemand die ervan houdt als hem iets wordt opgedragen – en peuters nog het minst. Deze eigenschap van een kind respecteren en aan haar kant staan, betekent dat je de weg leidt door haar behoeften te volgen, op basis van wat ze aangeeft. In plaats van haar proberen te laten stoppen met het morsen van water op de vloer, kunnen we buiten een tuinslang regelen of wat tijd in de badkuip. In plaats van boos te worden als het kind haar pyjama niet aan wil doen, kunnen we reageren op haar behoefte door het spelen van het spelletje: “wegrennen van de pyjama”. Wat een ware leider het meest doet, is volgen. Als resultaat hiervan vertrouwt het kind de ouder, en als het nodig is om de leiding te nemen door het herroepen van een gemaakte keuze van het kind, zal het makkelijker volgen, omdat het weet: “mijn mama en papa staan aan mijn kant”.

De meeste ouders lijken leiders als hun kind een baby is. We vertrouwen en accepteren de baby zoals ze is tijdens elke fase, en tegelijkertijd zijn we ook de managers van het familieleven. Als we uit de winkel moeten, gaan we, als de baby huilt houden we hem vast, erkennen en vervullen de behoefte. Als een luier verschoond moet worden verschonen we, en als de baby verdrietig is als we dat doen, erkennen we weer haar gevoelens terwijl we verschonen. Als ze iets gevaarlijks in haar mond stopt, verwijderen we het en bieden een alternatief aan. De baby rekent erop dat we haar in de gaten houden en haar zullen tegenhouden als ze iets doet wat niet goed is voor haar of anderen. Ze zal alles proberen, en vertrouwt ons daarbij dat we over haar veiligheid zullen waken. Ze rekent sterk op haar ouders. Op diezelfde manier vertrouwt de peuter ons dat we over haar waken en dat we zullen voorkomen dat ze schade aanricht.

Grenzen

Ik gebruik bij mijn kinderen of de ouders die ik begeleid nooit de woorden “grenzen stellen” Soms is het nodig om onze kinderen te informeren over grenzen die niet vanzelfsprekend zijn, toch hoeven we niets toe te voegen aan de al bestaande grenzen in hun fysieke en sociale realiteit. De frustratie van het jonge kind is zo groot juist omdat ze steeds grenzen tegenkomt. Het moderne leven met alle technologie, reizen en constante stroom van stimuli kan te intens zijn voor kleintjes. Deze overdaad creëert niet alleen stress, maar we zijn ook gedwongen veel grenzen op te leggen die een kind niet begrijpt en die leiden tot stressgerelateerd gedrag – grenzen zoals veiligheidsgordels vastmaken, niet rennen op het parkeerterrein, niet mogen spelen met elektriciteit, enz.

Gelukkig wijzen de meeste grenzen vanzelf en kunnen we ons er buiten houden. In feite is een deel van onze taak het reduceren van de hoeveelheid hulpeloosheid in het leven van ons kind, door een paar grenzen uit onze omgeving te verwijderen. Ik vind dat het beperken van de hoeveelheid grenzen in het leven van een peuter hem helpt makkelijker om te gaan met die grenzen waarvan hij er aan toe is ze het hoofd te bieden. Tegelijkertijd hoeven we ook niet alle uitdaging en frustratie uit zijn leven te halen. We kunnen zijn keuzes en neigingen vertrouwen. Frustratie is een gezonde opstap naar groei zolang het niet georganiseerd is door iemand anders dan het kind zelf.

Mijn jongste zoon Oliver, drie jaar, klimt op de rotsen op het strand. Ik sta erbij, in de aanslag. Al gauw zegt hij: “het is eng”, en vraagt me om hulp om naar beneden te komen. Ik help hem bij het afdalen, ik til hem niet gewoon op en zet hem neer op de grond. Hoe komt het dat hij er bang voor is om in de hoogte te zijn? Hij leerde over de fysieke grens van de zwaartekracht door vallen, vallende blokkentorens en andere dagelijkse ervaringen en nu leerde hij een ander dimensie van zwaartekracht en hoogten kennen. Het leven is de leraar. Hij zorgde voor de uitdaging en de frustratie, en hij rekende op mij dat hij er veilig bij was. Als hij me niet zou vertrouwen, dan zou hij zichzelf niet durven uitdagen. Zelfvertrouwen is het resultaat van het vermogen van het kind om over zijn eigen grenzen te durven gaan.

Door te volharden in de houding van vertrouwen, kunnen we aannemen dat alles wat het kind doet datgene is waar ze de behoefte toe voelt, net zoals een baby. We leggen ons kind zo min mogelijk op en waken over haar veiligheid terwijl ze zich langs de eindeloos kronkelende lijn van grenzen en doorbraken begeeft. Als een activiteit onderbroken moet worden, helpt het vertrouwen van het kind in ons leiderschap haar bij het accepteren van de zelden opgelegde grens. Als we de speeltuin moeten verlaten, kunnen we ons kind zo vriendelijk mogelijk mee naar huis nemen en haar huilen erkennen met woorden, luisteren en knuffelen.

We kunnen ons kind niet beschermen tegen de pijn en frustraties die bij het leven horen. Het is ook niet wenselijk want het kan ze alleen maar zwakker maken. Wat we wel kunnen doen is meelevende metgezellen zijn tijdens deze unieke en persoonlijke ‘rit’. Ons kind zal dan leren de vele gezichten van het leven te leren kennen, en invoelingsvermogen en nabijheid leren waarderen. En bovenal zal hij emotionele veerkracht krijgen en vertrouwen in zijn vermogen om te gaan met tegenslag.

Naomi Aldort is ouderschapscounseler, schrijfster en spreekster. Ze geeft workshops voor ouders en geeft internationaal consulten per telefoon. Naomi’s artikelen kun je vinden in Mothering magazine, in het tekstboek van McGraw Hill University: “A Child’s World”; The Journal for Family Living, Taking Children Seriously, The Nurturing Parent magazine, Mother Tongue, Growning Without Schooling, Kangaroo Kids en meer. Je kunt haar artikelen ook online lezen op www.naturalchild.org en andere sites. Voor een consult, het bestellen van tapes, en voor het organiseren van workshops bel: +1-360-376-3777 (VS) of email: naomi@aldort.com.

Leestip:
‘Do not disturb’ – Deborah Jackson

Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 10, 2002

2 Reacties aan “Peuters: temmen of vertrouwen? – Naomi Aldort”

  1. […] wanneer gaat het om het kind en wanneer om de onbewuste belangen van de ouders?  Zie ook: Peuters, temmen of vertrouwen?    Nog een reden dat peuters sneller tekeer gaan dan oudere kinderen en met spullen […]

  2. […] temmen of vertrouwen: http://www.natuurlijkouderschap.org/peuters-temmen-of-vertrouwen-naomi-aldort/ This entry was posted in Uncategorized and tagged baby's, empathie, gevaar, kind, kinderen, […]

Reageer