Categorie: Invoelend communiceren

  • De bron van liefde en angst: Laat een baby nooit alleen huilen

    Een stukje uit de oude doos: The Sources of Love and Fear, 1950, door Maurice Bevan-Brown een psychiater uit Nieuw-Zeeland.

    Regel nummer 1:

    laat een baby nooit alleen huilen.

    Hij kan huilen omdat hij honger heeft, omdat hij te warm of te koud is, een natte luier heeft, etc. Dat zijn dingen die je kunt verzorgen. Het huilen zou echter ook veroorzaakt kunnen worden door iets heel anders: angst. Als dat niet vroeg onderkend en verholpen wordt, kan dat gevaarlijk zijn. De angst die een baby dan ervaart verwoest meer dan de angst die we als volwassene normaal ervaren; de baby voelt een alles overheersende paniek omdat hij de situatie niet begrijpt, er niet tegen kan vechten of ervoor kan vluchten. Hij kan slechts wachten tot iemand hem komt verlossen. Alle psychiaters kunnen gevallen laten zien waaruit blijkt dat dit de basis legt voor een permanente staat van angst op latere leeftijd. Iedereen die bekend is met de kenmerken van angst zal zich realiseren dat die overeenkomen met de kenmerken van paniek bij een zuigeling: het is irrationeel, het gaat overal en nergens over, er is niet tegen te vechten of voor weg te vluchten, het is alles overheersend.

    De baby mag niet alleen gelaten worden als hij huilt. Dit is de eerste regel in de kinderverzorging die we leren door te kijken naar personen die lijden aan emotionele stoornissen. Als een zuigeling in de eerste weken en maanden van zijn leven alleen wordt gelaten terwijl hij bang is, dan is zijn eerste indruk van de wereld dat het een ongastvrije, gevaarlijke en eenzame plek is, en dat het er geen zin heeft hulp te zoeken. Hij zal voor zichzelf moeten zorgen en geen hulp kunnen verwachten. Dat is alleen niet mogelijk, omdat hij nog hulpeloos is. Het zal niemand verbazen dat zulke indrukken zijn blik op de wereld en de mensen erin voor altijd mede zal bepalen. Veel van zijn later gedrag zal erop gericht zijn zich een veilige plek te verwerven in een onveilige wereld. En als er veel mensen binnen een volk zo rondlopen, zal daaruit volgen dat ze geneigd zijn aan te nemen dat andere volken hen vijandig gezind zijn, en zullen ze zich concentreren op nationale en persoonlijke veiligheid.

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 4, 2000.

  • De stappen van Geweldloze Communicatie

    – Inbal Kashtan

    Vervolg van: Als we verbondenheid omarmen, veranderen we onze wereld: Attachment Parenting en Geweldloze Communicatie

    Onszelf uitdrukken

    Geweldloze Communicatie (GC) houdt in het mededelen van onze waarnemingen, gevoelens, behoeften en verzoeken.

    Stap 1. Waarnemingen: beschrijvingen van wat gehoord of gezien wordt zonder toegevoegde interpretaties. Bijvoorbeeld, in plaats van:” Ze heeft een driftbui”, zeggen:” Ze ligt op de grond en ze huilt en schopt.”

    Stap 2. Gevoelens: onze emoties en niet ons verhaal of gedachten over wat anderen doen. Als voorbeeld: in plaats van: ”Ik voel dat jij onverantwoordelijk bent”, dat een interpretatie is van iemands gedrag, zeg je:” Ik voel me bezorgd”.

    Stap 3. Behoeften: gevoelens worden veroorzaakt door behoeften, welke universeel zijn en niet afhankelijk van de acties van bepaalde individuen. Verklaar je behoefte als de oorzaak en niet de acties van andere personen. Bijvoorbeeld:” Ik voel me geïrriteerd omdat ik steun nodig heb”, in plaats van: “Ik voel me geïrriteerd omdat jij de afwas niet hebt gedaan.”

    Stap 4. Verzoeken: Bewust, nauwkeurig, en geformuleerd in positieve actie-taal (wat je wilt i.p.v. wat je niet wilt). Bijvoorbeeld: “Zou je vanavond terug willen komen op het tijdstip dat we hebben afgesproken?”, in plaats van: ”Zorg je dat je niet weer te laat komt?” Als we een verzoek doen staan we per definitie open voor een: ”Nee,” zien dat als een mogelijkheid voor verdere dialoog.

    Voorbeeld

    Oorspronkelijke mededeling: “Je bent onverantwoordelijk! Je maakte me zo bezorgd toen je niet op tijd thuiskwam! Als je nog een keer te laat komt, krijg je huisarrest.”
    GC mededeling: “Toen je thuiskwam om middernacht nadat we hadden afgesproken dat je om 22.00 zou thuiskomen, voelde ik me heel bezorgd omdat ik gemoedsrust nodig heb over jouw veiligheid. Zou je nu wat tijd willen besteden aan het maken van een plan die jou de autonomie die je wilt geeft en mij helpt me rustiger te voelen?”

    Mededogen met anderen

    In GC, zijn we invoelend met anderen door het proberen te benoemen van hun gevoelens en behoeften: “Voel je je….. omdat je behoefte hebt aan…..?” In plaats van proberen gelijk te krijgen, proberen we te begrijpen. In het bovengenoemde voorbeeld kan de tiener reageren met: “Nee!” de ouder kan dan van uitdrukken overgaan op invoelen: “Voel je je geïrriteerd omdat je vertrouwen nodig hebt in jouw capaciteiten zelf te beslissen hoe je je tijd wilt doorbrengen?” Vanaf hier kan de dialoog voortgezet worden met mededogen en het uiten van gevoelens en behoeften totdat beider behoefte aan verbinding en begrip is vervuld.

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 8, 2001.

  • Als we verbondenheid omarmen, veranderen we onze wereld

    Attachment Parenting en Geweldloze Communicatie

    – Inbal Kashtan

    Toen onze baby een week oud was, uitte zijn grootvader zijn bezorgdheid over het vele dragen van ons kind. Sindsdien is opa bezorgd geweest over samen slapen, lang borstvoeding geven, en we praten nog steeds samen over de verschillen in onze filosofieën met betrekking tot het ouderschap. Op een gegeven moment probeerde opa onze duidelijk verschillende benaderingen in harmonie te brengen: “We willen toch allemaal hetzelfde”, zei hij. “We willen dat onze kinderen opgroeien tot onafhankelijke mensen”.

    Wij willen óók dat onze zoon de middelen zal vinden om voor zichzelf te zorgen en die zijn behoeften zullen vervullen. We willen ook dat hij diep verbonden zal zijn met zichzelf en anderen, en dat hij zowel onderling afhankelijk als onafhankelijk zal worden. In het eerste jaar van het leven van mijn zoon, waren mijn partner en ik heilig overtuigd dat we door het praktiseren van Attachment Parenting (AP) een basis creëerden voor een levenslange verbondenheid en vertrouwensband.

    AP betekent het zorgen voor onafhankelijkheid en onderlinge afhankelijkheid door prioriteiten te geven aan de behoeften van de baby. We dragen ze, voeden ze, houden ze op ons lichaam, verwelkomen ze in ons bed. Maar voordat ze uit de luiers zijn worden onze relaties met hen oneindig veel gecompliceerder. Als ze groter worden, zien we steeds meer autonome mensen van wie de verlangens botsen met die van ons. Geconfronteerd met behoeften die veel ingewikkelder en omvangrijker zijn, zijn we vaak minder helder over onze opties bij het reageren op een manier die zorgt voor vertrouwen, respect en autonomie.

    Hoe ga je om met een tweejarige als hij elk stuk speelgoed van zijn vriendje afpakt? Wat zeg je tegen een kind van vier jaar dat schreeuwt van woede als haar babybroertje huilt? Hoe praten we met een tienjarige over de klussen die hij wéér niet heeft gedaan? Welke strategie zorgt ervoor dat onze tiener open blijft naar ons, en in veiligheid?

    Geweldloze Communicatie (GC), soms aangeduid als meedogende communicatie, biedt een krachtige aanpak waarmee de waarden van AP na de zuigelingenperiode voortgezet worden. Als een proces om ons diep te verbinden met onszelf en anderen, en voor het creëren van sociale veranderingen, wordt GC wereldwijd gebruikt in familieverband, organisaties, scholen, gevangenissen en in gebieden die door oorlog verscheurd zijn.

    GC deelt twee belangrijke uitgangspunten met AP: het motief voor menselijk handelen is het vervullen van behoeften, en veilig vertrouwde relaties worden opgebouwd door aandacht te hebben voor die behoeften. Beide uitgangspunten staan in contrast met gangbare opvoedpraktijken en veronderstellingen over de mens die daaraan ten grondslag liggen. In plaats van te focussen op autoriteit en discipline, geven AP en GC een theoretische en praktische basis bij het opgroeien van meedogende, krachtige en creatieve kinderen die de middelen zullen hebben om bij te dragen aan een vredelievende maatschappij.

    Menselijke behoeften en menselijk handelen

    In tegenstelling tot het conventionele idee dat baby’s manipulatief zijn en snel verwend, zegt AP dat het huilen van onze baby’s altijd pogingen zijn om aan hun behoeften te voldoen. GC gaat ook voorbij aan oordelen over ons en andermans handelen (als manipulatief, verkeerd, slecht, ongepast, of zelfs goed) maar focust op de gevoelens en behoeften van onszelf en anderen. (Zie: De stappen van GC.)

    Neem de volgende situatie. Een kind, Anna, laat haar kleren en speelgoed door het huis slingeren. Pa zal misschien berispen, waarschuwen, stimuleren of straffen. Deze tactieken zullen wel of niet leiden tot een direct door pa gewenst resultaat. Het is echter waarschijnlijk dat het ze ook zullen zorgen voor ongewenste lange-termijn effecten, zoals vermindering van Anna’s intrinsieke verlangen later haar huis ordelijke en netjes te houden, en ze zullen het gevoel van verbondenheid en vertrouwen in de familie aantasten.

    Anna’s moeder zal misschien niets zeggen omdat ze niet precies weet wat zou werken. Omdat er niet aan haar behoeften wordt voldaan, en omdat ze geen vertrouwen heeft dat haar behoeften er toe doen voor Anna, voelt mam zich gefrustreerd en boos. De relatie wordt wéér aangetast, en Anna krijgt geen gelegenheid om oplossingen te zoeken die werken voor iedereen – een krachtig middel om in harmonie met anderen te kunnen leven.

    GC biedt ouders twee sleutelbegrippen die verbondenheid bevorderen: het invoelen van de behoeften en gevoelens van anderen en het uitdrukken van die van onszelf. In de situatie van Anna, kan pa proberen de diepere gevoelens en behoeften van Anna te benoemen, ermee in verbinding komen. Hij zou kunnen vragen: “Ben je opgewonden omdat je wilt spelen?” Of :”Ben je geïrriteerd omdat je zelf wilt bepalen wat je met de ruimte doet?” Vaak zal de overgang naar invoelend proberen de gevoelens van het kind te benoemen de reactie van de ouder zachter maken. Vader ziet Anna niet meer als een obstakel bij het vervullen van zijn eigen behoeften; hij is bereid om zich te verbinden met een ander persoon. En Anna, die ervaart dat ze begrepen wordt, zal ervoor zorgen dat ze naar de gevoelens en behoeften van haar vader zal luisteren, en zal willen bijdragen aan de vervulling ervan.

    Mam zal ervoor kiezen haar eigen gevoelens uit te drukken. Ze zal beginnen met een observatie: “Ik zie kleren, boeken, pennen en speelgoed op de vloer in de woonkamer.” De observatie, in plaats van een interpretatie of oordeel (“Het is een rotzooi”) kan een groot verschil betekenen in Anna’s bereidheid om het vanuit het perspectief van haar moeder te zien. En dan, als mam dan volgt met het uitdrukken van haar gevoelens en behoeften in plaats van direct een oplossing te willen, maakt ze zich menselijk voor Anna:”Ik voel me gefrustreerd omdat ik houd van ordelijkheid in huis.” De moeder laat duidelijk merken dat haar gevoelens veroorzaakt worden door haar eigen onvervulde behoeften, niet door Anna’s handelen. Zo neemt ze de volledige verantwoordelijkheid voor haar gevoelens en behoeften en het vervullen ervan. Ze vervolgt met een bewust uitvoerbaar verzoek: “Zou jij je spullen willen oppakken en ze op hun plek willen neerleggen?” Of, als ze het hele patroon wil verkennen: “Zou je met me willen praten over hoe we aan jouw behoefte om te spelen en te kiezen, en mijn behoefte aan ordelijkheid tegemoet kunnen komen?” Zelfs als Anna dat niet wil op dat moment, kunnen haar ouders empathie en expressie blijven gebruiken totdat wederzijds bevredigende strategieën zijn gevonden – op dat moment of over een tijdje.

    Het is zelfs zo dat één van de meest verbindende momenten in relaties kan optreden als een persoon “Nee” zegt en de ander probeert in te voelen waar die persoon impliciet ”Ja” tegen zegt: “Als je zegt dat je niet hierover wilt praten, is dat dan omdat je meer vertrouwen nodig hebt in dat ik geef om jouw behoeften?” Elke interactie met onze kinderen bevat boodschappen over hoe ze zijn, hoe wij zijn en hoe het leven is. De ouder die een stuk speelgoed afpakt van een dreumes, die het net heeft afgepakt van een ander kind en zegt: “Niet afpakken”, leert haar kind dat afpakken oké is- voor degenen met meer macht. De ouder die eenzijdig de tijd om thuis te komen bepaalt impliceert dat hij zijn tiener niet kan vertrouwen in het nemen van beslissingen over zijn leven. In plaats daarvan, met woorden en daden, kan een ouder drie belangrijke dingen overdragen: ik wil de behoeften die leiden tot jouw handelen begrijpen, ik wil aan jou duidelijk maken welke behoeften en gevoelens aan mijn acties ten grondslag liggen, en ik wil strategieën vinden die aan de behoeften van beiden tegemoet kan komen.

    Door het horen van de gevoelens en behoeften àchter het gedrag en de woorden van onze kinderen, geven we hen iets waardevols. We helpen hen hun behoeften te begrijpen, uit te drukken en ze te vervullen; we laten hen de capaciteit zien om mee te leven met anderen; we helpen hen te zien dat veel behoeften waar mensen waarde aan hechten – de kamer schoon, en nu! Kijken naar tv, geld verdienen – eigenlijk strategieën zijn om diepere behoeften te vervullen.

    Als we onszelf toestaan beïnvloed te worden door de gevoelens en behoeften van onze kinderen, worden we gezegend door het vinden van strategieën om aan onze eigen behoeften tegemoet te komen, en die niet ten koste gaan van onze kinderen. Integendeel, door onze innerlijke wereld van gevoelens en behoeften met onze kinderen te delen, geven we hen een voor onze maatschappij zeldzame gelegenheid: hun ouders goed te kennen, de gevolgen van hun eigen acties te ontdekken zonder de schuld te krijgen, en de kracht te ervaren van het bijdragen aan de bevrediging van de behoeften van anderen.

    Macht delen versus macht over

    Als we onze kinderen iets willen laten doen wat ze niet willen, is het bijna onmogelijk het gebruik van het psychische en emotionele overwicht dat we over hen hebben te weerstaan. Toch werkt het dwingen van een kind om iets tegen z’n zin te doen niet effectief op de korte termijn, en ook worden onze lange-termijn behoeften er niet door ondersteund. (De enige uitzondering hierop is als het gaat om een bedreiging van gezondheid of veiligheid. In dat geval adviseert GC het gebruik van niet-bestraffende, beschermende macht.)

    Marshall Rosenberg, de oprichter en Directeur Educatie van het Centrum voor Geweldloze Communicatie, stelt ouders twee vragen om de grote beperkingen van macht-over tactieken zoals straf en beloning te laten zien: “Wat wil je dat je kind doet?” en: “Wat wil je dat zijn redenen zijn om het te doen?” Willen we echt dat ons kind iets doet uit angst? Schuld? Schaamte? Verplichting? Verlangen naar beloning? De meesten van ons hebben het afstompende effect – en de daaruit voortvloeiende boosheid en wrokgevoelens – ervaren van het doen van dingen om die redenen. Mensen reageren niet met plezier op macht of eisen. Het is duidelijk dat als mensen hun behoeften vervullen ten koste van anderen, er een bijbehorende rekening is voor henzelf. Onze behoeften worden het meest volledig en consequent vervuld als we strategieën vinden die ook de behoeften van anderen vervullen.

    Naast het helpen onze behoeften zonder dwang te vervullen, helpt GC ons ook bij het weerstaan van toegeven aan àlle wensen van onze kinderen, door ons te leren onze gevoelens te uiten, onze behoeften, heldere verzoeken te uiten, en te verwachten dat er rekening wordt gehouden met onze behoeften. Als we consequent laten zien dat we overtuigd zijn van het belang te zorgen voor ieders behoeften – niet alleen die van hen, niet alleen die van ons – dan laten we een manier van leven zien aan onze kinderen en creëren de situatie dat we de macht met hen delen: de macht te kiezen om bij te dragen het leven mooier te maken voor iedereen.

    Zonder dwang of toegeeflijkheid, focust het NVC op menselijke behoeften en helpt ons te realiseren dat wij, onze kinderen en alle mensen deze behoeften hebben. Ik heb grote hoop dat door op deze manier te leven, ik de harmonie in onze familie kan bevorderen, en kan bijdragen aan vrede in onze gekwelde wereld.

    Opgroeien met Geweldloze Communicatie

    Mensen vragen me vaak hoe oud kinderen moeten zijn voordat ouders kunnen beginnen met GC of wanneer het daarvoor te laat is. Ik antwoord dan dat we GC altijd kunnen gebruiken. Bij baby’s zal GC veel lijken op AP, met verbale expressie van onze behoeften en gevoelens en die van onze baby. Hoe jonger de baby, hoe meer primair haar behoeften zijn: als ze groeit, groeit ook de mogelijkheid de behoeften van iederéén erbij te betrekken.

    Beginnen met GC bij oudere kinderen brengt de uitdaging om oude patronen te doorbreken, maar de eenvoud en transformerende kracht van GC maakt het proces meer toegankelijk. Terwijl ieders vaardigheid met GC groeit, groeit ook het plezier door een diepere verbintenis en de opluchting een vorm van ouderschap te vervullen die meer in lijn ligt met onze eigen waarden en onze hoop voor de wereld.

    GC verjaagt niet alle uitdagingen van het ouderschap. Ons kind, zoals de meeste driejarigen, eist, weigert, slaat en negeert. En zoals de meeste ouders, verheffen we soms onze stem, raken gefrustreerd, voelen ons hulpeloos, en vergeten hoe we het ook al weer willen doen als ouders. Tijdens deze uitdagingen echter geeft GC iedereen in onze familie de vaardigheden die de communicatie en connectie weer herstellen. Tijdens de dagelijkse worsteling in het tegemoet komen aan ieders behoeften en het delen van de macht, uit onze zoon vaak zijn gevoelens, doet verzoeken, en verzint strategieën die aan ieders behoeften tegemoet komen. Opgegroeid met GC, lijkt het erop dat hij zich een nieuw voorbeeld voor relaties heeft eigen gemaakt.

    Op een avond, een aantal maanden geleden, was ik erg gefrustreerd en liet dat duidelijk merken. Mijn zoon reageerde: ”Ik vind de manier waarop je jouw gevoelens over wat er gebeurd is vertelt niet prettig”, en demonstreerde de toon van mijn stem van zonet. Hij vervolgde: ”Ik zou willen dat je het zo zegt”, en demonstreerde de manier die hij wel prettig zou vinden. Zonder oordeel vertelde hij zijn waarnemingen, gevoelens en verzoek, met de impliciete behoefte aan respect. Ik veranderde direct en blij mijn toon, en na twee zinnen knuffelden we, diep verbonden.

    Mijn zoon gaat er ook vanuit dat ouders en kinderen samen de macht hebben. Laatst speelden we dat ik een kind was dat bang was om naar de dokter te gaan. In plaats van zeggen: ”Je moet gaan” vroeg hij: ”Wil je gaan?” “Nee, ik ben bang dat het pijn gaat doen”, antwoordde ik. Toen zei hij, ”De dokter zal je geen pijn doen. Wil je nu wel gaan?” Door het spelen van de ouder, begreep hij dat we twee autonome mensen waren, die onze eigen beslissingen namen, met gebruik van de kracht van woorden om tot een wederzijds bevredigende uitkomst te komen.

    Als toevoeging, mijn zoon begint nu ook het verschil te zien tussen behoeften en de strategieën die we gebruiken om ze te vervullen. Op mijn: ”Ik wil even met je praten, wil je je boek even neerleggen als ik tegen je praat?”, antwoordde hij: ”Dat wil ik niet”. Ik had kunnen meevoelen met die “Nee”, proberen te begrijpen welke behoefte hij probeerde te vervullen, maar ik koos ervoor om mezelf wat duidelijker uit te drukken: ”Ik voel me ongemakkelijk bij je als je in het boek zit te kijken, dus zou je het willen neerleggen?” Hij antwoordde: “Oké, ik leg ‘m zo neer, maar eerst wil ik begrijpen waarom je je niet gemakkelijk voelt om te praten terwijl ik in het boek lees.” Ik realiseerde me dat ik mijn behoefte niet duidelijk had uitgelegd, en zei: “Omdat als ik praat ik het prettig vind te weten dat er naar me wordt geluisterd.” Mijn zoon begreep toen mijn behoefte en zag dat we geen conflict hadden. Hij zei: ”Ik luister naar je, dus begin maar met praten.” Toen mijn behoefte bevredigd was, konden we beiden zien dat mijn strategie niet de enige was om aan die behoefte tegemoet te komen.

    GC leert dat alle geweld een tragische uiting is van onvervulde behoeften. Met de voortdurende cyclus van geweld die onze wereld vernietigt, is er grote visie en groot geloof voor nodig om te weten dat we manieren kunnen vinden om elkaar als volledige mensen te zien en om een wereld te maken die aan al onze behoeften tegemoet komt. Als we onze kinderen grootbrengen met het spreken en naleven van de taal van compassie, dan omarmen we die visie en doen mee aan het maken van die wereld.

    Verder lezen: De stappen van geweldloze communicatie

    Meer informatie

    The Center for Nonviolent Communication (www.cncv.org) geeft wereldwijd trainingen, educatief materiaal en meditaties. Er zijn meer dan 100 trainers die geweldloze communicatie geven in 35 landen.

    In Nederland: Centrum Geweldloze Communicatie
    www.geweldlozecommunicatie.nl

    Andere publicaties:
    Leu, Lucy. Nonviolent Communication Workbook for Individual And Group Practice. CNVC, 2001
    Rosenberg, Marshall B. Nonviolent Communication: A language of Compassion, PuddleDancer Press, 1999.

    Dit is vertaald in het Nederlands met als titel: Geweldloze Communicatie, ontwapenend en doeltreffend, Lemniscaat Rotterdam.

    Inbal Kashtan, MA, is trainer bij het Centrum voor Geweldloze Communicatie en de coördinator van het ouderproject van het centrum. Ze geeft workshops en retraites, en trainingen in scholen en organisaties. Ze woont samen met haar partner en zoon in Oakland, California, en ze kan worden bereikt via inbal@cnvc.org.

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 8, 2001

  • Peuters: temmen of vertrouwen? – Naomi Aldort

    In mijn functie als ouderschapscounseler, wordt ik vaak gebeld door verwarde en verbijsterde ouders die zeggen: “ Mijn baby was een engeltje. En toen op een dag veranderde hij in een monster. Ik deed alles volgens het boekje: hij had een rustige geboorte, hij krijgt nog steeds borstvoeding op verzoek, hij slaapt nog steeds naast me, en ik heb hem altijd gedragen. Waarom wordt hij nu zo moeilijk (met twee, drie of vier jaar)?”

    Wat er is gebeurd is eigenlijk een prachtig resultaat van een relatie van vertrouwen en een diepe verbondenheid bevorderd door een gezonde hechting. Het jonge kind vertrouwt haar ouders volledig, en in dat vertrouwen neemt ze terecht aan dat ze aan haar kant staan en dat het veilig is om haar vleugels uit te slaan. De manier waarop jonge mensen echter hun vleugels uitslaan, komt volwassenen niet altijd uit.

    Het komt niet uit als de peuter met modder wil spelen, met water wil experimenteren, dingen uit elkaar wil halen, veel energie heeft, als hij in de gaten gehouden moet worden, vastgehouden en uren voorgelezen wil worden. De meeste ouders die attachment parenting toepassen accepteren met liefde het ongemak als het kind nog een zuigeling of baby is. Het is lastig als de baby op ons kwijlt, ons nat maakt, de vloer vies maakt met eten, of ons een paar keer per nacht wakker maakt – in ons vertrouwen zien we dat het zijn behoeften zijn, en in onze overtuiging bij het verzorgen van een hechte relatie, accepteren we die behoeften met liefde en zonder oordeel. We proberen onze baby niet te leren om op te houden met kwijlen of te stoppen met huilen om zijn onvervulde behoeften. De overgang van een hulpeloze baby naar een actieve peuter kan ertoe leiden dat ouders zich laten misleiden hun aanpak te veranderen van één van totaal vertrouwen en acceptatie naar één van aanleren en strijd.

    Een vader gaf toe dat hij spijt had van de attachment parenting-benadering die hij en zijn vrouw hadden gepraktiseerd bij hun dochter. Op vierjarige leeftijd was ze “wild en veeleisend” terwijl het kind van hun vriend, die “op was gegroeid in een kinderbedje” en naar de crèche ging, zo meewerkend was.

    Omdat ik dit verhaal vaak heb gehoord van verschillende ouders, kan ik niet zeggen dat het hier alleen maar gaat om een verschil in persoonlijkheid van de kinderen. De echte vraag is of dat andere kind echt zo meewerkend is, of dat ze eigenlijk inschikkelijk en gelaten is? Is het kind dat in vertrouwen en verbondenheid is opgegroeid wel echt “wild en veeleisend” of gewoon levendig, vertrouwend en assertief? Misschien zit de moeilijkheid niet in het kind maar in onze houding en benadering als ouders. Misschien is het nodig de attachment parenting-houding met al het vertrouwen, respect en erkenning die erbij hoort, te verlengen met nog veel meer jaren.

    Ook al verdwijnen veel van de aspecten van de meer intensieve periode van hechting langzamerhand als het kind groter wordt, er zijn een paar eigenschappen die voor een ouder essentieel blijven: vertrouwen, leiderschap en compassie. Als we deze kwaliteiten in ons ouderschap behouden, zullen we het leven met peuters veel minder stressvol en hoogst fascinerend vinden.

    We herinneren ons nog even dat we onze baby vertrouwden. We stonden er niet op dat hij een lepel moest vasthouden voor hij daar aan toe was, of dat hij kon lopen. Later stonden we er niet op dat hij praatte voordat hij dat kon. Attachment parenting is afstemmen en reageren op het kind bij elke fase, en we vertrouwen erop dat zijn intentie om te rijpen zelfs urgenter is dan die van ons. De peuter gaat al zo snel – haar aansporen nog sneller te gaan om aan onze verwachtingen te kunnen voldoen zal haar het gevoel geven dat ze faalt, resulterend in een laag zelfbeeld en moeilijk gedrag. Met een houding van vertrouwen kunnen we blijven aannemen dat een peuter doet, wat ze nodig heeft – net zoals we onze baby daarin vertrouwden. Natuurlijk zijn er momenten waarop het kind iets wil dat onveilig of anderszins ontoelaatbaar is. Op dat soort momenten kunnen we het kind erkenning geven voor haar gevoelens van teleurstelling, verdriet of woede, en haar indien relevant een vergelijkbare maar veilige activiteit aanbieden.

    Om te weten wat de rol van leider inhoudt voor een ouder, kunnen we het best beginnen met te zeggen wat het níet inhoudt. Leiderschap betekent niet een kind veroordelen, controleren, onderwijzen of sturen. Leiderschap is geen poging het kind iemand te laten worden die ons gemak dient en onze goedkeuring kan wegdragen. In plaats daarvan is leiderschap gebaseerd op vertrouwen in en respect voor wie het kind is tijdens elke fase in zijn leven. We kunnen ons kind leiden door een creatieve en veilige omgeving te creëren in plaats van het zo veel mogelijk te limiteren. We zorgen voor leiderschap als we opmerken waar de behoeften liggen van het kind en als we de voorwaarden scheppen om op een veilige manier aan die behoeften tegemoet te komen. Ze heeft misschien een ruimte nodig om te rennen en schreeuwen; ze wil naar buiten om te klimmen en vies te worden, en stenen in het water te gooien; ze heeft het misschien nodig om zich onafhankelijk en autonoom te voelen door een rotzooi te maken van haar speelgoed en kleren. Ze heeft ons ook nodig om haar tegen te houden bij onveilige of ongepaste situaties. In haar vertrouwen leunt ze zwaar op deze manier van leiding geven, zonder dat zou ze haar vleugels niet steeds wijder durven uitslaan.

    Als de manier van leidinggeven niet toereikend is, dan heeft het kind het gevoel dat hij niemand heeft waar het op kan bouwen en die het kan vertrouwen. Het resultaat van gebrek aan de juiste vorm van leiderschap en gebrek aan vertrouwen en respect stapelen zich in de loop der tijd op en monden uit in stress, gebrek aan zelfvertrouwen en een gevoel van onveiligheid. Het kind voelt zich verloren en is geneigd te dingen te doen waarvan het hoopt dat het zijn ouders zullen dwingen de leiderschapsrol op zich te nemen – dingen die ouders vaak zien als “ slecht gedrag” of als te veeleisend.

    Bij dit type problemen kan het grootste gedeelte worden voorkomen met een houding van vertrouwen en met leiderschap dat geworteld is in invoelingsvermogen en respect. Er is niemand die ervan houdt als hem iets wordt opgedragen – en peuters nog het minst. Deze eigenschap van een kind respecteren en aan haar kant staan, betekent dat je de weg leidt door haar behoeften te volgen, op basis van wat ze aangeeft. In plaats van haar proberen te laten stoppen met het morsen van water op de vloer, kunnen we buiten een tuinslang regelen of wat tijd in de badkuip. In plaats van boos te worden als het kind haar pyjama niet aan wil doen, kunnen we reageren op haar behoefte door het spelen van het spelletje: “wegrennen van de pyjama”. Wat een ware leider het meest doet, is volgen. Als resultaat hiervan vertrouwt het kind de ouder, en als het nodig is om de leiding te nemen door het herroepen van een gemaakte keuze van het kind, zal het makkelijker volgen, omdat het weet: “mijn mama en papa staan aan mijn kant”.

    De meeste ouders lijken leiders als hun kind een baby is. We vertrouwen en accepteren de baby zoals ze is tijdens elke fase, en tegelijkertijd zijn we ook de managers van het familieleven. Als we uit de winkel moeten, gaan we, als de baby huilt houden we hem vast, erkennen en vervullen de behoefte. Als een luier verschoond moet worden verschonen we, en als de baby verdrietig is als we dat doen, erkennen we weer haar gevoelens terwijl we verschonen. Als ze iets gevaarlijks in haar mond stopt, verwijderen we het en bieden een alternatief aan. De baby rekent erop dat we haar in de gaten houden en haar zullen tegenhouden als ze iets doet wat niet goed is voor haar of anderen. Ze zal alles proberen, en vertrouwt ons daarbij dat we over haar veiligheid zullen waken. Ze rekent sterk op haar ouders. Op diezelfde manier vertrouwt de peuter ons dat we over haar waken en dat we zullen voorkomen dat ze schade aanricht.

    Grenzen

    Ik gebruik bij mijn kinderen of de ouders die ik begeleid nooit de woorden “grenzen stellen” Soms is het nodig om onze kinderen te informeren over grenzen die niet vanzelfsprekend zijn, toch hoeven we niets toe te voegen aan de al bestaande grenzen in hun fysieke en sociale realiteit. De frustratie van het jonge kind is zo groot juist omdat ze steeds grenzen tegenkomt. Het moderne leven met alle technologie, reizen en constante stroom van stimuli kan te intens zijn voor kleintjes. Deze overdaad creëert niet alleen stress, maar we zijn ook gedwongen veel grenzen op te leggen die een kind niet begrijpt en die leiden tot stressgerelateerd gedrag – grenzen zoals veiligheidsgordels vastmaken, niet rennen op het parkeerterrein, niet mogen spelen met elektriciteit, enz.

    Gelukkig wijzen de meeste grenzen vanzelf en kunnen we ons er buiten houden. In feite is een deel van onze taak het reduceren van de hoeveelheid hulpeloosheid in het leven van ons kind, door een paar grenzen uit onze omgeving te verwijderen. Ik vind dat het beperken van de hoeveelheid grenzen in het leven van een peuter hem helpt makkelijker om te gaan met die grenzen waarvan hij er aan toe is ze het hoofd te bieden. Tegelijkertijd hoeven we ook niet alle uitdaging en frustratie uit zijn leven te halen. We kunnen zijn keuzes en neigingen vertrouwen. Frustratie is een gezonde opstap naar groei zolang het niet georganiseerd is door iemand anders dan het kind zelf.

    Mijn jongste zoon Oliver, drie jaar, klimt op de rotsen op het strand. Ik sta erbij, in de aanslag. Al gauw zegt hij: “het is eng”, en vraagt me om hulp om naar beneden te komen. Ik help hem bij het afdalen, ik til hem niet gewoon op en zet hem neer op de grond. Hoe komt het dat hij er bang voor is om in de hoogte te zijn? Hij leerde over de fysieke grens van de zwaartekracht door vallen, vallende blokkentorens en andere dagelijkse ervaringen en nu leerde hij een ander dimensie van zwaartekracht en hoogten kennen. Het leven is de leraar. Hij zorgde voor de uitdaging en de frustratie, en hij rekende op mij dat hij er veilig bij was. Als hij me niet zou vertrouwen, dan zou hij zichzelf niet durven uitdagen. Zelfvertrouwen is het resultaat van het vermogen van het kind om over zijn eigen grenzen te durven gaan.

    Door te volharden in de houding van vertrouwen, kunnen we aannemen dat alles wat het kind doet datgene is waar ze de behoefte toe voelt, net zoals een baby. We leggen ons kind zo min mogelijk op en waken over haar veiligheid terwijl ze zich langs de eindeloos kronkelende lijn van grenzen en doorbraken begeeft. Als een activiteit onderbroken moet worden, helpt het vertrouwen van het kind in ons leiderschap haar bij het accepteren van de zelden opgelegde grens. Als we de speeltuin moeten verlaten, kunnen we ons kind zo vriendelijk mogelijk mee naar huis nemen en haar huilen erkennen met woorden, luisteren en knuffelen.

    We kunnen ons kind niet beschermen tegen de pijn en frustraties die bij het leven horen. Het is ook niet wenselijk want het kan ze alleen maar zwakker maken. Wat we wel kunnen doen is meelevende metgezellen zijn tijdens deze unieke en persoonlijke ‘rit’. Ons kind zal dan leren de vele gezichten van het leven te leren kennen, en invoelingsvermogen en nabijheid leren waarderen. En bovenal zal hij emotionele veerkracht krijgen en vertrouwen in zijn vermogen om te gaan met tegenslag.

    Naomi Aldort is ouderschapscounseler, schrijfster en spreekster. Ze geeft workshops voor ouders en geeft internationaal consulten per telefoon. Naomi’s artikelen kun je vinden in Mothering magazine, in het tekstboek van McGraw Hill University: “A Child’s World”; The Journal for Family Living, Taking Children Seriously, The Nurturing Parent magazine, Mother Tongue, Growning Without Schooling, Kangaroo Kids en meer. Je kunt haar artikelen ook online lezen op www.naturalchild.org en andere sites. Voor een consult, het bestellen van tapes, en voor het organiseren van workshops bel: +1-360-376-3777 (VS) of email: naomi@aldort.com.

    Leestip:
    ‘Do not disturb’ – Deborah Jackson

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 10, 2002

  • Tien alternatieven voor straf

    – Jan Hunt

    Veel ouders weten dat fysieke straf schadelijke gevolgen heeft. Ze weten dat een mep, een klap of een tik op de bips het kind gewelddadig gedrag aanleert, zijn zelfvertrouwen ondermijnt, woede creëert, het leren bemoeilijkt en de relatie tussen ouder en kind beschadigt.

    Maar met weten wat je niet moet doen ben je er nog niet. Ouders die straf willen vermijden vragen zich af wat ze er voor in de plaats kunnen zetten. Helaas bevelen veel opvoedkundige boeken en artikelen in tijdschriften ‘alternatieven’ aan die bij nader inzien gewoon andere manieren van straffen zijn. Hieronder vallen ook de zogenaamde ‘logische’ consequenties, time-out en het onthouden van privileges.

    Al deze methoden hebben veel gemeen met fysieke straf, en hebben dezelfde boodschap: de ouder is niet geïnteresseerd in de onderliggende behoefte achter het ongewenste gedrag en is bereid misbruik te maken van zijn macht en het verschil in lichamelijke kracht . Ze vertellen het kind dat de mensen die hij vertrouwt en waar hij van houdt hem pijn willen doen. Die boodschap maakt een kind ‘gek’, omdat het zo ver af staat van zijn intuïtieve begrip van hoe liefde er uit zou moeten zien. Ten slotte missen deze benaderingen de beste gelegenheid voor het kind om te leren, omdat hij zich erdoor terugtrekt in wraakfantasieën, en zich niet kan richten op wat er werkelijk aan de hand is. Echte alternatieven voor straf helpen een kind te leren op een gezonde manier. Er is geen groter genoegen dan een kind toe te staan om ons te leren wat liefde is.

    Hier zijn tien alternatieven die het kind alleen positieve, liefdevolle boodschappen geven:

    1. Voorkom ongewenst gedrag door aan de behoeften van je kind tegemoet te komen als hij deze voor het eerst laat zien. Dat is wellicht de beste benadering. Het voorkomt niet alleen ongewenst gedrag, maar laat het kind ook zien dat je echt om haar geeft. Als er aan haar huidige behoeften wordt voldaan, is ze vrij om naar de volgende leerfase te gaan.

    2. Zorg voor een veilige kindvriendelijke omgeving. Het heeft niet veel zin om waardevolle spullen in de buurt van een dreumes neer te zetten, als ze ook weggehouden kunnen worden tot het kind oud genoeg is om er voorzichtig mee om te kunnen gaan. Zorg bij oudere kinderen voor genoeg gelegenheid om actief te spelen.

    3. Pas de gouden regel toe. Denk na over hoe jij behandeld zou willen worden als je je in dezelfde omstandigheden zou bevinden, en behandel je kind op dezelfde manier. Een mens is een mens ongeacht de leeftijd.

    4. Laat zien dat je de gevoelens van je kind erkent. Ook al lijkt zijn gedrag niet logisch, de onderliggende gevoelens en behoeften zijn echt en dienen serieus genomen te worden. Als je zoiets zegt als: ”je ziet er verdrietig uit”, laat je zien dat je geeft om zijn behoeften en gevoelens.

    5. Bevestig de gevoelens van je kind, zodat het weet dat je ze begrijpt en erom geeft. Dat hij geaccepteerd wordt om wat dan ook voor gevoelens te hebben, en dat hij nooit afgewezen zal worden vanwege het hebben van bepaalde gevoelens. “Dat vond ik ook eng.”

    6. Kom aan de behoefte tegemoet die leidde tot het gedrag. Als we uiterlijk gedrag bestraffen, komt de ontkende behoefte op andere manieren naar buiten, tot er tenslotte aan tegemoet is gekomen. Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen: “voel je je verdrietig omdat je vriend is verhuisd?”.

    7. Sta aan de kant van je kind. Indien mogelijk, probeer een oplossing te vinden die met ieders behoeften rekening houdt. Overweeg een cursus in geweldloze communicatie *, om conflictoplossende technieken te leren.

    8. Verzeker je kind ervan dat hij gewaardeerd wordt en dat je van hem houdt. Zogenaamd slecht gedrag is vaak een poging van het kind om haar behoeften aan meer aandacht en liefde te tonen, op de beste manier die ze op dat moment kent. Als ze dat op een meer volwassen manier zou kunnen, zou ze dat doen. “Zullen we samen een boek lezen zodat we wat tijd met elkaar doorbrengen?”.

    9. Zorg voor positieve alternatieve ervaringen en productieve activiteiten. Geef tekenspullen, lees een verhaaltje, zet een bak water neer of ga een wandeling maken. Dat kan de aandacht wegleiden van een situatie die te veel stress oproept om op dat moment op te kunnen lossen. “Laten we gaan kleien!”.

    10. Vraag jezelf: zal ik hier later lachend op terug kijken? Als dat zo is, waarom dan nu niet lachen? Zoek een manier om de herinnering te maken die je later wilt hebben als je op deze dag terugkijkt.

    Op bovengenoemde manieren hebben we de meest kans op de echt gemeende medewerking die we zoeken. Maar onze grootste beloning zal een levenslange wederzijdse liefdevolle vertrouwensband zijn met ons kind.

    * Noot:

    Meer over geweldloze communicatie:
    ‘Geweldloze Communicatie, ontwapenend en doeltreffend’ – Marshall B. Rosenberg

    Website: Authenta – Centrum voor Authentieke en Geweldloze Communicatie
    www.authenta.nl

    ‘Opvoeden in vertrouwen – opvoeden zonder straffen en belonen’ – Justine Mol
    Website: www.justinemol.nl

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 6, 2001