Categorie: Boeken

  • Attachment Parenting in het kort

    Attachment Parenting (AP) of Natuurlijk Ouderschap is samen te vatten in de vraag:

    Wat kan ik doen om de vertrouwensband met mijn kind te behouden en sterker te maken?

    AP geeft een aantal uitgangspunten die je hierbij kunnen helpen:

    1. Voorbereiden op zwangerschap, bevalling en ouderschap
    2. Voeden met liefde en respect, het begin van het proces van hechting
    3. Invoelend reageren, de taal van liefde leren
    4. Koesterend aanraken, de helende kracht van lichamelijke nabijheid
    5. Veilig slapen, lichamelijk en emotioneel, het grote belang van tegemoet komen aan nachtelijke behoeften
    6. Consistent en liefdevol zorgen, hou de band met je baby in stand
    7. Positieve discipline toepassen, wees de verandering die je graag ziet
    8. Streven naar evenwicht in je persoonlijk en gezinsleven, vrede van binnen geeft vrede thuis

    Deze punten zijn ontleend aan het boek
    Attached at the Heart, 8 proven parenting principles for raising connected and compassionate children – Barbara Nicholson & Lysa Parker

    Op de website www.natuurlijkouderschap.org vind je een verzameling artikelen om je gedachten over te laten gaan en ideeën hoe AP in praktijk te brengen.

    Wil je met andere ouders ervaringen uitwisselen rond AP? Kom dan bij de Attachment Parenting NL (APEUNL) facebook groep.

  • Boek: How2Talk2Kids: Effectief Communiceren met Kinderen

    door Adele Faber & Elaine Mazlish, bewerkt naar het Nederlands door Heleen de Hartog.

    Positieve en zachte discipline is een belangrijke pijler van Attachment Parenting. Het besluit om niet te straffen is ook snel genomen, al was het maar omdat het niet echt werkt, maar wat dan? Het boek How2talk2kids geeft praktische aanwijzingen en voorbeelden om effectief en respectvol te communiceren met je kinderen.

    Hoe luisteren kinderen eigenlijk? Door dat wij als ouders luisteren naar onze kinderen. We denken vaak wel dat ze luisteren, maar communiceren zelf ongemerkt vaak op zo’n manier dat kinderen zich niet gehoord voelen, bijv. door te commanderen, dreigen, allerlei voorwaarden stellen ed.

    Dit boek gaat over het echt luisteren naar kinderen en geeft alternatieven in communicatie die respectvol zijn voor zowel de gevoelens van ouders als kinderen.

    Als doelen van deze vorm van communiceren worden zelfredzaamheid en zelfvertrouwen genoemd. Een belangrijker effect lijkt mij dat de relatie tussen ouders en kinderen (nog) beter wordt.
    Het boek geeft een praktische handleiding met eenvoudige stappenplannen en veel herkenbare voorbeelden, waarvan een aantal aansprekend uitgebeeld met tekeningen.

    Een aantal hoofdpunten van How2talk2kids zijn:
    – het erkennen (en accepteren) van gevoelens
    – samenwerken met je kind
    – alternatieven voor straf. Een voorbeeld is het inzetten van “time-with”, tijd met de ouder samen, in plaats van “time-out”
    – zelfredzaamheid (autonomie) bevorderen
    – behulpzaamheid waarderen, d.w.z. neutraal beschrijven in plaats van beoordelen of evalueren
    – “un-labelen”; bevrijden van rollen, vastgeroeste beelden en beeldspraak veranderen

    Net zoals met het leren van bijv. Geweldloze Communicatie en andere nieuwe talen geldt dat we ook met oefenen waarschijnlijk met een “accent” blijven spreken. De schrijvers benadrukken dan ook om geduld met onszelf als ouders houden.

    How2Talk2Kids is onder de oorspronkelijke titel “How to talk so kids will listen &listen so kids will talk” door de jaren heen terecht een klassieker geworden. Ik ben dan ook blij dat niet alleen dit boek vertaald is, maar dat Heleen de Hartog plannen heeft om nog meer titels van Elaine Mazlish en Adele Faber uit te geven in het Nederlands.

    Boekbespreking door Bernadette van Zuidam

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 17, 2010

    Update: in januari 2011 verscheen een tweede boekbewerking, How2Talk2Kids, Broers en zussen zonder rivaliteit

  • Boek: Stop met aardig zijn – Thomas d’Ansembourg

    Het boek “Stop met aardig zijn” gaat over geweldloze, verbindende communicatie, geïnspireerd door het werk van Marshall Rosenberg. Thomas d’ Ansembourg beschrijft een model van geweldloze communicatie als een methode om wezenlijk te communiceren en elkaar te ontmoeten.

    Ik vond het een verhelderend boek, als verdieping en aanvulling op het boek Geweldloze Communicatie (GC) van Marshall Rosenberg. Het is voor een deel geschreven vanuit de persoonlijk ervaringen van de schrijver, die het belang en de mogelijkheden van GC illustreren. Het bevat veel voorbeelden van GC in actie, waaronder aardig wat concrete beschrijvingen van alledaagse uitwisselingen tussen ouders en kinderen. Het is natuurlijk niet alleen een tool bij Attachment Parenting, maar voor diepere verbondenheid tussen mensen van alle leeftijden.

    Een inzicht wat dit boek duidelijk voor mij onder woorden bracht was dat behoeften liever erkend willen worden dan bevredigd. Dat geeft rust bij het balanceren van behoeften in een gezin. En dat het belangrijk is om authentiek, echt, te zijn, vandaar de oorspronkelijke titel in het Frans:

    Stop met aardig zijn, wees echt!

    Stop met aardig zijn – Thomas d’Ansembourg
    269 pagina’s | Uitgeverij Ten Have | september 2005

    Boekbespreking door Bernadette van Zuidam

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 17, 2010

  • Boek: Three in a bed, The benefits of sleeping with your baby

    Boek door Deborah Jackson

    Een warm betoog voor samen slapen

    Ongeveer 3 jaar geleden zat ik met mijn dochtertje van ongeveer 6 maanden bij de arts van het consultatiebureau. Daar kreeg ik weer te horen dat samen slapen met je kind zo ongeveer het slechtste is wat je met een baby kunt doen. Je zou op die manier het kind leren dat het niet in staat is alleen te slapen, het houdt je kind afhankelijk en maakt dat het kind leert dat het macht over je heeft. En daarbij kende ze dat soort kindjes wel die altijd maar hun zin willen hebben en als je daar niet vroegtijdig bij ingrijpt, dan verpest je ze voor het leven……

    Op het moment dat ik dit aanhoorde, was ik te overdonderd om mijn weerwoord te geven, maar eenmaal buiten, wist ik dat dit de laatste keer was dat iemand mijn kindje en mij zo zou kunnen behandelen. Overtuigd van mijn eigen gelijk ben ik op zoek gegaan naar literatuur om mijn eigen gevoel te kunnen aanvullen met wat wetenschappelijke gegevens, zodat ik in het vervolg m’n weerwoord wel klaar zou hebben als iemand het weer eens nodig vond om mij te vertellen hoe verkeerd ik het allemaal deed. Een zoektocht naar meer informatie over samen slapen bracht mij via ‘Het verloren geluk’ van Liedloff naar Deborah Jackson ’s ‘Three in a bed’. Daarin zag ik alles wat ik intuïtief voelde, verwoord in een mooi en warm boek vol met pakkende citaten, grappige spotprenten en conclusies gebaseerd op wetenschappelijke onderzoeksresultaten.

    Een sociaal wezen

    Deborah Jackson laat in haar boek zien dat een baby niet zozeer een manipulatieve lastpak is die je het beste maar zo snel mogelijk klein moet krijgen, maar een sociaal wezen is, dat vooral via instinct en reflexen probeert te overleven. Het huilen van een baby is een teken dat er iets mis is, en bedoeld om ons te laten reageren zodat aan zijn behoeften wordt voldaan. Het laten huilen van een kind is er op gericht zijn roep om hulp te negeren en op die manier zijn sterke wil en temperament klein te krijgen.

    Door niet te reageren op het gehuil van je baby geef je je kind het signaal dat om hulp vragen geen zin heeft, want er wordt toch niet naar je geluisterd. De “befaamde” slaaptraining die na slechts 3 of 4 nachten laten huilen van je baby resulteert in een stil kind, is gebaseerd op het principe van ‘learned helplessness’, aangeleerde hulpeloosheid. In slechts 3 tot 4 nachten heb je je kind geleerd dat het op jouw liefde en hulp niet hoeft te rekenen en dat het dus net zo goed niet eens hoeft te proberen om dat wel te krijgen. In plaats van bewondering te hebben voor de standvastige ouder die zijn kind vroegtijdig goede slaapgewoonten bijbrengt, is het betuigen van medeleven aan het kind dat, gezien door de ogen van “primitieve” volkeren, gruwelijk behandeld wordt, meer op zijn plaats.

    Aspecten van samen slapen

    In ‘Three in a bed’ gaat Deborah Jackson in op alle aspecten van het samen slapen.

    In het eerste hoofdstuk, Crisis – what crisis? gaat ze in op slaapproblemen en andere conflictsituaties die ontstaan bij het krijgen van een baby. In het tweede hoofdstuk, All night, every night, worden redenen genoemd om het gebruik van een wieg ter discussie te stellen. Hoofdstuk 3, They’re only trying to help, geeft een overzicht van tweehonderd jaar baby-verzorgingsadvies. De waarde van lichaamscontact met je kind wordt in het vierde hoofdstuk, In touch, besproken. In hoofdstuk 5, Will it be all right in the night, wordt ingegaan op wiegendood en de voorzorgsmaatregelen die genomen moeten worden om veilig samen te slapen.

    Het zesde hoofdstuk, The midnight feast, is gewijd aan de voordelen van ’s nachts op verzoek voeden. In hoofdstuk 7, Nomads and nannies, worden resultaten gegeven van wereldwijd onderzoek naar samen slapen. Hoofdstuk 8 heeft de titel Not in front of the children en geeft adviezen om je sex-leven op peil te houden. Als het tijd wordt dat het kind in een eigen bed gaat slapen, geeft hoofdstuk 9, Time for bed, ideeën over hoe dat zo soepel mogelijk zou kunnen verlopen. Practically speaking, hoofdstuk 10, gaat in op allerlei praktische vragen die het samen slapen oproept, hoe krijg ik voldoende licht om te voeden, is het echt wel veilig, wat moet de baby aan in bed en ga zo maar door.

    In hoofdstuk 11, Yes, but…, wordt commentaar gegeven op de meest en steeds voorkomende vragen en kritiek op het samen slapen. Hoofdstuk 12, A modest proposal, geeft wat suggesties voor verandering in de manier waarop er in de maatschappij aangekeken wordt tegen samen slapen. Tot slot staan in de appendix, Between you and me, ervaringen van ouders met het samen slapen.

    De relatie tussen jou en je eigen baby

    Ik vind ‘Three in a bed’ één van de beste ouderschapsboeken die ik gelezen heb. Deborah’s inleiding geeft, denk ik, een goed beeld van het boek:

    “Deze nieuwe editie is een mogelijkheid geweest om me intensief bezig te houden met de wereld van een pasgeborene, de nieuwste en boeiende medische literatuur te lezen en interpreteren en me opnieuw gepassioneerd te voelen over een favoriet onderwerp. Ik heb nieuw bewijs over de voordelen van het familiebed toegevoegd, in evenwicht gebracht met geruststellende ideeën voor ouders die het kind naar een eigen bed willen verplaatsen. Toch, na al de theorie, is het enige bewijs dat er toe doet de relatie tussen jou en je eigen baby. ‘Three in a bed’ is geen voorschrift, alleen maar een heel, heel oud idee. Of je iets mee doet of niet, ik hoop dat dit boek een nieuwe invalshoek geeft. En ik wens je veel plezier onderweg.”

    Al lezend voel je de passie van de schrijfster voor het onderwerp. Ze gebruikt tal van praktijkvoorbeelden, ook van haarzelf, die heel herkenbaar zijn. Ook de gebruikte onderzoeksgegevens dragen veel bij aan de geloofwaardigheid van dit boek.

    Wat me het meeste aanspreekt is haar visie op baby’s en kinderen. Vanuit haar visie zijn baby’s fascinerend en leuk en hebben ze eisen en wensen die gezien hun totale afhankelijkheid en kwetsbaarheid heel natuurlijk zijn. Dit in tegenstelling tot de visie in veel westerse landen, waar baby’s vaak gezien worden als manipulerende en veeleisende mormels die je, als je niet goed oplet en niet tijdig ingrijpt, tot wanhoop drijven.

    Als iedereen alleen maar haar positieve uitgangspunt over zou nemen, zou het er voor heel veel baby’s en kinderen al een stuk rooskleuriger uitzien.
    Samen slapen en het langdurig op verzoek borstvoeding geven zijn eigenlijk alleen maar een logische voortzettingen van het idee dat een baby het recht heeft dat er op zijn natuurlijke behoeften wordt ingegaan.

    Plezier en verwondering

    Deborah Jackson benadrukt steeds weer het belang van het er plezier in hebben en het met verwondering en bewondering naar baby’s en kinderen kijken. Ze beschikt in ruime mate over, naar mijn mening benodigd, relativeringsvermogen en humor. De schrijfstijl is los en in geheel niet belerend. Ze gebruikt heel veel citaten, zoveel dat het wat hortend en stotend leest, omdat haar eigen tekst voortdurend met teksten van anderen afgewisseld wordt. Maar ja, vaak zijn het natuurlijk juist korte citaten die iets pakkend kunnen beschrijven.

    Het is een veelzijdig boek dat vooral beginnende samenslapers tot een enorme steun in de rug kan zijn. Het geeft niet alleen veel praktische informatie, maar weet heel goed te benadrukken dat het een goede weg is om je eigen intuïtie te volgen. Dit gepaard met het weerwoord op bijna al het denkbare commentaar van de omgeving, maakt dat je je in plaats van onzeker, sterk gaat voelen en niet langer de nijging hebt om je eigen manier te verdedigen, maar zelfs haast de “traditionele” manier van anderen aan de kaak te stellen.

    Herkenning

    Het is een dik boek, 320 pagina’s, waarin heel breed en uitgebreid informatie wordt gegeven over samen slapen. Ik kan me voorstellen dat het voor degenen die al geheel overtuigd zijn van de waarde van samen slapen iets te veel van het goede is om alle hoofdstukken tot in detail te lezen, maar toch kan het boek ook voor hen een toegevoegde waarde hebben. De meeste citaten zijn leuk om te lezen, de spotprenten zou je haast uitvergroot boven je bed hangen en eigenlijk is het hele boek een feest der herkenning.

    Mij heeft het boek heel veel geboden. Doordat ik meer zelfvertrouwen heb gekregen over onze manier van ouderschap, lijkt het alsof je dat ook uitstraalt, waardoor de neiging tot betutteling en het geven van kritiek door de omgeving, als sneeuw voor de zon verdwijnt. Dat alleen al geeft zoveel rust, dat je je meer ontspannen en met meer energie op een positieve manier met het ouderschap bezig kunt houden.
    Wij liggen inmiddels alweer meer dan een jaar, tot ieders volle tevredenheid, met Four in a bed!

    Three in a bed – The benefits of sleeping with your baby
    Deborah Jackson
    Uitgeverij: Bloomsbury
    ISBN: 0 7475 6575 9

    Gelezen door Michelle

    Eerder verschenen in Nieuwsbreif Natuurlijk Ouderschap nr 14, 2005

  • Boek: Wat ouders niet weten: Hechting, verlangen naar liefde en angst voor liefdesverlies

    Boek door Lietje van Blaaderen

    Recensie door Marlies Kannegieter

    Ten eerst moet ik even kwijt dat dit boek rommelig is. Ik had het boek een jaar geleden zien liggen en kocht het omdat het me wel wat leek maar eenmaal thuis gekomen in het boek bladerend stond me iets tegen. Was dat de rommelige opbouw en schrijfwijze? Ik legde het in de boekenkast en raakte het een tijd niet meer aan.
    Maar na een paar maanden dan toch weer in mijn handen. Het rommelige verdween op de achtergrond. De inhoud sprong er nu meer uit. Misschien dat het begrip hechting me nu meer zegt. Nu, met mijn inmiddels anderhalf jaar oude dochter, kan ik, terugkijkend, beter zien wat hechting voor mij, voor haar en mij betekent. Want “Wat ouders niet weten” gaat over hechting.

    Van Bladeren zegt dat de eerste levensjaren van cruciaal belang zijn voor de verdere ontwikkeling. Met een goede hechting heeft het kind en later de volwassene minder last van verlatingsangst, onmacht, jaloezie en kan geweld worden voorkomen.

    Het leven van een baby/peuter/kleuter is niet makkelijk. Als je je aan de hand van bijvoorbeeld dit boek verdiept in het wel en wee van een jong kind zie je dat er behoorlijk veel en diep verdriet en frustraties ervaren “moet” worden. Ik zeg “moet” omdat dit voor de ontwikkeling, aldus de schrijver, noodzakelijk is voor het leven, om mens te zijn. Er zijn veel emoties die het kind kan voelen. Naarmate het ouder wordt worden de gevoelens gecompliceerder.
    Net als het ervaren van dit soort emoties, is het zien ervan van doorslaggevend belang. Het gaat er om dat de ouder (zij spreekt het meest over de moeder) er oog voor heeft en er op reageert. Met liefde en begrip.

    Elke fase (in het boek zijn het er tien) heeft zijn eigen aandachtspunt. Neem fase zes een natuurlijke ontwikkeling in de periode tussen ongeveer één en anderhalf jaar is het intensief uiten van gevoelens. Het kan nu heel goed laten zien dat het je heel lief vindt. En inderdaad, ik voel nu nog de armpjes op mijn schouders drukken van de omhelzing van vanmorgen van mijn dochtertje, haar snotterige hoofdje in mijn nek, zeggend “lief!” met zoveel gevoel! Zij doet dit voor het eerst op deze intense en bewuste manier. Net zo intensief is het ervaren van de eenheid met mama en het zichzelf voelen. Het kind ervaart dat het in een relatie “staat”. Dat je je één kunt voelen maar ook apart van de ander. Het gaat zich onderscheiden. Dit heet de psychologische geboorte. In fase zes begint het en het eindigt met drie jaar.
    In fase negen is het kind ongeveer drie en half tot vier jaar.
    Meer en meer ervaart het kind zichzelf als een ‘mens tussen de mensen’. Elk mens heeft z’n eigen-aardigheden. Het wordt zich in deze periode bewuster van het feit dat het o.k is als het boos wordt of ergens een andere mening over heeft. Het betekent niet dat het de liefde van zijn ouders verliest. Het krijgt ook meer een wij-gevoel, een besef van verbondenheid. Het toont meer interesse in de ander. Dit wordt in deze periode explicieter. Het kan zich ook met woorden uiten. Gewoon vanuit de ontwikkeling van zijn eigen veilige hechting.

    Het gescheiden zijn en het zelfstandig en onafhankelijk voelen – in het boek is het de rode draad die door elke fase loopt – is heel intensief voor het jonge kind. Dit is het begin van het groeien naar volwassenheid. Als ouders zich kunnen verplaatsen in het kind en de signalen kunnen zien, is de kans groter dat er op het gebied van hechting en (eigen)liefde een stevige basis is gevormd.

    Fasen verlopen zelden gladjes.
    Geleidelijk, en meestal als een fase al een tijdje aan de gang is, kun je bij je kind zien dat het in een volgende fase is beland. Er vinden in die fasen ook terugvallen plaats. Tenminste, zo wordt dat vaak genoemd. Het zijn echter geen terugvallen maar herhalingen van de vorige fase. De veilige hechting die het kind ervaren en verworven heeft in een eerdere fase komt terug tijdens een situatie waarin er voor de gevoelswereld van het kind veel gebeurt, bijvoorbeeld een verandering in de thuissituatie. Vader gaat een paar weken op reis en moeder moet wat meer van huis. Moeder merkt dat een vierjarig kind telkens bij het afscheid nemen hangerig wordt en gaat huilen. Terwijl dit al heel lang niet meer was voorgevallen! Het lijkt wel zoals toen het een baby was! Op deze manier worden verworvenheden verder verdiept.

    Het rommelige van het boek neem je na een tijdje voor lief. Af en toe zie je het geworstel met woorden om gevoelens en ontwikkelingen uit te drukken. En daar hebben we, als lezer, begrip voor. Niets is gecompliceerder, gevarieerder en moeilijker in woorden te vatten dan het opgroeien van een kind van nul tot zes jaar… en daarom is het zo belangrijk dat dit begeleid en in ieder geval GEZIEN wordt! Het boek van Lietje van Blaaderen is daar zeker een goed handvat voor.

    Eigenlijk laat ze alleen maar zien. Er zijn geen hoe-te-doen’s in te vinden.
    En al zou het een logisch gevolg zijn, AP als benaming komt er niet in voor. Ergens heeft ze het over “baby in een wiegje” en over “de fles geven”. Tegelijkertijd heeft ze het ook over borstvoeding. Maar ze heeft het niet over lang borstvoeden en samen slapen. Dat is jammer want dat draagt zeker bij aan een goede hechting. Toch is dit een boek met een behoorlijk AP-gehalte.

    Wat ouders niet weten.
    Hechting, verlangen naar liefde en angst voor liefdesverlies. Lietje van Blaaderen.
    Van Tricht uitgeverij. 2001

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap nr 13, 2003

  • Kinderboek: Een baby’tje op komst

    Een baby’tje op komst: een leuk voorleesboek voor broertjes en zusjes van William & Martha Sears en Christie Watts Kelly

    Recensie door Caroline Buset

    “Een baby’tje op komst” is een voorleesboek voor kleuters die een broertje of zusje verwachten. Wat het boekje leuk, en anders dan de andere, maakt, is dat er (eindelijk eens) een borstgevoede baby getoond wordt, een baby in een draagzak en een baby’tje dat bij de ouders in de kamer slaapt.

    Het boek begint bij de zwangerschap: “Wanneer er een baby’tje in mama’s buik groeit, is die dikke buik niet het enige dat verandert en groeit. Jijzelf groeit ook: je wordt nu een grote broer of grote zus.” Er wordt heel lang over de zwangerschap doorgegaan: de veranderingen in huis, wat mama allemaal voelt (reuzenhonger, misselijkheid, vermoeidheid, pijnlijke voeten,…) en dat wordt verteld en uitgelegd vanuit het standpunt van de kleuter. Er zijn heel veel duidelijke tekeningen. Naar mijn idee wordt er wat te veel doorgeboomd over die zwangerschap. Soms wordt de raad gegeven om aan kleine kinderen nog niet te vroeg te gaan vertellen dat er nog een kindje komt, omdat negen maanden voor kinderen van die leeftijd te lang is om te kunnen bevatten. Dan denk ik dat op het moment dat je kind op de hoogte is van je zwangerschap (en erin geïnteresseerd raakt), die dingen al achter de rug zijn, en misschien wel aan de aandacht van je kind zijn ontsnapt.

    De bevalling wordt kort besproken, weeral vanuit het standpunt van de kleuter. Positief is dat er vermeld wordt dat een baby ook gewoon thuis kan geboren worden. “Wanneer mama meer en meer weeën krijgt, dus wanneer haar buik zich meer en meer gaat samentrekken, is het tijd voor papa en mama om de baby geboren te laten worden. Dat kan thuis of in het ziekenhuis. Een dokter of vroedvrouw zal je mama helpen, want het is een zware klus voor mama!” Voor de rest wordt er over de bevalling vooral verteld wat je als kleuter allemaal kan doen terwijl je mama aan het bevallen is (en jij dus bij iemand logeert).
    En dan is de baby er, eindelijk. Zoals verwacht van een boekje van de hand van Sears, krijgt het baby’tje de borst op de tekening, maar toch wordt er in de tekst vermeld: “Ze drinken melk uit een flesje of uit mama’s borsten!”, wat ik een beetje ontgoochelend vond. (Enkele pagina’s later is het flesje ook te zien, als de kleuter het kleine baby’tje een flesje geeft.) Het kindje wordt gedragen in een sling (komt in verschillende tekeningen terug), wat natuurlijk erg leuk is. Ook wordt verteld dat een klein kindje bij mama en papa slaapt, en er wordt uitgelegd waarom het nodig is om een baby’tje te dragen en ’s nachts bij je te nemen: “…toen hij in mama’s buik zat, hoorde hij steeds haar hart kloppen. Nu voelt hij zich verschrikkelijk alleen wanneer hij mama’s hart niet meer hoort.”
    Op een tekening zie je dat het baby’tje in een co-sleeper slaapt naast het bed van de ouders. Het is natuurlijk leuk om in een kinderboekje eens een kindje te zien dat niet in een wiegje in een kinderkamertje ligt, maar ik vind het jammer dat het kindje niet echt “dicht bij mama en papa” (zoals de tekst erboven vermeldt) ligt, en dat er al helemaal geen spoor is van andere kindjes in de kamer (hoewel er in het verhaal nog andere kleine kindjes rondlopen). Meer nog: er staat zelfs “net zoals jij toen jij een baby was”. Dan denk ik: “Is dat hier Sears aan het woord?”

    Het verhaal gaat nog verder over het leven met een kleine baby.
    Het boek eindigt met enkele “tips voor de ouders”. Dan hebben ze het even kort over het gebruiken van de woorden “grote broer/zus”, het opbouwen van een hechte band met de baby en de angst om daarbij de gevoelens van je oudere kind te kwetsen, mogelijke ‘negatieve’ gevoelens van oudere kinderen naar de baby toe, en hoe daarmee om te gaan, enzovoort.

    Ik ben heel blij met het boekje. (Ik heb het zelfs direct besteld toen ik hoorde dat Sears een voorleesboekje over het krijgen van een klein broertje/zusje had geschreven.) Het is leuk dat er nu eindelijk eens een boekje voor kinderen is waar kindjes getoond worden aan de borst en in de draagdoek… En het is helemaal fantastisch om te zien dat het boekje echt overal te krijgen is, en dat kleine kindjes op die manier dingen als borstvoeding normaal gaan vinden. Maar toch heb ik soms de indruk dat Sears zich wat ‘ingehouden’ heeft om ouders niet af te schrikken. Misschien moeten we zelf maar eens een ‘honderd procent Attachment Parenting – kinderboekje’ schrijven…?

    Babytje Op Komst: een leuk voorleesboek voor broertjes en zusjes – William & Martha Sears

    Te leen uit de bibliotheek van St. APEU

    Boekbespreking eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap nr 13, 2003

  • Boek: Letting Go As Children Grow – Deborah Jackson

    Letting Go As Children Grow
    from early intimacy to full independence – a parent’s guide
    door Deborah Jackson

    De meeste opvoedingsboeken moedigen ons aan om meer betrokken te raken bij het leven van onze kinderen. Maar Deborah Jackson legt uit dat des te sneller ouders stadia en fases van hun kinderen begrijpen, des te gemakkelijker hun leven wordt. Alles wat kinderen willen is acceptatie door hun gewone imperfecte ouders.

    In 10 hoofdstukken bespreekt Deborah de verschillende stadia die kinderen doormaken. Hieronder volgt een vertaling van de samenvattingen die zij zelf per hoofdstuk heeft gemaakt. Hierdoor kun je lezen wat de essentie van het boek is. Deze samenvattingen geven goed de kern van waar het om gaat weer, maar zijn geen goede weerspiegeling van de schrijfstijl van Deborah Jackson. Zij schrijft heel levendig en met humor. Ze geeft tal van sprekende voorbeelden, waardoor haar relaas voor velen van ons heel herkenbaar wordt.

    “Ik ben persoonlijk begonnen met het lezen van The Continuum Concept. Maar het boek van Deborah Jackson heeft het voor mij concreet gemaakt. Dit boek is geschreven door een moeder, leest vlot en is heel praktisch en concreet.

    Het is een boek dat ik zo goed vind, dat ik het aan iedereen zou willen laten lezen, maar toch niet wil uitlenen.”

    – Vera Wagemans, moeder van Chiara

    1. Intimiteit – Baby’s zijn geen onbeschreven bladzijden

    Het begin van het leven vergt intimiteit. Om los te kunnen laten, hebben baby’s eerst een gezonde menselijke hechting nodig. Een pasgeborene is geen onbeschreven blad waar ouders op moeten schrijven. Hij is zich bewust van zijn eigen behoeften en zijn mogelijkheden om met zijn ouders te communiceren. Door de behoeften van baby’s op te merken en hierin tegemoet te komen, dragen we bij aan de ontwikkeling van de persoonlijkheid van de baby.

    De communicatie door de baby (door het lachen en huilen enz.) vormt de ouders. Zo ontstaat de subtiele conversatie, die voor de rest van hun leven doorgaat.
    Het gehuil van baby’s is geen kritiek. De baby wil ons niet wegjagen, of ons er te veel bij betrekken, hij wil een liefdevolle omhelzing.

    2. De nooduitgang – vertrouwen tonen in de lichamelijke vaardigheden van peuters

    Kleine kinderen zijn over het algemeen in staat om zichzelf te beschermen tegen zichtbare gevaren, zoals trappen, scherpe punten, meubels en scharen. Ze zijn niet in staat om zich tegen de onzichtbare gevaren, of moeilijk in te schatten gevaren te beschermen, zoals snelrijdend verkeer, medicijnen en schoonmaakmiddelen.
    De beste manier om het kind te leren op zijn eigen inschattingen te vertrouwen, is door te laten zien dat je hem zelf vertrouwd en door hem de kans te geven fysieke vaardigheden te oefenen.

    3. Een kind ontdekt zichzelf – manieren waarop kinderen hun wereld ontdekken

    Baby’s en kleine kinderen leren door aanraking, eerst door vastgehouden te worden en later door zelf vast te houden en te ontdekken met hun eigen handen. Hoe meer een kind bij een activiteit betrokken wordt, des te meer zal hij zijn leervaardigheid ontwikkelen.
    Wat in de ogen van de ouders lijkt op een puinhoop, is vaak een belangrijk bijproduct van het creatieve proces. Wij kunnen nooit zoveel van de innerlijke wereld van het kind weten als hijzelf. Respect voor zijn creativiteit voedt zijn ontdekkingsdrang.
    Het is moeilijk om de verbeelding van een kind te beschrijven, als we daar toch woorden voor gebruiken moeten we er voor oppassen hun ervaringen niet te veroordelen, voor te schrijven, te labelen of belachelijk te maken.

    “Snowmen, elephants and trees can be any colour, any colour at all”

    4. Balanceren – het dagelijkse spel is zijn werk

    Hoe onbeduidend, onsamenhangend of langzaam het voor ons is, het spel van het kind is waar hij voor geboren is. Kinderen die in hun eigen tempo, op hun eigen manier, hun eigen passies mogen volgen, ontwikkelen hierdoor zelfstandigheid. Het beste dat je een kind kunt geven is hem de tijd te geven spelenderwijs te leren, te socialiseren en te ontdekken wat zijn passies zijn.

    5. Hurry up Harry – ouderschap in een gehaaste wereld

    Kleine kinderen leven in een beschermde tijdloze bel, die ze beschermt tegen angst voor de toekomst en spijt van het verleden. Dit geeft ze de vrijheid om het ogenschijnlijke tijdloze heden te ontdekken. Ieder kind heeft de tijd nodig om even te dwalen, te stoppen en te staren. Een kind heeft de behoefte aan de mogelijkheid om in zijn eigen tempo te bewegen en te spelen. Dit betekent echter niet dat ouders hun gehele wereld om dat van het kind heen moeten organiseren. Kinderen zullen leren het onderscheid te maken tussen echte tijd en kindertijd en zich hieraan aan te passen.
    Quality-time laat zich niet zo makkelijk in een schema passen. De echt mooie momenten doen zich vaak voor wanneer je ze het minste verwacht.

    6. De training – kinderen leren om nuttig te zijn en er toe te doen

    Voor we onze kinderen beginnen op te voeden, moeten ze weten en voelen dat we onvoorwaardelijk van ze houden. Een jong kind kun je niet met liefde verwennen en het is ook niet toegeven als je tegemoet komt aan de behoeften van een kind.
    Beloningssystemen kunnen een afleiding vormen voor kinderen met zelfmotivatie. Deze gaan er van uit dat een kind niets voor zijn eigen bestwil zal willen doen.
    Kinderen hebben behoefte aan specifieke en oprechte lof die specifieke vaardigheden aanmoedigen.
    Overdreven complimenten zullen kinderen alleen maar een vertekend beeld van zichzelf en de wereld geven. Het is het beste er bij de opvoeding vanuit te gaan dat een kind zich goed wil gedragen en hem herhaaldelijk de kans te geven om dit te oefenen.

    7. Discipline – echte verantwoordelijkheid en de kracht van spijt

    Discipline komt voort uit een kinds besef er toe te doen en uit verantwoordelijkheidsgevoel. Hij zoekt hiervoor aanwijzingen in het gedrag van volwassenen en oudere kinderen om hem heen. Discipline moet niet verward worden met straf. Straf is een te veel gebruikt hulpmiddel.
    We zijn het aan onze kinderen verplicht ze de regels van onze cultuur over te brengen, maar ze kunnen deze als ze opgroeien wel ter discussie stellen.
    Zelfs kleine kinderen hebben een sterk moreel besef en zijn in staat om spijt en medeleven te betuigen. Ook kunnen ze aardige dingen doen waarvan je zou denken dat ze daar veel te jong voor zijn. Deze uitingen nemen toe als ze worden opgemerkt en aangemoedigd.

    8. Toon je emotie – is het veilig om te praten?

    De gevoelens van kinderen worden primair geuit door hun lichaam. Een kind vragen zijn emoties in woorden uit te drukken is misschien te veel gevraagd. Een manier om kinderen aan te moedigen om te praten is door jezelf beschikbaar te stellen, maar toch met iets anders bezig te zijn. Kinderen kunnen je er dan zelf bij betrekken.
    Kinderen hebben het niet nodig dat wij anticiperen, of hun emoties interpreteren of ontkennen.
    Kinderen zijn zich sterk bewust van hun lichaam en nemen angsten en emoties van anderen waar en hebben zelf een breed scala aan angsten.
    Een kind heeft ouders nodig die eerlijk zijn tegenover zichzelf en die hem de ruimte geven om te ontdekken wat hij echt voelt. Kinderen willen veel minder van hun ouders dan de meeste ouders bereid zijn te geven.

    9. Loslaten – waarom teenagers ons nog steeds nodig hebben

    Het loslaten van teenagers betekent niet dat je ze op moet geven, adolescenten ondervinden veel terugval op hun weg naar volwassenheid. Adolescenten zijn op hun best als ze zich sterk geworteld voelen in de familie en hun omgeving. Hoe eerder kinderen zich nuttig voelen tussen volwassenen, des te meer zullen ze zich op hun gemak voelen met de rechten en verantwoordelijkheden van de adolescentie.
    Als we er op staan om jong volwassenen te behandelen als grillige jonge kinderen, moeten we er niet raar van opkijken als ze zich ook daadwerkelijk als jonge grillige kinderen gaan gedragen.

    10. Tijd en een plaats voor ons – een handleiding voor verstandige ouders

    Ouder zijn vergt omgaan met veranderingen. Dit is heel erg moeilijk als we gestresst zijn en ons schuldig voelen. De stress en het schuldgevoel nemen toe wanner de omgeving uit elkaar valt. We hebben steun van onze omgeving nodig om onze taak zo goed mogelijk te kunnen volbrengen. Als onze eigen familie te ver weg woont of niet bereid is te helpen, dan moeten we zelf een netwerk creëren. Om hulp vragen is geen zwakte. Veel van ons hebben een leven dat uit verschillende hokjes bestaat. Hoe beter de hokjes op elkaar aansluiten, des te makkelijker zal het allemaal gaan. De enige perfecte ouders zijn de theoretici die zelf nog kinderen moeten gaan opvoeden.
    Geeft het op om te hard je best te doen, maar geef nooit op.

    “We pushen onze kinderen, we pushen onszelf. Dit is een pleidooi om te stoppen met pushen. En om zo aardig tegen onszelf te zijn als we zouden willen dat anderen dat waren. Om het diepgaande goede van het leven dat in ieder kind ontstaat, niet te verstoren en met de stroom mee te gaan”.

    Ik vind “Letting go as children grow” heel goed geschreven, het is leuk om te lezen. Het staat vol leuke anekdotes en citaten die een heel herkenbaar beeld schetsen.

    Ook de inhoud spreekt mij erg aan. Ik merk bij mezelf dat ik me af en toe toch ongewild laat meeslepen in het streven naar perfectie, zowel bij mezelf als ouder, als ook bij de “prestaties” van mijn kinderen. Door het (her)lezen van dit boek besef ik dat het allemaal veel makkelijker wordt als ik er met meer vertrouwen en meer ontspannen mee omga.

    Het is een boek dat ik in de toekomst regelmatig uit de kast zal halen om meer te lezen over de stadia waar mijn kinderen zich in bevinden en om me er aan te herinneren ze, vol vertrouwen, te laten gaan.

    Letting Go As Children Grow:
    from early intimacy to full independence – a parent’s guide
    A twenty-first century update of Do Not Disturb – Deborah Jackson
    Uitgeverij: Bloomsbury
    ISBN:0747565767

    Boekbespreking door Michelle

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 15, 2005