Blog

  • Attachment Parenting in het kort

    Attachment Parenting (AP) of Natuurlijk Ouderschap is samen te vatten in de vraag:

    Wat kan ik doen om de vertrouwensband met mijn kind te behouden en sterker te maken?

    AP geeft een aantal uitgangspunten die je hierbij kunnen helpen:

    1. Voorbereiden op zwangerschap, bevalling en ouderschap
    2. Voeden met liefde en respect, het begin van het proces van hechting
    3. Invoelend reageren, de taal van liefde leren
    4. Koesterend aanraken, de helende kracht van lichamelijke nabijheid
    5. Veilig slapen, lichamelijk en emotioneel, het grote belang van tegemoet komen aan nachtelijke behoeften
    6. Consistent en liefdevol zorgen, hou de band met je baby in stand
    7. Positieve discipline toepassen, wees de verandering die je graag ziet
    8. Streven naar evenwicht in je persoonlijk en gezinsleven, vrede van binnen geeft vrede thuis

    Deze punten zijn ontleend aan het boek
    Attached at the Heart, 8 proven parenting principles for raising connected and compassionate children – Barbara Nicholson & Lysa Parker

    Op de website www.natuurlijkouderschap.org vind je een verzameling artikelen om je gedachten over te laten gaan en ideeën hoe AP in praktijk te brengen.

    Wil je met andere ouders ervaringen uitwisselen rond AP? Kom dan bij de Attachment Parenting NL (APEUNL) facebook groep.

  • Boek: Letting Go As Children Grow – Deborah Jackson

    Letting Go As Children Grow
    from early intimacy to full independence – a parent’s guide
    door Deborah Jackson

    De meeste opvoedingsboeken moedigen ons aan om meer betrokken te raken bij het leven van onze kinderen. Maar Deborah Jackson legt uit dat des te sneller ouders stadia en fases van hun kinderen begrijpen, des te gemakkelijker hun leven wordt. Alles wat kinderen willen is acceptatie door hun gewone imperfecte ouders.

    In 10 hoofdstukken bespreekt Deborah de verschillende stadia die kinderen doormaken. Hieronder volgt een vertaling van de samenvattingen die zij zelf per hoofdstuk heeft gemaakt. Hierdoor kun je lezen wat de essentie van het boek is. Deze samenvattingen geven goed de kern van waar het om gaat weer, maar zijn geen goede weerspiegeling van de schrijfstijl van Deborah Jackson. Zij schrijft heel levendig en met humor. Ze geeft tal van sprekende voorbeelden, waardoor haar relaas voor velen van ons heel herkenbaar wordt.

    “Ik ben persoonlijk begonnen met het lezen van The Continuum Concept. Maar het boek van Deborah Jackson heeft het voor mij concreet gemaakt. Dit boek is geschreven door een moeder, leest vlot en is heel praktisch en concreet.

    Het is een boek dat ik zo goed vind, dat ik het aan iedereen zou willen laten lezen, maar toch niet wil uitlenen.”

    – Vera Wagemans, moeder van Chiara

    1. Intimiteit – Baby’s zijn geen onbeschreven bladzijden

    Het begin van het leven vergt intimiteit. Om los te kunnen laten, hebben baby’s eerst een gezonde menselijke hechting nodig. Een pasgeborene is geen onbeschreven blad waar ouders op moeten schrijven. Hij is zich bewust van zijn eigen behoeften en zijn mogelijkheden om met zijn ouders te communiceren. Door de behoeften van baby’s op te merken en hierin tegemoet te komen, dragen we bij aan de ontwikkeling van de persoonlijkheid van de baby.

    De communicatie door de baby (door het lachen en huilen enz.) vormt de ouders. Zo ontstaat de subtiele conversatie, die voor de rest van hun leven doorgaat.
    Het gehuil van baby’s is geen kritiek. De baby wil ons niet wegjagen, of ons er te veel bij betrekken, hij wil een liefdevolle omhelzing.

    2. De nooduitgang – vertrouwen tonen in de lichamelijke vaardigheden van peuters

    Kleine kinderen zijn over het algemeen in staat om zichzelf te beschermen tegen zichtbare gevaren, zoals trappen, scherpe punten, meubels en scharen. Ze zijn niet in staat om zich tegen de onzichtbare gevaren, of moeilijk in te schatten gevaren te beschermen, zoals snelrijdend verkeer, medicijnen en schoonmaakmiddelen.
    De beste manier om het kind te leren op zijn eigen inschattingen te vertrouwen, is door te laten zien dat je hem zelf vertrouwd en door hem de kans te geven fysieke vaardigheden te oefenen.

    3. Een kind ontdekt zichzelf – manieren waarop kinderen hun wereld ontdekken

    Baby’s en kleine kinderen leren door aanraking, eerst door vastgehouden te worden en later door zelf vast te houden en te ontdekken met hun eigen handen. Hoe meer een kind bij een activiteit betrokken wordt, des te meer zal hij zijn leervaardigheid ontwikkelen.
    Wat in de ogen van de ouders lijkt op een puinhoop, is vaak een belangrijk bijproduct van het creatieve proces. Wij kunnen nooit zoveel van de innerlijke wereld van het kind weten als hijzelf. Respect voor zijn creativiteit voedt zijn ontdekkingsdrang.
    Het is moeilijk om de verbeelding van een kind te beschrijven, als we daar toch woorden voor gebruiken moeten we er voor oppassen hun ervaringen niet te veroordelen, voor te schrijven, te labelen of belachelijk te maken.

    “Snowmen, elephants and trees can be any colour, any colour at all”

    4. Balanceren – het dagelijkse spel is zijn werk

    Hoe onbeduidend, onsamenhangend of langzaam het voor ons is, het spel van het kind is waar hij voor geboren is. Kinderen die in hun eigen tempo, op hun eigen manier, hun eigen passies mogen volgen, ontwikkelen hierdoor zelfstandigheid. Het beste dat je een kind kunt geven is hem de tijd te geven spelenderwijs te leren, te socialiseren en te ontdekken wat zijn passies zijn.

    5. Hurry up Harry – ouderschap in een gehaaste wereld

    Kleine kinderen leven in een beschermde tijdloze bel, die ze beschermt tegen angst voor de toekomst en spijt van het verleden. Dit geeft ze de vrijheid om het ogenschijnlijke tijdloze heden te ontdekken. Ieder kind heeft de tijd nodig om even te dwalen, te stoppen en te staren. Een kind heeft de behoefte aan de mogelijkheid om in zijn eigen tempo te bewegen en te spelen. Dit betekent echter niet dat ouders hun gehele wereld om dat van het kind heen moeten organiseren. Kinderen zullen leren het onderscheid te maken tussen echte tijd en kindertijd en zich hieraan aan te passen.
    Quality-time laat zich niet zo makkelijk in een schema passen. De echt mooie momenten doen zich vaak voor wanneer je ze het minste verwacht.

    6. De training – kinderen leren om nuttig te zijn en er toe te doen

    Voor we onze kinderen beginnen op te voeden, moeten ze weten en voelen dat we onvoorwaardelijk van ze houden. Een jong kind kun je niet met liefde verwennen en het is ook niet toegeven als je tegemoet komt aan de behoeften van een kind.
    Beloningssystemen kunnen een afleiding vormen voor kinderen met zelfmotivatie. Deze gaan er van uit dat een kind niets voor zijn eigen bestwil zal willen doen.
    Kinderen hebben behoefte aan specifieke en oprechte lof die specifieke vaardigheden aanmoedigen.
    Overdreven complimenten zullen kinderen alleen maar een vertekend beeld van zichzelf en de wereld geven. Het is het beste er bij de opvoeding vanuit te gaan dat een kind zich goed wil gedragen en hem herhaaldelijk de kans te geven om dit te oefenen.

    7. Discipline – echte verantwoordelijkheid en de kracht van spijt

    Discipline komt voort uit een kinds besef er toe te doen en uit verantwoordelijkheidsgevoel. Hij zoekt hiervoor aanwijzingen in het gedrag van volwassenen en oudere kinderen om hem heen. Discipline moet niet verward worden met straf. Straf is een te veel gebruikt hulpmiddel.
    We zijn het aan onze kinderen verplicht ze de regels van onze cultuur over te brengen, maar ze kunnen deze als ze opgroeien wel ter discussie stellen.
    Zelfs kleine kinderen hebben een sterk moreel besef en zijn in staat om spijt en medeleven te betuigen. Ook kunnen ze aardige dingen doen waarvan je zou denken dat ze daar veel te jong voor zijn. Deze uitingen nemen toe als ze worden opgemerkt en aangemoedigd.

    8. Toon je emotie – is het veilig om te praten?

    De gevoelens van kinderen worden primair geuit door hun lichaam. Een kind vragen zijn emoties in woorden uit te drukken is misschien te veel gevraagd. Een manier om kinderen aan te moedigen om te praten is door jezelf beschikbaar te stellen, maar toch met iets anders bezig te zijn. Kinderen kunnen je er dan zelf bij betrekken.
    Kinderen hebben het niet nodig dat wij anticiperen, of hun emoties interpreteren of ontkennen.
    Kinderen zijn zich sterk bewust van hun lichaam en nemen angsten en emoties van anderen waar en hebben zelf een breed scala aan angsten.
    Een kind heeft ouders nodig die eerlijk zijn tegenover zichzelf en die hem de ruimte geven om te ontdekken wat hij echt voelt. Kinderen willen veel minder van hun ouders dan de meeste ouders bereid zijn te geven.

    9. Loslaten – waarom teenagers ons nog steeds nodig hebben

    Het loslaten van teenagers betekent niet dat je ze op moet geven, adolescenten ondervinden veel terugval op hun weg naar volwassenheid. Adolescenten zijn op hun best als ze zich sterk geworteld voelen in de familie en hun omgeving. Hoe eerder kinderen zich nuttig voelen tussen volwassenen, des te meer zullen ze zich op hun gemak voelen met de rechten en verantwoordelijkheden van de adolescentie.
    Als we er op staan om jong volwassenen te behandelen als grillige jonge kinderen, moeten we er niet raar van opkijken als ze zich ook daadwerkelijk als jonge grillige kinderen gaan gedragen.

    10. Tijd en een plaats voor ons – een handleiding voor verstandige ouders

    Ouder zijn vergt omgaan met veranderingen. Dit is heel erg moeilijk als we gestresst zijn en ons schuldig voelen. De stress en het schuldgevoel nemen toe wanner de omgeving uit elkaar valt. We hebben steun van onze omgeving nodig om onze taak zo goed mogelijk te kunnen volbrengen. Als onze eigen familie te ver weg woont of niet bereid is te helpen, dan moeten we zelf een netwerk creëren. Om hulp vragen is geen zwakte. Veel van ons hebben een leven dat uit verschillende hokjes bestaat. Hoe beter de hokjes op elkaar aansluiten, des te makkelijker zal het allemaal gaan. De enige perfecte ouders zijn de theoretici die zelf nog kinderen moeten gaan opvoeden.
    Geeft het op om te hard je best te doen, maar geef nooit op.

    “We pushen onze kinderen, we pushen onszelf. Dit is een pleidooi om te stoppen met pushen. En om zo aardig tegen onszelf te zijn als we zouden willen dat anderen dat waren. Om het diepgaande goede van het leven dat in ieder kind ontstaat, niet te verstoren en met de stroom mee te gaan”.

    Ik vind “Letting go as children grow” heel goed geschreven, het is leuk om te lezen. Het staat vol leuke anekdotes en citaten die een heel herkenbaar beeld schetsen.

    Ook de inhoud spreekt mij erg aan. Ik merk bij mezelf dat ik me af en toe toch ongewild laat meeslepen in het streven naar perfectie, zowel bij mezelf als ouder, als ook bij de “prestaties” van mijn kinderen. Door het (her)lezen van dit boek besef ik dat het allemaal veel makkelijker wordt als ik er met meer vertrouwen en meer ontspannen mee omga.

    Het is een boek dat ik in de toekomst regelmatig uit de kast zal halen om meer te lezen over de stadia waar mijn kinderen zich in bevinden en om me er aan te herinneren ze, vol vertrouwen, te laten gaan.

    Letting Go As Children Grow:
    from early intimacy to full independence – a parent’s guide
    A twenty-first century update of Do Not Disturb – Deborah Jackson
    Uitgeverij: Bloomsbury
    ISBN:0747565767

    Boekbespreking door Michelle

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 15, 2005

  • Waar is mijn centrum? Kind-gefocust ouderschap en het continuum concept van dichterbij bekeken

    door Scott Noelle

    vertaald door Diana Boskma

    We wisten van niets.

    Dat was, simpel gezegd, wat mijn vrouw en ik wisten over het opvoeden van kinderen toen we dit pad op gingen.

    Gelukkig wisten we genoeg om vraagtekens te zetten bij de gangbare manier van opvoeden en ons onderzoek leidde ons naar alternatieve keuzes als thuisbevalling, samen slapen en op verzoek voeden c.q. op een natuurlijke manier borstvoeding geven.

    We hadden ook het geluk om een niet-gangbare kinderarts te vinden die – toen we niet wisten waarom onze baby huilde als ze niet vastgehouden of gedragen werd – een recept uitschreef om Jean Liedloffs klassieker: Op zoek naar het verloren geluk: naar een natuurlijk manier van opvoeden (in het Engels The Continuum Concept, kortweg: TCC), te lezen. Om te zeggen dat TCC mijn leven veranderd heeft is een understatement. Ik zou dit artikel niet schrijven en niet als parenting coach werken als er niet de verandering in denken en de passie voor progressief, natuurlijk opvoeden, ingegeven door dit boek, was geweest.

    Als je het niet hebt gelezen of nooit van TCC hebt gehoord, kijk dan bij de links aan het eind van dit artikel. Voor nu is het genoeg te weten dat TCC gaat over de ervaringen van Liedloff tijdens het leven bij een stam Yequana indianen in het Amazone gebied en hoe radicaal dat haar kijk op de menselijke natuur en het opvoeden van kinderen veranderd heeft. Ze raadt natuurlijk opvoeden aan, wat meer in lijn is met de condities waaronder de mens zich heeft geevolueerd – praktijken die bij de Yequana normaal zijn en zo ook in de meeste andere “primitieve” culturen, zoals het continue dragen van baby’s.

    Wij voelden ons stukken wijzer na het lezen van TCC. Nu begrepen we meer over onze baby’s, hun manier van communiceren, het huilen en hoe tegemoet te komen aan wat zij van nature nodig hebben.

    Het was een “Aha” moment

    Vrij snel na het lezen van TCC, last ik een artikel wat eraan gerelateerd was. Dit artikel heeft mijn gedachten nog een stapje verder laten gaan. Het artikel heet: Who’s In Control? The Unhappy Consequences of Being Child-Centered. (Wie is de baas? De ongelukkige consequenties van child-centered, kind-gefocust zijn.) Liedloff had ontdekt dat Yequana ouders zelden direct hun aandacht geven aan hun kinderen en toch zijn het de kinderen die zich, naar wat zij ooit gezien had, zeer goed gedragen en gelukkig zijn. Contrasterend daarmee zag zij in de Westerse wereld kinderen met ouders die heel veel aandacht voor hun kinderen hadden en daarmee zeer op het kind gefocust zijn. Deze kinderen waren vaak het minst gelukkig en tegendraads. Hoe kon dit?

    Liedloff concludeerde dat het alle aandacht aan het kind geven (child-centeredness) het probleem was. Het artikel beschrijft hoe het child-centered opvoeden onze baby’s en kinderen het gevoel geeft dat we niet weten wat we doen – dat we letterlijk continue naar hen kijken om ons te vertellen wat we moeten doen. Ondanks al onze goede bedoelingen, child-centered zijn kan onze kinderen een gevoel geven van onrust en onzekerheid en dat kan onverklaarbaar moeilijk gedrag en recalcitrantie veroorzaken. Liedloff raadt ons aan child-centered opvoeden te vermijden en onze aandacht te geven aan normale volwassen activiteiten, terwijl we onze baby’s dragen en / of onze kinderen bij onze activiteiten betrekken, op zo’n wijze dat zij kunnen toekijken en eventueel meehelpen.

    Wij hebben de ideeën in het artikel toegepast en onze baby veranderde bijna direct van een moeilijk en geïrriteerd kind, naar een contente, ontspannen baby. We waren verkocht aan het concept en – typische voor alle nieuwe ouders – begonnen het idee aan iedereen die we kenden te vertellen! Maar het duurde niet lang voordat we tot de conclusie kwamen dat niet-child-centered opvoeden niet het wondermiddel was voor alle problemen. In feite, het had een aantal potentiele desatreuze valkuilen. Dit artikel is geschreven om Liedloff lezers te helpen om deze valkuilen heen te navigeren en daarmee beter de inzichten genoemd in haar artikel te kunnen gebruiken.

    Child-centered opvoeden wordt vaak op de internationale TCC e-mail lijst besproken, dit is een e-mail lijst om ondersteuning te bieden aan ouders die TCC hebben gelezen. Recentelijk kreeg ik een e-mail van een van mijn clienten, die lid is van de e-mail lijst. Ze schreef,

    Ik heb problemen met het idee van niet-child-centered zijn. Het voelt verkeerd om bewust moeite te doen om geen aandacht aan mijn kinderen te besteden. Het komt bijna op hetzelfde neer als het kind te laten huilen of zoiets dergelijks, net zo walgelijk te doen.

    Mijn antwoord aan haar was: Je hebt gelijk. Als het verkeerd voelt al je aandacht van je kinderen weg te houden, dan is dat omdat het natuurlijk is voor ouders (in het bijzonder moeders) continue op ze afgesteld te zijn, op subtiele en minder subtiele manieren.

    Laten we nu eens wat dieper op het onderwerp ingaan…

    Let op je taalgebruik

    Het belang van taalgebruik bij een concept als dit moet niet worden onderschat. Om een complex concept te kunnen begrijpen en op te roepen wanneer het nodig is, heb je een woord of een zin nodig waarin je het kunt samenvatten of verpakken. In het geval van het artikel van Liedloff hebben we een briljante beschrijving van de gezonde dynamiek, maar de enige terminologie die aangeboden wordt is er een van een ongezonde dynamiek: niet-child-centered. Deze manier van dubbel negatief taalgebruik moedigt het gewenste ouderlijke gedrag en de gewenste ouderlijke houding niet goed aan.

    De verwarring wordt verergerd door het feit dat voordat je het artikel ooit gezien hebt, je waarschijnlijk gedacht hebt dat het goed was om child-centered te zijn. De term (child-centered) wordt al tientallen jaren gebruikt in het onderwijs en geeft daarmee aan dat het gaat om het belang van het kind en zijn of haar individuele interessen en belangen. Dus de term “niet child-centered” te zijn kan een onderliggende boodschap met zich brengen: “Maak je niet druk om hun belangen.”

    Verder, de titel, “Who’s In Control?” (Wie is de baas?) is een zin die vaak wordt gebruikt om ouders door middel van een gevoel van schaamte ertoe te bewegen de controle over hun kinderen te krijgen “met alle noodzakelijke middelen”. We hebben allemaal te maken met de sociale druk om de wereld te laten zien “wie de baas is” in volwassenen-kindrelaties. We kennen allemaal de eindeloze sarcastische opmerkingen en kritieken:

    “Dat kind wikkelt je om zijn vinger!”

    “Ze mag dát van je?!”

    “Dat kind moet eens goed leren wie er de baas is!”

    Of de titel door Liedloff gekozen is of door de editors van het tijdschrift dat het publiceerde, het staat buiten kijf dat TCC tegen het gebruik van dwingende maatregelen is:

    Beslissen wat een andere persoon zou moeten doen, wat de leeftijd ook is, staat buiten het gedrag van de Yequana. Er is een grote interesse in was iedereen doet, maar geen impuls om dat te beinvloeden – en al helemaal niet dwingen – wie dan ook. … De Yequana hebben niet het gevoel dat omdat een kind minder fysieke kracht heeft en van hen afhankelijk is dat dat betekent dat ze hem of haar met minder respect zouden moeten behandelen dan een volwassene . [TCC, p. 90]

    Niettemin is het moeilijk voor ons “geciviliseerde” mensen om het artikel “Who’s In Control?” (Wie is de baas?) te internaliseren zonder de cultureel gewortelde betekenis van de zin onze gedachten te laten infiltreren. Zomaar spontaan – als je kind slaat, bijt of tegen je schreeuwt en je jezelf bijna niet kunt stoppen om terug te slaat, bijten of schreeuwen – zal de gedachte “Wie is de baas?” je waarschijnlijk niet helpen een keuze te maken van compassie, zonder dwingen! Zo zal ook de gedachte, “Ik moet niet child-centered zijn” je niet meer bewust laten worden van wat je kind nodig heeft en hoe je je kind het beste tegemoet kan treden.

    In de schaduw loerend

    Over de jaren is het me opgevallen dat vele goed bedoelende ouders het verlangen hebben zich los te koppelen van hun kinderen, ondanks het bewuste verlangen naar een gezonde natuurlijke band. Ik heb deze inpuls ook bij mezelf ervaren en ik ben ervan overtuigd dat dit geworteld is in de pijn van hetgeen wij als kind nodig hadden en niet gekregen hebben en ook de competitieve, zero-sum, winnen óf verliezen manier van denken waarvan onze cultuur doordrongen is.

    De verborgen, listige stem achter de impuls van verwaarlozing zegt: “Waarom zou ik geven wat ik nooit gehad heb? Als ik het niet verdiend had om de aandacht te krijgen die ik wilde, dan verdient mijn kind het ook niet”, en zo verder. Onder de invloed van deze sluimerende gedachten wordt de “wees niet child-centered” aanwijzing gemakkelijk verdraaid naar een subtiele verwaarlozing of loskoppeling die gerechtvaardigd wordt door het oppervlakkige “continuum correct zijn.”

    Je kan positieve aandacht geven aan deze impuls en het veranderen in een geschenk door de volgende vraag met echte nieuwsgierigheid te vragen: “Waarom zou ik hen meer aandacht geven dan ik als kind kreeg?” Mijn eigen antwoord hierop was tweeledig: (1) Omdat ze het nu nodig hebben, net als ik toen, en (2) omdat geven wat ik tekort kwam mij heelt.

    Ironisch genoeg leidt het laatste vaak tot een ongezonde child-centeredness, als we teveel indirect proberen onszelf te helen door onze kinderen. Liedloff gaat op deze val in in haar artikel als ze de angstgevoelens beschrijft die ouders voelen die hun kinderen niet willen blootstellen aan de vervreemding die zij als kind hebben gevoeld door de hand van goed bedoelende ouders.

    Het woord vervreemding is passend. Het probleem met child-centered zijn is niet dat het kind teveel aandacht krijgt, maar de verkeerde soort aandacht en niet genoeg van de juiste soort. Beide van deze onevenwichtigheden verzwakken de ouder-kind relatie en leiden tot gevoelens van vervreemding.

    Twee soorten aandacht

    Als we een kind het type aandacht geven waarbij we het kind constant vragen was ze willen of nodig hebben – als ze onze gevoelens van onzekerheid of angst om te falen in hen geven wat ze nodig hebben (onze eigen geprojecteerde gevoelens van niet krijgen wat we nodig hadden) – dan voelen ze zich van nature niet prettig of zelfs totaal in paniek!

    Dit is voor volwassenen niet anders. Bedenk maar eens hoe jij je zou voelen als je een hersenoperatie nodig hebt en de chirurg lijkt totaal geen vertrouwen te hebben in zijn of haar kundigheid. Natuurlijk zoek je dan een andere chirurg bij wie je je veilig voelt, maar het zelfvertrouwen van de chirurg alleen is ook niet genoeg. Je wilt ook iemand die uitgebreid aandacht geeft aan wat jij nodig hebt tijdens het gehele proces.

    Maar hoe kan het dan dat moeders in “continuum culturen” bijna nooit aandacht aan hun kinderen besteden? Waarom lijkt het dat zij zich alleen met hun volwassen bezigheden bezig houden? Wel, wij zien het waarschijnlijk niet, maar dat betekent niet dat het er niet is.

    Antropoloog Richard Sorenson is een pionier in visual anthropology, hij maakt gebruik van film en video om het gedrag en de omstandigheden van andere culturen te documenteren. Door beeld voor beeld te analyseren heeft Sorensen laten zien dat er vele subtiele signalen tussen de moeders en hun kinderen uitgewisseld worden – signalen die onzichtbaar zijn voor Westerse ogen. De mogelijkheid die signalen en andere subtiele signalen te begrijpen (inclusief de buitenzintuiglijke signalen die zelfs de camera zal missen) is een gegeven feit voor jager-verzamelaars. Zij vertrouwen erop voor hun overleven bij hun gevoel van welzijn. Sorenson (1996) noemt het liminal consciousness, een bewustzijn dat tussen het onbewuste (subliminal) en ons bekende Westerse/Cartesian, rationele wereldzicht (supraliminal).

    In Westerse culturen hebben we ons uitgebreide bewustzijn verloren, dit omdat we de problemen van een grote hoeveelheid mensen, dicht op elkaar, technologie, snelle veranderingen en andere moderne toestanden moeten doorstaan. Onze strategien om het te doorstaan hebben een niveau van intellectueel abstract denken en communicatie nodig, deze is niet beschikbaar voor baby’s en kleine kinderen, maar ongelukkigerwijze dwingen we onze kinderen vaak om deze abstracte manier van denken en communiceren te begrijpen, terwijl dat nog veel te vroeg is. Bij voorbeeld, het aan een baby vragen wat zij wil, wat hulpvaardig en genereus lijkt, oefent een druk uit op de baby om het concept van haar los van ons zijn en een individu zijn te begrijpen, voordat haar verstand/hersenen ervoor klaar zijn om die sprong te maken. Onze cultuur eist zo veel denk-abstractie dat we zelden het type liminal, intuitive verbinding ontwikkelen die onze “ongecivilizeerde” medemens informatie verstrekt.

    De Native American jagers hebben een manier van tracking die een goed voorbeeld is van het liminal bewustzijn dat zo vreemd lijkt voor het verstand van de westerse mens. Een handje vol westerse mensen hebben het bestudeerd en ondekt dat het om een totaal andere wereld van bewustzijn gaat. Maar het verstand van de Native doet dit bewustzijn niet in een doos met het label “Alleen voor de jacht.” Het verrijkt juist hun gevoelens van verbondenheid met alles, inclusief elkaar.

    De steeds populairder wordende praktijk van Elimination Communication (EC) is een ander voorbeeld. Na enige tijd EC gedaan te hebben weten moeders vaak dat hun baby’s moeten plassen, zelfs als ze niet op de conventionele manier aandacht aan hun baby hebben besteed. Maar hun constante harmonieuze samenzijn met hun baby’s is een vorm van aandacht en geeft vaak een gevoel van connectie die ver uitstijgt boven hetgeen mogelijk is door de conventionele manier van aandacht geven alleen. Het afwezig zijn van dit diepgaande gevoel van verbondenheid is de kern van onze culturele en wijdverbreide distantie van elkaar.

    Hoe dan ook, we hoeven onze rationaliteit niet af te zweren om onze liminale mogelijkheden weer te ontwikkelen. Om op de beste manier van deze veel te weinig gebruikte vaardigheden in een moderne context gebruik te maken, moeten we eerst weer een verbinding met deze vaardigheden opbouwen en daarna deze vaardigheden in onze rationele kijk op de wereld integreren.

    IK, IK, IK!

    Veel ouders hebben een diepe band met hun kinderen, maar toch vragen deze kinderen rechtstreekse aandacht en interactie. “Kijk naar me! Kijk, mamma, kijk!” Zijn er soms uitzonderingen op de regel?

    Ik denk dat onze kinderen meer direct aandacht zoeken (in vergelijking tot kinderen in continuum culturen) deels omdat ze de ervaring nodig hebben om in de cultuur die ze kennen te kunnen floreren: onze geciviliseerde, individualistische, Westerse cultuur. Ze moeten een sterk ego ontwikkelen, alleen maar om hier te kunnen bestaan. Het is geen bewust proces: kinderen en volwassenen beiden hebben een gevoel voor psychologische omgevingen en intuitief weten we wat we nodig hebben om succesvol te kunnen zijn in een gegeven omgeving.

    Degenen onder ons die zichzelf beschouwen als “culturele creatievelingen” zullen vragen hebben rond de overheersende standaarden van onze cultuur en zich afvragen of het wenselijk is dit door te geven aan hun kinderen. We zien de destructie van ons milieu en het menselijk lijden wat gebracht is door het institutionele narcissisme van onze cultuur en we wensen onze kinderen zo op te voeden dat ze een deel van de oplossing zullen zijn en niet van het probleem. Maar tenzij je het voor elkaar gekregen hebt een samenhangende, collectieve subcultuur om je heen en in je familie te creëeren en je hebt je “normale” gevoel van gescheiden zijn zo ver overstegen dat de woorden “mijn” en “de jouwe” nog maar zelden in je hoofd opkomen, dan heeft je kind echt geen keuze behalve dan zijn of haar ego nog krachtiger te ontwikkelen. En dat vereist meer rechtsreekse aandacht dan misschien natuurlijk zal lijken.

    Tragisch genoeg, veroorzaken onze wel-bedoelende pogingen om te voorkomen dat kinderen egoïstisch of narcistisch worden zowaar juist deze condities later in het leven. Als je echt wilt dat je kind mededogen, zorg en de wil om anderen te helpen ontwikkelt, dan is er geen andere mogelijkheid dan door te gaan. Daarmee wordt niet bedoeld te suggereren dat je terug moet gaan naar het ongezonde child-centered zijn, maar ook moeten we kinderen niet van directe aandacht beroven, juist omdat kinderen in meer collectieve culturen niet zoveel aandacht nodig hebben.

    Sorensen (1976, p. 177) merkt op dat bij het Fore volk in Nieuw Guinnea volwassenen zelden moeite doen om een peuter of ouder kind te “redden” als het huilt of overstuur is. Er wordt normaal gesproken van kinderen verwacht dat ze zelf de troost zoeken die ze nodig hebben. Maar wees voorzichtig, verwar deze tegenzin troost aan een kind op te dringen niet met totale tegenzin troost aan een kind te geven. Sorensen voegt toe dat “troost werd zelden geweigerd als het gezocht werd”. En ik wil er nog aan toevoegen dat we niet moeten aannemen dat “onze” kinderen altijd zullen weten wanneer en hoe ze de troost moeten krijgen die ze nodig hebben, in het bijzonder zij die opgegroeid zijn in de “verwachting” dat ze gered worden.

    Als je gevoel je zegt dat je kind directe aandacht nodig heeft, vertrouw daar dan op. Je kan je kind helpen een gezond zelfvertrouwen te ontwikkelen door simpelweg te weten wie jij bent – wat jij nodig hebt, je waarden, je grenzen, je gecentreerdheid, je verbondenheid met jezelf en je kind – terwijl je hem of haar je aandacht en aanwezigheid geeft.

    En hoe doe je dat dan in de praktijk

    Mijn eerste suggestie is om de positieve betekenis van child-centered te herwinnen en het label trots te accepteren: “Ik ben child-centered omdat ik ervoor zorg dat wat mijn kind nodig heeft, mijn kind ook krijgt.” Geef hem dan je directe aandacht als het voor jou goed voelt. (Als je goed op elkaar afgestemd bent voelt het niet goed voor jou als het niet goed voor hem is.) Als je het niet hoeft te geven, zoek dan naar creatieve manieren waarop hetgeen iedereen nodig heeft ook krijgt, en vraag ook om hulp van anderen als je dat nodig hebt.

    Verder, laten we het ongezonde child-centered zijn noemen wat het daadwerkelijk is: het uitdrukken van een slecht gevoel van eigenwaarde. Het is een gedrag dat resulteert uit het missen van het vertrouwen in onze capaciteiten als ouder – teveel vertrouwen op leiding van onze kinderen in plaats van vertrouwen op ons eigen kunnen of instinct. Waarschijnlijk is een betere term voor dit concept “rollenverwisseling”. Als je je realiseert dat je vervallen bent in rollenverwisseling dan kan je dingen rechtzetten door jezelf af te vragen, “Wat is mijn rol als ouder?” Het antwoord zal van ouder to ouder verschillen, maar meestal zijn bij die rol inbegrepen: bescherming, troost, voeden, informeren, faciliteren en vooral goed op elkaar afgestemd zijn.

    Vaak herinner ik mijn clienten eraan dat als we door de onbekende wateren van progressief ouderschap navigeren, we onzeker kunnen zijn en toch vol zelfvertrouwen. Je kan rechtop staan en zeggen, “Ik vertrouw op van mijn eigen kunnen, hoewel ik geen idee heb wat ik moet doen!” En geloof het of niet, deze houding geeft je kinderen zekerheid! Zo een zelfvertrouwen geeft een duidelijk signaal af dat je zowel in een onzekere als in een zekere situatie de boel aankan.

    Als je je realiseert dat je een compulsieve “redder” geweest bent – en daarmee ongewild de ontwikkeling van je kind om zelf troost te zoeken en te vinden in de weg gestaan hebt – dan stel ik voor dat je langzaam verschuift van reactie naar beschikbaar zijn. Als je kind overstuur is, focus dan direct op afstemmen op je kind en je hart openen voor je kind, maar wacht even voordat je ronduit hulp aanbiedt. Zie of ze zelf naar je toe komt. Geef haar de kans om haar comfort-zoekende mogelijkheden opnieuw te ontdekken en te verbeteren, maar wacht niet met troost direct aan te bieden als je intuitie zegt dat ze je nu nodig heeft. In het bijzonder baby’s hebben direct troost nodig, dat is een reden waarom baby’s instinctief de voorkeur eraan geven om in direct fysiek contact met een bekende ouder of verzorger te zijn, 24 uur per dag, 7 dagen per week.
    Als laatste, als je jezelf in rollenverwisseling ziet – te vaak vragen wat je moet doen of je kind smeken wat voor je te doen – probeer dan deze simpele tweestaps centreertechniek:

    1. Vraag jezelf, “Waar is mijn kern / centrum?” Adem diep en blijf nieuwsgierig totdat je voelt dat je weer in je eigen kern bent.

    2. Reageer op je kind met stille aanwezigheid. Met andere woorden, wees er gewoon voor een tijdje, en laat woorden niet tussen jou en je kind komen. Een paar woorden kunnen nodig zijn, maar wacht ermee en laat de magie van de eenvoudige aanwezigheid zijn werk doen.

    Wat onze kinderen het meeste nodig hebben – naast de basis van voeding, lucht, water, onderdak en zo – zijn ouders die aanwezig, gecentreerd en afgestemd zijn. Helaas, onze cultuur leert ons te geloven dat zo’n innerlijke vrede afhankelijk is van uiterlijk condities. Maar iedere dag zijn er mensen die leren dat zij vrede kunnen kiezen ook als het niet “gerechtvaardigd” is door de juiste condities.

    Met andere woorden, je kan duidelijk, kalm, creatief en vol vertrouwen zijn – zelfs als je overstuur “zou moeten zijn” — om geen enkele andere reden dan dat je innerlijke vrede wilt ervaren. Je kinderen maken misschien niet direct dezelfde keuze, maar terwijl jij je mogelijkheden om innerlijk vrede te creëeren verbetert, beginnen zij een gevoel van authentieke kracht te voelen en zullen jou van nature volgen.

    Uit uitgave nr. 2 van Transforming Parenthood

    Scott Noelle woont in de Verenigde Staten van Amerika, in de omgeving van Seattle, samen met zijn vrouw Beth en twee dochters. Hij is al lange tijd een voorstander van bewust, holistisch, instinctief, natuurlijk ouderschap. Scott biedt ondersteuning aan aan progressieve ouders, via telefonisch coachen. Zijn gratis E-zine, Transforming Parenthood, is online beschikbaar: www.scottnoelle.com

    _____________

    RESOURCES

    Liedloff, Jean (1975) The Continuum Concept: In Search of Happiness Lost.New York: Perseus. www.continuum-concept.org/reading.html

    Liedloff, Jean (1994) “Who’s In Control?” Mothering 73:33 (Winter, 1994). www.continuum-concept.org/reading/whosInControl.html

    Sorenson, E. Richard (1976) The Edge of the Forest: Land, Childhood and Change in a New Guinea Protoagricultural Society. Washington, DC: Smithsonian Institution Press

    Sorenson, E. Richard (1996) “Where Did The Liminal Flowers Go? : The Study of Child Behavior and Development in Cultural Isolates.” Anthropology of Consciousness 7(4). www.sacaaa.org/aocabs/74sor.htm (abstract)

    The Continuum List, email-based support group for parents and others who are applying Liedloff’s continuum principles: www.continuum-concept.org/forum/

    Web address of the original article:
    http://www.scottnoelle.com/parenting/child-centered.htm

    Nederlandstalige CC mailgroep:
    www.yahoogroups.com/groups/continuum-concept-nl

  • De bron van liefde en angst: Laat een baby nooit alleen huilen

    Een stukje uit de oude doos: The Sources of Love and Fear, 1950, door Maurice Bevan-Brown een psychiater uit Nieuw-Zeeland.

    Regel nummer 1:

    laat een baby nooit alleen huilen.

    Hij kan huilen omdat hij honger heeft, omdat hij te warm of te koud is, een natte luier heeft, etc. Dat zijn dingen die je kunt verzorgen. Het huilen zou echter ook veroorzaakt kunnen worden door iets heel anders: angst. Als dat niet vroeg onderkend en verholpen wordt, kan dat gevaarlijk zijn. De angst die een baby dan ervaart verwoest meer dan de angst die we als volwassene normaal ervaren; de baby voelt een alles overheersende paniek omdat hij de situatie niet begrijpt, er niet tegen kan vechten of ervoor kan vluchten. Hij kan slechts wachten tot iemand hem komt verlossen. Alle psychiaters kunnen gevallen laten zien waaruit blijkt dat dit de basis legt voor een permanente staat van angst op latere leeftijd. Iedereen die bekend is met de kenmerken van angst zal zich realiseren dat die overeenkomen met de kenmerken van paniek bij een zuigeling: het is irrationeel, het gaat overal en nergens over, er is niet tegen te vechten of voor weg te vluchten, het is alles overheersend.

    De baby mag niet alleen gelaten worden als hij huilt. Dit is de eerste regel in de kinderverzorging die we leren door te kijken naar personen die lijden aan emotionele stoornissen. Als een zuigeling in de eerste weken en maanden van zijn leven alleen wordt gelaten terwijl hij bang is, dan is zijn eerste indruk van de wereld dat het een ongastvrije, gevaarlijke en eenzame plek is, en dat het er geen zin heeft hulp te zoeken. Hij zal voor zichzelf moeten zorgen en geen hulp kunnen verwachten. Dat is alleen niet mogelijk, omdat hij nog hulpeloos is. Het zal niemand verbazen dat zulke indrukken zijn blik op de wereld en de mensen erin voor altijd mede zal bepalen. Veel van zijn later gedrag zal erop gericht zijn zich een veilige plek te verwerven in een onveilige wereld. En als er veel mensen binnen een volk zo rondlopen, zal daaruit volgen dat ze geneigd zijn aan te nemen dat andere volken hen vijandig gezind zijn, en zullen ze zich concentreren op nationale en persoonlijke veiligheid.

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 4, 2000.

  • Als we verbondenheid omarmen, veranderen we onze wereld

    Attachment Parenting en Geweldloze Communicatie

    – Inbal Kashtan

    Toen onze baby een week oud was, uitte zijn grootvader zijn bezorgdheid over het vele dragen van ons kind. Sindsdien is opa bezorgd geweest over samen slapen, lang borstvoeding geven, en we praten nog steeds samen over de verschillen in onze filosofieën met betrekking tot het ouderschap. Op een gegeven moment probeerde opa onze duidelijk verschillende benaderingen in harmonie te brengen: “We willen toch allemaal hetzelfde”, zei hij. “We willen dat onze kinderen opgroeien tot onafhankelijke mensen”.

    Wij willen óók dat onze zoon de middelen zal vinden om voor zichzelf te zorgen en die zijn behoeften zullen vervullen. We willen ook dat hij diep verbonden zal zijn met zichzelf en anderen, en dat hij zowel onderling afhankelijk als onafhankelijk zal worden. In het eerste jaar van het leven van mijn zoon, waren mijn partner en ik heilig overtuigd dat we door het praktiseren van Attachment Parenting (AP) een basis creëerden voor een levenslange verbondenheid en vertrouwensband.

    AP betekent het zorgen voor onafhankelijkheid en onderlinge afhankelijkheid door prioriteiten te geven aan de behoeften van de baby. We dragen ze, voeden ze, houden ze op ons lichaam, verwelkomen ze in ons bed. Maar voordat ze uit de luiers zijn worden onze relaties met hen oneindig veel gecompliceerder. Als ze groter worden, zien we steeds meer autonome mensen van wie de verlangens botsen met die van ons. Geconfronteerd met behoeften die veel ingewikkelder en omvangrijker zijn, zijn we vaak minder helder over onze opties bij het reageren op een manier die zorgt voor vertrouwen, respect en autonomie.

    Hoe ga je om met een tweejarige als hij elk stuk speelgoed van zijn vriendje afpakt? Wat zeg je tegen een kind van vier jaar dat schreeuwt van woede als haar babybroertje huilt? Hoe praten we met een tienjarige over de klussen die hij wéér niet heeft gedaan? Welke strategie zorgt ervoor dat onze tiener open blijft naar ons, en in veiligheid?

    Geweldloze Communicatie (GC), soms aangeduid als meedogende communicatie, biedt een krachtige aanpak waarmee de waarden van AP na de zuigelingenperiode voortgezet worden. Als een proces om ons diep te verbinden met onszelf en anderen, en voor het creëren van sociale veranderingen, wordt GC wereldwijd gebruikt in familieverband, organisaties, scholen, gevangenissen en in gebieden die door oorlog verscheurd zijn.

    GC deelt twee belangrijke uitgangspunten met AP: het motief voor menselijk handelen is het vervullen van behoeften, en veilig vertrouwde relaties worden opgebouwd door aandacht te hebben voor die behoeften. Beide uitgangspunten staan in contrast met gangbare opvoedpraktijken en veronderstellingen over de mens die daaraan ten grondslag liggen. In plaats van te focussen op autoriteit en discipline, geven AP en GC een theoretische en praktische basis bij het opgroeien van meedogende, krachtige en creatieve kinderen die de middelen zullen hebben om bij te dragen aan een vredelievende maatschappij.

    Menselijke behoeften en menselijk handelen

    In tegenstelling tot het conventionele idee dat baby’s manipulatief zijn en snel verwend, zegt AP dat het huilen van onze baby’s altijd pogingen zijn om aan hun behoeften te voldoen. GC gaat ook voorbij aan oordelen over ons en andermans handelen (als manipulatief, verkeerd, slecht, ongepast, of zelfs goed) maar focust op de gevoelens en behoeften van onszelf en anderen. (Zie: De stappen van GC.)

    Neem de volgende situatie. Een kind, Anna, laat haar kleren en speelgoed door het huis slingeren. Pa zal misschien berispen, waarschuwen, stimuleren of straffen. Deze tactieken zullen wel of niet leiden tot een direct door pa gewenst resultaat. Het is echter waarschijnlijk dat het ze ook zullen zorgen voor ongewenste lange-termijn effecten, zoals vermindering van Anna’s intrinsieke verlangen later haar huis ordelijke en netjes te houden, en ze zullen het gevoel van verbondenheid en vertrouwen in de familie aantasten.

    Anna’s moeder zal misschien niets zeggen omdat ze niet precies weet wat zou werken. Omdat er niet aan haar behoeften wordt voldaan, en omdat ze geen vertrouwen heeft dat haar behoeften er toe doen voor Anna, voelt mam zich gefrustreerd en boos. De relatie wordt wéér aangetast, en Anna krijgt geen gelegenheid om oplossingen te zoeken die werken voor iedereen – een krachtig middel om in harmonie met anderen te kunnen leven.

    GC biedt ouders twee sleutelbegrippen die verbondenheid bevorderen: het invoelen van de behoeften en gevoelens van anderen en het uitdrukken van die van onszelf. In de situatie van Anna, kan pa proberen de diepere gevoelens en behoeften van Anna te benoemen, ermee in verbinding komen. Hij zou kunnen vragen: “Ben je opgewonden omdat je wilt spelen?” Of :”Ben je geïrriteerd omdat je zelf wilt bepalen wat je met de ruimte doet?” Vaak zal de overgang naar invoelend proberen de gevoelens van het kind te benoemen de reactie van de ouder zachter maken. Vader ziet Anna niet meer als een obstakel bij het vervullen van zijn eigen behoeften; hij is bereid om zich te verbinden met een ander persoon. En Anna, die ervaart dat ze begrepen wordt, zal ervoor zorgen dat ze naar de gevoelens en behoeften van haar vader zal luisteren, en zal willen bijdragen aan de vervulling ervan.

    Mam zal ervoor kiezen haar eigen gevoelens uit te drukken. Ze zal beginnen met een observatie: “Ik zie kleren, boeken, pennen en speelgoed op de vloer in de woonkamer.” De observatie, in plaats van een interpretatie of oordeel (“Het is een rotzooi”) kan een groot verschil betekenen in Anna’s bereidheid om het vanuit het perspectief van haar moeder te zien. En dan, als mam dan volgt met het uitdrukken van haar gevoelens en behoeften in plaats van direct een oplossing te willen, maakt ze zich menselijk voor Anna:”Ik voel me gefrustreerd omdat ik houd van ordelijkheid in huis.” De moeder laat duidelijk merken dat haar gevoelens veroorzaakt worden door haar eigen onvervulde behoeften, niet door Anna’s handelen. Zo neemt ze de volledige verantwoordelijkheid voor haar gevoelens en behoeften en het vervullen ervan. Ze vervolgt met een bewust uitvoerbaar verzoek: “Zou jij je spullen willen oppakken en ze op hun plek willen neerleggen?” Of, als ze het hele patroon wil verkennen: “Zou je met me willen praten over hoe we aan jouw behoefte om te spelen en te kiezen, en mijn behoefte aan ordelijkheid tegemoet kunnen komen?” Zelfs als Anna dat niet wil op dat moment, kunnen haar ouders empathie en expressie blijven gebruiken totdat wederzijds bevredigende strategieën zijn gevonden – op dat moment of over een tijdje.

    Het is zelfs zo dat één van de meest verbindende momenten in relaties kan optreden als een persoon “Nee” zegt en de ander probeert in te voelen waar die persoon impliciet ”Ja” tegen zegt: “Als je zegt dat je niet hierover wilt praten, is dat dan omdat je meer vertrouwen nodig hebt in dat ik geef om jouw behoeften?” Elke interactie met onze kinderen bevat boodschappen over hoe ze zijn, hoe wij zijn en hoe het leven is. De ouder die een stuk speelgoed afpakt van een dreumes, die het net heeft afgepakt van een ander kind en zegt: “Niet afpakken”, leert haar kind dat afpakken oké is- voor degenen met meer macht. De ouder die eenzijdig de tijd om thuis te komen bepaalt impliceert dat hij zijn tiener niet kan vertrouwen in het nemen van beslissingen over zijn leven. In plaats daarvan, met woorden en daden, kan een ouder drie belangrijke dingen overdragen: ik wil de behoeften die leiden tot jouw handelen begrijpen, ik wil aan jou duidelijk maken welke behoeften en gevoelens aan mijn acties ten grondslag liggen, en ik wil strategieën vinden die aan de behoeften van beiden tegemoet kan komen.

    Door het horen van de gevoelens en behoeften àchter het gedrag en de woorden van onze kinderen, geven we hen iets waardevols. We helpen hen hun behoeften te begrijpen, uit te drukken en ze te vervullen; we laten hen de capaciteit zien om mee te leven met anderen; we helpen hen te zien dat veel behoeften waar mensen waarde aan hechten – de kamer schoon, en nu! Kijken naar tv, geld verdienen – eigenlijk strategieën zijn om diepere behoeften te vervullen.

    Als we onszelf toestaan beïnvloed te worden door de gevoelens en behoeften van onze kinderen, worden we gezegend door het vinden van strategieën om aan onze eigen behoeften tegemoet te komen, en die niet ten koste gaan van onze kinderen. Integendeel, door onze innerlijke wereld van gevoelens en behoeften met onze kinderen te delen, geven we hen een voor onze maatschappij zeldzame gelegenheid: hun ouders goed te kennen, de gevolgen van hun eigen acties te ontdekken zonder de schuld te krijgen, en de kracht te ervaren van het bijdragen aan de bevrediging van de behoeften van anderen.

    Macht delen versus macht over

    Als we onze kinderen iets willen laten doen wat ze niet willen, is het bijna onmogelijk het gebruik van het psychische en emotionele overwicht dat we over hen hebben te weerstaan. Toch werkt het dwingen van een kind om iets tegen z’n zin te doen niet effectief op de korte termijn, en ook worden onze lange-termijn behoeften er niet door ondersteund. (De enige uitzondering hierop is als het gaat om een bedreiging van gezondheid of veiligheid. In dat geval adviseert GC het gebruik van niet-bestraffende, beschermende macht.)

    Marshall Rosenberg, de oprichter en Directeur Educatie van het Centrum voor Geweldloze Communicatie, stelt ouders twee vragen om de grote beperkingen van macht-over tactieken zoals straf en beloning te laten zien: “Wat wil je dat je kind doet?” en: “Wat wil je dat zijn redenen zijn om het te doen?” Willen we echt dat ons kind iets doet uit angst? Schuld? Schaamte? Verplichting? Verlangen naar beloning? De meesten van ons hebben het afstompende effect – en de daaruit voortvloeiende boosheid en wrokgevoelens – ervaren van het doen van dingen om die redenen. Mensen reageren niet met plezier op macht of eisen. Het is duidelijk dat als mensen hun behoeften vervullen ten koste van anderen, er een bijbehorende rekening is voor henzelf. Onze behoeften worden het meest volledig en consequent vervuld als we strategieën vinden die ook de behoeften van anderen vervullen.

    Naast het helpen onze behoeften zonder dwang te vervullen, helpt GC ons ook bij het weerstaan van toegeven aan àlle wensen van onze kinderen, door ons te leren onze gevoelens te uiten, onze behoeften, heldere verzoeken te uiten, en te verwachten dat er rekening wordt gehouden met onze behoeften. Als we consequent laten zien dat we overtuigd zijn van het belang te zorgen voor ieders behoeften – niet alleen die van hen, niet alleen die van ons – dan laten we een manier van leven zien aan onze kinderen en creëren de situatie dat we de macht met hen delen: de macht te kiezen om bij te dragen het leven mooier te maken voor iedereen.

    Zonder dwang of toegeeflijkheid, focust het NVC op menselijke behoeften en helpt ons te realiseren dat wij, onze kinderen en alle mensen deze behoeften hebben. Ik heb grote hoop dat door op deze manier te leven, ik de harmonie in onze familie kan bevorderen, en kan bijdragen aan vrede in onze gekwelde wereld.

    Opgroeien met Geweldloze Communicatie

    Mensen vragen me vaak hoe oud kinderen moeten zijn voordat ouders kunnen beginnen met GC of wanneer het daarvoor te laat is. Ik antwoord dan dat we GC altijd kunnen gebruiken. Bij baby’s zal GC veel lijken op AP, met verbale expressie van onze behoeften en gevoelens en die van onze baby. Hoe jonger de baby, hoe meer primair haar behoeften zijn: als ze groeit, groeit ook de mogelijkheid de behoeften van iederéén erbij te betrekken.

    Beginnen met GC bij oudere kinderen brengt de uitdaging om oude patronen te doorbreken, maar de eenvoud en transformerende kracht van GC maakt het proces meer toegankelijk. Terwijl ieders vaardigheid met GC groeit, groeit ook het plezier door een diepere verbintenis en de opluchting een vorm van ouderschap te vervullen die meer in lijn ligt met onze eigen waarden en onze hoop voor de wereld.

    GC verjaagt niet alle uitdagingen van het ouderschap. Ons kind, zoals de meeste driejarigen, eist, weigert, slaat en negeert. En zoals de meeste ouders, verheffen we soms onze stem, raken gefrustreerd, voelen ons hulpeloos, en vergeten hoe we het ook al weer willen doen als ouders. Tijdens deze uitdagingen echter geeft GC iedereen in onze familie de vaardigheden die de communicatie en connectie weer herstellen. Tijdens de dagelijkse worsteling in het tegemoet komen aan ieders behoeften en het delen van de macht, uit onze zoon vaak zijn gevoelens, doet verzoeken, en verzint strategieën die aan ieders behoeften tegemoet komen. Opgegroeid met GC, lijkt het erop dat hij zich een nieuw voorbeeld voor relaties heeft eigen gemaakt.

    Op een avond, een aantal maanden geleden, was ik erg gefrustreerd en liet dat duidelijk merken. Mijn zoon reageerde: ”Ik vind de manier waarop je jouw gevoelens over wat er gebeurd is vertelt niet prettig”, en demonstreerde de toon van mijn stem van zonet. Hij vervolgde: ”Ik zou willen dat je het zo zegt”, en demonstreerde de manier die hij wel prettig zou vinden. Zonder oordeel vertelde hij zijn waarnemingen, gevoelens en verzoek, met de impliciete behoefte aan respect. Ik veranderde direct en blij mijn toon, en na twee zinnen knuffelden we, diep verbonden.

    Mijn zoon gaat er ook vanuit dat ouders en kinderen samen de macht hebben. Laatst speelden we dat ik een kind was dat bang was om naar de dokter te gaan. In plaats van zeggen: ”Je moet gaan” vroeg hij: ”Wil je gaan?” “Nee, ik ben bang dat het pijn gaat doen”, antwoordde ik. Toen zei hij, ”De dokter zal je geen pijn doen. Wil je nu wel gaan?” Door het spelen van de ouder, begreep hij dat we twee autonome mensen waren, die onze eigen beslissingen namen, met gebruik van de kracht van woorden om tot een wederzijds bevredigende uitkomst te komen.

    Als toevoeging, mijn zoon begint nu ook het verschil te zien tussen behoeften en de strategieën die we gebruiken om ze te vervullen. Op mijn: ”Ik wil even met je praten, wil je je boek even neerleggen als ik tegen je praat?”, antwoordde hij: ”Dat wil ik niet”. Ik had kunnen meevoelen met die “Nee”, proberen te begrijpen welke behoefte hij probeerde te vervullen, maar ik koos ervoor om mezelf wat duidelijker uit te drukken: ”Ik voel me ongemakkelijk bij je als je in het boek zit te kijken, dus zou je het willen neerleggen?” Hij antwoordde: “Oké, ik leg ‘m zo neer, maar eerst wil ik begrijpen waarom je je niet gemakkelijk voelt om te praten terwijl ik in het boek lees.” Ik realiseerde me dat ik mijn behoefte niet duidelijk had uitgelegd, en zei: “Omdat als ik praat ik het prettig vind te weten dat er naar me wordt geluisterd.” Mijn zoon begreep toen mijn behoefte en zag dat we geen conflict hadden. Hij zei: ”Ik luister naar je, dus begin maar met praten.” Toen mijn behoefte bevredigd was, konden we beiden zien dat mijn strategie niet de enige was om aan die behoefte tegemoet te komen.

    GC leert dat alle geweld een tragische uiting is van onvervulde behoeften. Met de voortdurende cyclus van geweld die onze wereld vernietigt, is er grote visie en groot geloof voor nodig om te weten dat we manieren kunnen vinden om elkaar als volledige mensen te zien en om een wereld te maken die aan al onze behoeften tegemoet komt. Als we onze kinderen grootbrengen met het spreken en naleven van de taal van compassie, dan omarmen we die visie en doen mee aan het maken van die wereld.

    Verder lezen: De stappen van geweldloze communicatie

    Meer informatie

    The Center for Nonviolent Communication (www.cncv.org) geeft wereldwijd trainingen, educatief materiaal en meditaties. Er zijn meer dan 100 trainers die geweldloze communicatie geven in 35 landen.

    In Nederland: Centrum Geweldloze Communicatie
    www.geweldlozecommunicatie.nl

    Andere publicaties:
    Leu, Lucy. Nonviolent Communication Workbook for Individual And Group Practice. CNVC, 2001
    Rosenberg, Marshall B. Nonviolent Communication: A language of Compassion, PuddleDancer Press, 1999.

    Dit is vertaald in het Nederlands met als titel: Geweldloze Communicatie, ontwapenend en doeltreffend, Lemniscaat Rotterdam.

    Inbal Kashtan, MA, is trainer bij het Centrum voor Geweldloze Communicatie en de coördinator van het ouderproject van het centrum. Ze geeft workshops en retraites, en trainingen in scholen en organisaties. Ze woont samen met haar partner en zoon in Oakland, California, en ze kan worden bereikt via inbal@cnvc.org.

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 8, 2001

  • Wat werkende ouders kunnen doen

    Door Dr. Isabelle Fox

    Dit is het vervolg op het artikel: De lange termijn-voordelen van het bij je kind zijn.

    In sommige situaties is er voor ouders geen andere mogelijkheid dan een deel van de verzorging van hun jonge kinderen uit handen te geven. Wanneer het in de praktijk onmogelijk is dat moeders of vaders continu beschikbaar zijn, kan het frustrerend zijn een artikel te lezen dat uitlegt waarom dat wel het beste zou zijn.

    Hieronder volgen een paar creatieve oplossingen die de nadelen van het uitbesteden van de verzorging aan een ander kunnen beperken.

    1. Zoek een warme en lieve oppas die respectvol op de signalen ingaat van het kind en voor continuïteit en stabiliteit zal zorgen door twee of drie jaar te blijven. Dit zijn de jaren dat het kind nog niet goed kan praten.

    2. Betaal de oppas meer dan het gangbare tarief. Hierdoor kan voorkomen worden dat zij al te snel weer een andere baan zoekt. Stel een bonus in het vooruitzicht die je na twee jaar uitbetaalt. Dit kan een stimulans zijn om bij jou te blijven werken totdat je kind taalvaardig genoeg is om te kunnen worden voorbereid op een nieuwe oppas.

    3. Probeer minder uren per dag te werken. Dit vermindert de tijd dat een oppas nodig is. Werkdagen van 8 à 12 uur (reistijd en lunchpauze!) zijn stressvol, niet alleen voor ouder en kind maar ook voor de oppas. Het is zelfs zo dat de meeste oppassen als ze minder uren hoeven werken en de werklast niet zo zwaar is het werk prettiger vinden en meer aandacht kunnen geven.

    4. Probeer, indien mogelijk, ‘duo ouderschap’ te regelen, waarbij de ouders op verschillende uren werken of verschillende diensten draaien. Zo kan de noodzaak voor een oppas worden beperkt tot de paar uren overlap in de werktijden van de ouders.

    5. Vraag familieleden (grootouders, tantes, nichten, enzovoort) en vrienden langs te gaan bij je kind en de oppas en een tijdje bij ze te blijven. Zo krijg je inzicht in wat je kind ervaart. Dit soort (on)verwachte bezoekjes kunnen ook een extra stimulans en steun betekenen voor de oppas.

    6. Probeer werk te vinden dat in deeltijd kan worden gedaan of een baan met flexibele werktijden.

    7. Probeer thuis te werken (een volledige of deeltijdbaan). Dit maakt het gemakkelijker om de kwaliteit van de zorg die je kind van de oppas krijgt te observeren.

    8. Werk in deeltijd buitenshuis. Hierdoor kan de ouder-kind relatie veel sterker blijven dan wanneer je een volledige baan buitenshuis hebt. Zo zullen de problemen die ontstaan door (de zogenaamde) oppas-roulette (beschreven in Hoofdstuk 4 van het boek Being There) emotioneel minder belastend zijn.

    9. Probeer dichtbij huis te werken, zodat je tussendoor naar huis kan gaan en je (lunch)pauze met je kind kan doorbrengen. Een baan dichtbij huis beperkt je reistijd tot een minimum, wat op zijn beurt weer helpt om stress, vermoeidheid en kosten te verminderen.

    10. Overweeg je kind als het twee en een half of drie is, een halve dag naar de peuterspeelzaal te laten gaan en laat de oppas ‘s middags in je eigen huis op je kind passen. Op deze manier krijgt je kind een deel van de dag de sociale en educatieve ervaringen die voor zijn leeftijd geschikt zijn en kan het ’s middags lekker ontspannen bijkomen in zijn eigen huiselijke omgeving.

    11. Neem je prioriteiten onder de loep, zodat je je het kunt permitteren minder uren te werken en meer thuis te zijn, vooral wanneer je kind nog jong is. Stel het kopen van een huis of een nieuwe auto uit tot je kind ouder is. Overweeg geld te lenen om tijdens de jaren dat je kind het meest kwetsbaar is thuis te kunnen blijven. Dit is een belangrijke investering die zich in de toekomst royaal zal terugbetalen.

    Als we een warme en liefdevolle omgeving willen creëren voor onze jonge kinderen, hebben ouders hun eigen sociale vangnet nodig, vooral wanneer ze werkzaamheden buitenshuis verrichten. Het is essentieel een stevig netwerk op te zetten van vrienden, familieleden en/of ingehuurde krachten. Niemand kan het helemaal alleen doen, in elk geval niet de hele tijd.

    Dr. Isabelle Fox is de schrijfster van “Being there. The Benefits of a Stay-At-Home-Parent”.

    Vertaald uit “The Nurturing Parent” ©

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 3, 2000

  • Boek: How2Talk2Kids: Effectief Communiceren met Kinderen

    door Adele Faber & Elaine Mazlish, bewerkt naar het Nederlands door Heleen de Hartog.

    Positieve en zachte discipline is een belangrijke pijler van Attachment Parenting. Het besluit om niet te straffen is ook snel genomen, al was het maar omdat het niet echt werkt, maar wat dan? Het boek How2talk2kids geeft praktische aanwijzingen en voorbeelden om effectief en respectvol te communiceren met je kinderen.

    Hoe luisteren kinderen eigenlijk? Door dat wij als ouders luisteren naar onze kinderen. We denken vaak wel dat ze luisteren, maar communiceren zelf ongemerkt vaak op zo’n manier dat kinderen zich niet gehoord voelen, bijv. door te commanderen, dreigen, allerlei voorwaarden stellen ed.

    Dit boek gaat over het echt luisteren naar kinderen en geeft alternatieven in communicatie die respectvol zijn voor zowel de gevoelens van ouders als kinderen.

    Als doelen van deze vorm van communiceren worden zelfredzaamheid en zelfvertrouwen genoemd. Een belangrijker effect lijkt mij dat de relatie tussen ouders en kinderen (nog) beter wordt.
    Het boek geeft een praktische handleiding met eenvoudige stappenplannen en veel herkenbare voorbeelden, waarvan een aantal aansprekend uitgebeeld met tekeningen.

    Een aantal hoofdpunten van How2talk2kids zijn:
    – het erkennen (en accepteren) van gevoelens
    – samenwerken met je kind
    – alternatieven voor straf. Een voorbeeld is het inzetten van “time-with”, tijd met de ouder samen, in plaats van “time-out”
    – zelfredzaamheid (autonomie) bevorderen
    – behulpzaamheid waarderen, d.w.z. neutraal beschrijven in plaats van beoordelen of evalueren
    – “un-labelen”; bevrijden van rollen, vastgeroeste beelden en beeldspraak veranderen

    Net zoals met het leren van bijv. Geweldloze Communicatie en andere nieuwe talen geldt dat we ook met oefenen waarschijnlijk met een “accent” blijven spreken. De schrijvers benadrukken dan ook om geduld met onszelf als ouders houden.

    How2Talk2Kids is onder de oorspronkelijke titel “How to talk so kids will listen &listen so kids will talk” door de jaren heen terecht een klassieker geworden. Ik ben dan ook blij dat niet alleen dit boek vertaald is, maar dat Heleen de Hartog plannen heeft om nog meer titels van Elaine Mazlish en Adele Faber uit te geven in het Nederlands.

    Boekbespreking door Bernadette van Zuidam

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 17, 2010

    Update: in januari 2011 verscheen een tweede boekbewerking, How2Talk2Kids, Broers en zussen zonder rivaliteit

  • Boek: Stop met aardig zijn – Thomas d’Ansembourg

    Het boek “Stop met aardig zijn” gaat over geweldloze, verbindende communicatie, geïnspireerd door het werk van Marshall Rosenberg. Thomas d’ Ansembourg beschrijft een model van geweldloze communicatie als een methode om wezenlijk te communiceren en elkaar te ontmoeten.

    Ik vond het een verhelderend boek, als verdieping en aanvulling op het boek Geweldloze Communicatie (GC) van Marshall Rosenberg. Het is voor een deel geschreven vanuit de persoonlijk ervaringen van de schrijver, die het belang en de mogelijkheden van GC illustreren. Het bevat veel voorbeelden van GC in actie, waaronder aardig wat concrete beschrijvingen van alledaagse uitwisselingen tussen ouders en kinderen. Het is natuurlijk niet alleen een tool bij Attachment Parenting, maar voor diepere verbondenheid tussen mensen van alle leeftijden.

    Een inzicht wat dit boek duidelijk voor mij onder woorden bracht was dat behoeften liever erkend willen worden dan bevredigd. Dat geeft rust bij het balanceren van behoeften in een gezin. En dat het belangrijk is om authentiek, echt, te zijn, vandaar de oorspronkelijke titel in het Frans:

    Stop met aardig zijn, wees echt!

    Stop met aardig zijn – Thomas d’Ansembourg
    269 pagina’s | Uitgeverij Ten Have | september 2005

    Boekbespreking door Bernadette van Zuidam

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 17, 2010

  • De hoogslaper

    door Lida van Ruijven

    Graag wil ik wat mijmeren over de hoogslaper. Het lijkt de laatste uitvinding te zijn op slaapgebied. Veel gezinnen wonen in huizen met kleine slaapkamers en het speelgoed heeft soms behoorlijke afmetingen. De oplossing om alles in het kamertje neer te zetten, is dan de hoogslaper. Onder de hoogslaper heb je dan een tafeltje om huiswerk te maken of om te knutselen of lezen.

    Maar erg ‘natuurlijk’ is de hoogslaper wat mij betreft niet.

    Veel ouders hebben de gewoonte om ’s avonds een poosje naast hun kind te liggen; even lekker kwebbelen met elkaar of samen een boekje lezen. Dit is een prachtige oplossing voor al die mensen die het overdag druk, druk, druk hebben en ’s avonds even tijd willen geven aan hun kind. Lekker met de lichamen tegen elkaar aan; heel rustgevend en opbouwend voor lichaam en geest van zowel ouder als kind. En terwijl je voorleest, kunnen de handen van de ouder het buikje of het ruggetje van het kind masseren. Of misschien drinkt het kindje zich in slaap aan de borst, wat een heel rustgevende manier is van dagafsluiting. Als je kindje zo in slaap is gevallen, kan je zachtjes uit het bed sluipen.

    Maar, slaapt je kind in een hoogslaper, is dit alles helaas niet mogelijk. Als ouder sta je dan naast het bedje, of zelfs op een kleine verhoging om op dezelfde hoogte met het kind te komen. Geen lichaamscontact, geen opbouwend contact voor lichaam en geest, geen of minder mogelijkheid tot knuffelen en ruiken aan elkaar. Laat staan je kind aan de borst in slaap laten vallen.

    Ook in ons gezin schaften wij destijds een hoogslaper aan. Het leek allemaal heel mooi. Ook ik stond op het trapje naast de hoogslaper mijn dochter te knuffelen. Eigenlijk was het heel afstandelijk, maar ik had het niet door. Totdat mijn dochter eens aan tafel uitriep: ‘Ik vind dat ik maar een eenzaam bed heb. Niemand komt naast mij liggen.’ Ik ben daarna een paar keer bij haar in de hoogslaper gekropen, maar het voelde heel wankel en er was te weinig plek. Toen hebben we de hoogslaper maar ingeruild voor een gewoon bed.

    Mijn vriendin bedacht overigens een mooie oplossing voor toch een hoogslaper. In een piepklein kamertje met twee schuine zolderingen timmerde haar partner een stevig tweepersoons hoogslaper. ’s Avonds leest ze voor voor haar zoontje van 7 jaar terwijl de jongste zich in slaap drinkt aan de borst.
    En uiteindelijk vallen ze gedrieën in slaap. Na een poosje wurmt moeder zich tussen de slapende kinderen uit het bed en heeft ze tijd voor haarzelf en haar partner.
    Als ze naar bed gaat, pakt ze de jongste op en neemt die mee naar het ouderbed om samen te slapen. De kleine kan dan ook weer aan de borst drinken. Zuigbehoefte duurt zeker 3 jaar. Deze ouders investeren zo in het zelfvertrouwen van hun jongste kind. Als ik hem meemaak, is hij een evenwichtig jong kind met een sociale blik op alles wat er om hem heen gebeurt. Ik vind het prachtig.

    Meer lezen van Lida: Ouderschap vanuit je hart

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 17, 2010

  • Kinderopvang gebaseerd op attachment

    door Richard Bowlby

    Om een relatie op te bouwen en onderhouden tussen een baby en verzorger als tweede hechtingsfiguur, is het nodig dat de verzorger een continue op de persoon toegesneden zorg levert voor verscheidene jaren. Maar zelfs dan is het niet zeker dat er een band zal ontstaan. Om een band te laten ontstaan tussen de ze, moet de verzorger bereid zijn een emotionele commitment te geven aan de baby. Zelfs de meest gevoelige dagopvang met een secondair hechtingsfiguur zal waarschijnlijk meer stress geven dan zorg van de primaire hechtingspersoon, maar het lijkt geen significante lange termijn factor te zijn voor zekere en onzekere kinderen.

    Een model voor kinderopvang gebaseerd op hechting is een gezinstype groep die de verzorger in staat stelt zorg te bieden aangepast op de leeftijd voor ieder kind.

    Een aantal voorbeelden van karakteristieken waarmee kinderopvang gebaseerd op hechting zich onderscheidt zijn:

    – dat baby’s niet worden geaccepteerd totdat ze 9 maanden oud zijn, tegen die tijd hebben ze een primaire band gevormd met de persoon die ze opvoedt – meestal maar niet noodzakelijk de biologische moeder.

    – de verzorgers moedigen de baby’s en peuters actief aan om secondaire attachment, een band aan te gaan, en de ouders stemmen hier mee in

    – dat baby’s en peuter worden vergezeld van hun primaire hechtingsfiguur voor de eerste weken van de opvang terwijl de baby vrienden wordt met de nieuwe verzorger – het eerste stadium van het ontwikkelen van een secondaire hechting

    – dat door het introduceren van een paar minuten scheiding en geleidelijk de tijd op te voeren, de baby zich realiseert dat ze getroost kunnen worden door hun verzorger en zich veilig voelen, waardoor hun cortisol niveau’s zo laag mogelijk wordt gehouden

    – dat de duur van opvang elke dag kort wordt gehouden voor baby’s terwijl hun secondaire band ontwikkelt
    – dat de baby’s en peuters in deeltijdse kinderopvang zijn tot ze 18 maand oud zijn en dat verzorgers niet meer dan drie baby’s of peuters bij zich hebben verspreid in leeftijd: één tussen 9 en 18 maand oud, één tussen 18 en 36 maand oud en een kind ouder dan 36 maanden

    – dat verzorgers voldoende energie hebben, en getraind en ondersteund worden om te voldoen de lichamelijke, cognitieve en emotionele behoeften van baby’s, peuters en jonge kinderen in hun zorg

    – dat baby’s en peuters secondaire hechtingsbehoeften worden vervuld, onderhouden en gemonitord

    – dat de emotionele band van verzorgers met de kinderen waar ze voor zorgen sensitief ondersteund en gemonitord wordt

    – dat ouders worden ondersteund in het onderhouden van de primaire band tussen hun kind en henzelf

    Bron: Social Baby: Richard Bowlby – Stress in Daycare

    Lees ook

    Te vroege kinderopvang schaadt voor het leven

    Website tip

    What About The Children? Raising awareness about the emotional needs of under threes:
    http://whataboutthechildren.org.uk

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap nr 17, 2010

  • Te vroege kinderopvang schaadt voor het leven

    Jan Peeters

    Terwijl het ook voor Nederlandse moeders steeds moeilijker zal worden hun kinderen zelf groot te brengen, heeft in Groot-Brittannië een groep eminente wetenschappers ernstige bezwaren geuit tegen kinderopvang tot drie jaar.

    Maar liefst 110 in het Verenigd Koninkrijk werkzame wetenschappers, psychologen, artsen en andere deskundigen willen zo snel mogelijk een nationaal debat over de vraag of kinderen onder de drie jaar wel door anderen grootgebracht mogen worden dan mensen uit de directe en vertrouwde omgeving.

    “Gelijkmatige en continue zorg door een vertrouwde persoon is de sleutel voor een veilige en koesterende omgeving voor kleine kinderen”, aldus een brief waarmee de deskundigen zich onlangs tot de Britse krant Daily Telegraph hebben gewend. “Onderzoek wijst erop dat wanneer dit ontbreekt gedragsproblemen kunnen ontstaan.”

    De deskundigen vrezen dat door het jongste overheidsinitiatief voor meer kinderopvang, meer ouders hun kinderen “in een situatie zullen brengen die mogelijk niet ten goede komt aan hun emotionele behoeften”.

    Kinderopvang thuis: de manier waarop de moeder met het kind omgaat, bepaalt of het kind zich ook echt geborgen voelt.

    ‘Sociaal misvormd’

    Initiatiefnemer is Sir Richard Bowlby, zoon van Sir John Bowlby, die in de jaren vijftig de ‘hechtingstheorie’ ontwikkelde. Hij schreef een compacte samenvatting van zijn idee en stuurde die aan dertig ’s werelds meest vermaarde experts, die merendeels met hem instemden.
    “Ik zeg niet dat alle kinderopvang slecht is en iedere moeder het goed doet. Maar het is voor een dagopvang moeilijker de benodigde omgeving te creëren dan voor een moeder, een vader of grootouder of andere verzorger.”

    Hij krijgt bijval van psycholoog en opvoedkundige Steve Biddulph, die kinderopvang beneden de twee jaar ongeschikt vindt voor de hersenontwikkeling. “De gezonde ontwikkeling van de hersenschors van het kind hangt af van liefdevolle een-op-een zorg, maar we hebben nog nooit een economie of regering gehad die zo weinig waarde hecht aan liefde.

    Het is economisch gezien verstandig om jonge ouders meer tijd voor de opvoeding te geven omdat het voorkomt dat straks sociaal misvormde jonge mensen onze scholen, straten en werkplekken vullen.”
    “Wat wij nodig hebben zijn rustige, zorgzame mensen die zich kunnen hechten en nabij kunnen zijn. Wij kweken precies het tegenovergestelde.”

    Hechtingstheorie

    De hechtingstheorie van John Bowlby gaat ervan uit dat ieder kind voor een normale ontwikkeling behoefte heeft aan één primaire en een of meer secundaire personen aan wie het zich kan hechten.
    Die band heeft allereerst de biologische functie bescherming te bieden tegen gevaren die het nieuwe leven bedreigen. Maar zij heeft ook de emotionele functie vanuit vertrouwen de wereld te kunnen verkennen.
    De manier waarop de moeder met het kind omgaat, bepaalt of het kind zich ook echt geborgen voelt. Die geborgenheid kan alleen tot ontwikkeling komen als het kind de moederfiguur als werkelijk beschikbaar ervaart. Dat houdt in dat de moeder bereikbaar is en dat zij bereid en in staat is op een adequate manier op de fundamentele behoeften van het kind in te gaan.

    De mate van beschikbaarheid van de moeder bepaalt of het kind zichzelf gaat zien als iemand die de moeite waard is of niet. Een veilig gehecht kind heeft geleerd dat die opvoeder te vertrouwen is, dat zij er is als je haar nodig hebt en dat zij je spanningen kan verlichten. Het voornaamste kenmerk van deze opvoeder is dat zij snel en adequaat reageert op de signalen die het kind uitzendt.
    Deze theorie is in de afgelopen vijftig jaar tot de meest aangevallen, geprezen en wetenschappelijk onderzochte veronderstellingen gaan behoren. De kans is daarom buitengewoon groot dat die klopt, aldus Sir Richard, die zich sinds 1994 intensief is gaan bezighouden met zijn vaders theorie en de ontwikkelingen die zich daarna hebben voorgedaan.

    Eerste en ‘tweede’ keus

    Naast de primaire hechtingsfiguur, meestal maar niet noodzakelijkerwijs de moeder, heeft het kind meestal nog enkele mensen met wie het een speciale band ontwikkelt zoals met broers en zussen, opa’s en oma’s, kindermeisjes en in het bijzonder de vader. Een kind dat drie of meer van deze secundaire hechtingsfiguren kent, is vaker beter bestand tegen spanningen en voelt zich beter beschermd.
    Volgens Bowlby is er niets aan de hand wanneer kinderen van een half tot tweeëneenhalf jaar enkele uren per dag van hun moeder gescheiden worden als zij worden verzorgd door een persoon die tot de tweede categorie behoort. Wanneer die gelijkmatig, gevoelig en attent zijn, kan dit de sociale en cognitieve ontwikkeling van de peuter ten goede komen. Zoals kinderen vanaf drie jaar vaak profijt hebben van twee tot drie uur in een goede peuterspeelzaal.

    Risicofactoren

    Hoe natuurlijk dit ook lijkt, toch kampt volgens Bowlby rond 40 procent van de Britse en Amerikaanse peuters met wat men noemt ‘onveilige hechting’. Onveilige hechting wordt algemeen beschouwd als een risicofactor die bijdraagt aan psychische problemen bij kinderen en – later – als volwassenen. Zij zijn emotioneel kwetsbaarder en zijn veel gevoeliger voor scheiding, ook al is het maar een paar uur, van de hechtingsfiguur.

    De wereld van de kleintjes gaat helemaal op zijn kop wanneer er geen ouders zijn of deze het kind chronisch verwaarlozen, verslaafd of gewelddadig zijn. Iets minder ernstig zijn depressies, (te) jonge ouders of het ontbreken van vaardigheden. Armoede verergert de zaak alleen maar.
    Op zich lijken kinderen het onder deze omstandigheden soms toch goed te doen, maar een combinatie van deze factoren leidt bijna geheid tot latere problemen.
    Een ander probleem is wanneer het kind de verzorg(st)er als primaire hechtingsfiguur gaat zien.

    Emotionele vaardigheden

    Volgens Bowlby heeft dit te maken met de snelle ontwikkeling van de rechterhersenhelft tijdens de eerste dertig maanden. Daar ontwikkelen zich de vaardigheden die nodig zijn voor relaties, emoties en het meevoelen met anderen. De baby en peuter maakt zich deze vaardigheden onbewust eigen door de herhaling. Vandaar dat de constante kwaliteit van de zorg bepalend is voor hun ontwikkeling. Rond het derde jaar begint de linkerhersenhelft aan de groeispurt, wat onder meer te merken is aan de snel toenemende taalvaardigheid en het bewustzijn van tijd.

    Stresshormoon

    Waar onderzoekers zich steeds meer zorgen over maken is dat bij baby’s en peuters in groepsdagopvang hoge doses van het stresshormoon cortisol worden aangetroffen. Die stof wordt door het lichaam aangemaakt en is nodig om goed te functioneren. Het kind maakt die aan bij lawaai, ruzies of wilde spelletjes, maar ook wanneer het zich te weinig geborgen voelt omdat het zich niet kan hechten aan de verzorger(s). Wanneer het wisselen van verzorgers te vaak gebeurt kan het kind zelfs weigeren zich opnieuw te hechten.
    Het bewust regelmatig wisselen van de verzorgers om hechting te voorkomen kan daarmee een risicofactor worden.

    Paniek

    Baby’s en peuters tussen de zes en dertig maanden voelen zich instinctief onveilig wanneer zij geen ‘tastbare’ bewijzen hebben van de aanwezigheid van hun bekende en vertrouwde hechtingsfiguren, al is het maar geur of geluid.

    Zij willen naar hen op zoek en zetten het vaak op een brullen. Wanneer zij na een tijdje in de situatie lijken te berusten, betekent dat niet dat de stress voorbij is, zeker niet wanneer ze zich stil houden of ‘bevriezen’.
    Bowlby vergelijkt het gevoel van zo’n klein kind zonder hechtingsfiguur met dat van een kind dat op een strand zijn ouders kwijt is.

    Gewenning

    Wanneer veilig gehechte kleintjes weer met hun moeder worden herenigd en voldoende aandacht en troost krijgen zodat het cortisolniveau tegen bedtijd is genormaliseerd, kan het kind de volgende dag opnieuw voor enkele uren van zijn moeder worden gescheiden, mits het verzorgd wordt door een secundaire hechtingsfiguur.
    Uit onderzoek blijkt dat deze categorie kinderen dit meestal aankan zonder gevolgen op de langere termijn.
    Bij ‘onveilig gehechte’ kinderen kan juist het onveiligheidsgevoel ertoe bijdragen dat het cortisolniveau tegen bedtijd en zelfs bij het ontwaken nog steeds hoog is.

    Voor het leven getekend

    Richard Bowlby noteert een aantal risicofactoren voor baby’s en peuters in de kinderopvang. De eerste is voor veilig gehechte kinderen die geen verzorger hebben als secundaire hechtingsfiguur. Dit is des te dramatischer voor onveilig gehechte kinderen.

    Hetzelfde geldt wanneer het weggaan bij de moeder ongevoelig wordt aangepakt. Als er dan ook nog eens geen secundaire hechtingsfiguur is of als er thuis een crisis is, kan het kind volkomen overrompeld worden. “Dat kan resulteren in de emotionele- en gedragsproblemen die wij steeds meer zien. We moeten ons realiseren dat deze risicofactoren het vermogen van kinderen aantasten om zelf stabiele relaties aan te gaan”, aldus Bowlby.

    Vanwege de vele risico’s is Bowlby er voorstander van dat ouders zelf beschikking krijgen over een ‘opvanggeld’ en er zo ook voor kunnen kiezen hun kind zelf op te voeden of grootouders of andere vertrouwde personen in te schakelen. “In een samenleving die beide ouders aanmoedigt buitenshuis te werken terwijl hun kinderen nog geen drie zijn, speelt hechtingsgeoriënteerde kinderopvang een cruciale rol in de gezonde emotionele ontwikkeling van onze kinderen.”

    © 2006 Katholiek Nieuwsblad
    Met toestemming overgenomen.

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap nr 17, 2010

    Lees ook:

    Kinderopvang gebaseerd op attachment – Richard Bowlby

  • 3 juli 2011 Beurs: ‘Ouders Natuurlijk’

    St. Attachment Parenting Europe zal ook weer aanwezig zijn op deze beurs.

    Persbericht:

    Op 3 juli 2011 is in Arnhem de beurs Ouders Natuurlijk. Van 10.00-17.00 uur zijn alle zwangeren, jonge ouders, zorgverleners en overige geïnteresseerden van harte welkom. Op dit unieke evenement vind je alles wat te maken heeft met natuurlijk ouderschap. De hele dag door zijn er diverse lezingen en workshops, maar ook de webshops zijn rijk vertegenwoordigd.

    Kijken & shoppen

    Maak een ronde langs de stands en leer alle webwinkel-producten van dichtbij kennen, ooit al zo’n vrolijk wasbaar zoogcompres van Cute Cotton in het echt bewonderd? Dit is je kans. Maar er zijn ook veel draagwinkels – zoals bijvoorbeeld Dragen & Zo – met hun stands. Beoordeel met eigen ogen welk type drager goed bij jou en je kindje past. Natuurlijk ouderschap draait uiteraard niet alleen om voeden en dragen, daarom zijn er ook tal van andere shops met hun producten. Mama i laat bijvoorbeeld zien dat eco-kleding en speelgoed absoluut niet saai hoeft te zijn!

    Leren & proberen

    Naast shoppen valt er ook veel te leren voor de liefhebber. Diverse lezingen & workshops bieden je de kans om meer te weten te komen over bijvoorbeeld: bijvoeding, huidverzorging, babydragen en ontspannen bevallen. Kijk op www.oudersnatuurlijk.nl voor het volledige en meest actuele overzicht lezingen & workshops.

    Dagje uit

    Maak er een gezellig dagje uit van. Aan alles is gedacht: knutselhoek, verkoop van eten en drinken en natuurlijk een voedingsruimte om in alle rust even bij te komen van de drukte.

    Voor de eerste 100 bezoekers is er een leuke giftbag. Organisator Petra Mengerink van NatureBabies heet je van harte welkom! Al voor de tweede keer organiseert zij Ouders Natuurlijk, maar nu op een centralere locatie in Nederland, makkelijk toegankelijk voor iedereen.

    Alle feiten op een rij:
    – 3 juli 2011 van 10.00 – 17.00 uur;
    – Van der Valk Hotel Duiven, Impuls 2, Arnhem (het hotel ligt aan de A12 en is eenvoudig te bereiken);
    – grote webwinkel-markt;
    – lezingen & workshops;
    – knutselhoek voor de kleintjes;
    – eerste 100 bezoekers krijgen giftbag;
    – voedings- en verschoningsruimte aanwezig.

    Kijk voor alle informatie op www.oudersnatuurlijk.nl.