Categorie: Consistent zorgen

  • Kinderopvang gebaseerd op attachment

    door Richard Bowlby

    Om een relatie op te bouwen en onderhouden tussen een baby en verzorger als tweede hechtingsfiguur, is het nodig dat de verzorger een continue op de persoon toegesneden zorg levert voor verscheidene jaren. Maar zelfs dan is het niet zeker dat er een band zal ontstaan. Om een band te laten ontstaan tussen de ze, moet de verzorger bereid zijn een emotionele commitment te geven aan de baby. Zelfs de meest gevoelige dagopvang met een secondair hechtingsfiguur zal waarschijnlijk meer stress geven dan zorg van de primaire hechtingspersoon, maar het lijkt geen significante lange termijn factor te zijn voor zekere en onzekere kinderen.

    Een model voor kinderopvang gebaseerd op hechting is een gezinstype groep die de verzorger in staat stelt zorg te bieden aangepast op de leeftijd voor ieder kind.

    Een aantal voorbeelden van karakteristieken waarmee kinderopvang gebaseerd op hechting zich onderscheidt zijn:

    – dat baby’s niet worden geaccepteerd totdat ze 9 maanden oud zijn, tegen die tijd hebben ze een primaire band gevormd met de persoon die ze opvoedt – meestal maar niet noodzakelijk de biologische moeder.

    – de verzorgers moedigen de baby’s en peuters actief aan om secondaire attachment, een band aan te gaan, en de ouders stemmen hier mee in

    – dat baby’s en peuter worden vergezeld van hun primaire hechtingsfiguur voor de eerste weken van de opvang terwijl de baby vrienden wordt met de nieuwe verzorger – het eerste stadium van het ontwikkelen van een secondaire hechting

    – dat door het introduceren van een paar minuten scheiding en geleidelijk de tijd op te voeren, de baby zich realiseert dat ze getroost kunnen worden door hun verzorger en zich veilig voelen, waardoor hun cortisol niveau’s zo laag mogelijk wordt gehouden

    – dat de duur van opvang elke dag kort wordt gehouden voor baby’s terwijl hun secondaire band ontwikkelt
    – dat de baby’s en peuters in deeltijdse kinderopvang zijn tot ze 18 maand oud zijn en dat verzorgers niet meer dan drie baby’s of peuters bij zich hebben verspreid in leeftijd: één tussen 9 en 18 maand oud, één tussen 18 en 36 maand oud en een kind ouder dan 36 maanden

    – dat verzorgers voldoende energie hebben, en getraind en ondersteund worden om te voldoen de lichamelijke, cognitieve en emotionele behoeften van baby’s, peuters en jonge kinderen in hun zorg

    – dat baby’s en peuters secondaire hechtingsbehoeften worden vervuld, onderhouden en gemonitord

    – dat de emotionele band van verzorgers met de kinderen waar ze voor zorgen sensitief ondersteund en gemonitord wordt

    – dat ouders worden ondersteund in het onderhouden van de primaire band tussen hun kind en henzelf

    Bron: Social Baby: Richard Bowlby – Stress in Daycare

    Lees ook

    Te vroege kinderopvang schaadt voor het leven

    Website tip

    What About The Children? Raising awareness about the emotional needs of under threes:
    http://whataboutthechildren.org.uk

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap nr 17, 2010

  • Te vroege kinderopvang schaadt voor het leven

    Jan Peeters

    Terwijl het ook voor Nederlandse moeders steeds moeilijker zal worden hun kinderen zelf groot te brengen, heeft in Groot-Brittannië een groep eminente wetenschappers ernstige bezwaren geuit tegen kinderopvang tot drie jaar.

    Maar liefst 110 in het Verenigd Koninkrijk werkzame wetenschappers, psychologen, artsen en andere deskundigen willen zo snel mogelijk een nationaal debat over de vraag of kinderen onder de drie jaar wel door anderen grootgebracht mogen worden dan mensen uit de directe en vertrouwde omgeving.

    “Gelijkmatige en continue zorg door een vertrouwde persoon is de sleutel voor een veilige en koesterende omgeving voor kleine kinderen”, aldus een brief waarmee de deskundigen zich onlangs tot de Britse krant Daily Telegraph hebben gewend. “Onderzoek wijst erop dat wanneer dit ontbreekt gedragsproblemen kunnen ontstaan.”

    De deskundigen vrezen dat door het jongste overheidsinitiatief voor meer kinderopvang, meer ouders hun kinderen “in een situatie zullen brengen die mogelijk niet ten goede komt aan hun emotionele behoeften”.

    Kinderopvang thuis: de manier waarop de moeder met het kind omgaat, bepaalt of het kind zich ook echt geborgen voelt.

    ‘Sociaal misvormd’

    Initiatiefnemer is Sir Richard Bowlby, zoon van Sir John Bowlby, die in de jaren vijftig de ‘hechtingstheorie’ ontwikkelde. Hij schreef een compacte samenvatting van zijn idee en stuurde die aan dertig ’s werelds meest vermaarde experts, die merendeels met hem instemden.
    “Ik zeg niet dat alle kinderopvang slecht is en iedere moeder het goed doet. Maar het is voor een dagopvang moeilijker de benodigde omgeving te creëren dan voor een moeder, een vader of grootouder of andere verzorger.”

    Hij krijgt bijval van psycholoog en opvoedkundige Steve Biddulph, die kinderopvang beneden de twee jaar ongeschikt vindt voor de hersenontwikkeling. “De gezonde ontwikkeling van de hersenschors van het kind hangt af van liefdevolle een-op-een zorg, maar we hebben nog nooit een economie of regering gehad die zo weinig waarde hecht aan liefde.

    Het is economisch gezien verstandig om jonge ouders meer tijd voor de opvoeding te geven omdat het voorkomt dat straks sociaal misvormde jonge mensen onze scholen, straten en werkplekken vullen.”
    “Wat wij nodig hebben zijn rustige, zorgzame mensen die zich kunnen hechten en nabij kunnen zijn. Wij kweken precies het tegenovergestelde.”

    Hechtingstheorie

    De hechtingstheorie van John Bowlby gaat ervan uit dat ieder kind voor een normale ontwikkeling behoefte heeft aan één primaire en een of meer secundaire personen aan wie het zich kan hechten.
    Die band heeft allereerst de biologische functie bescherming te bieden tegen gevaren die het nieuwe leven bedreigen. Maar zij heeft ook de emotionele functie vanuit vertrouwen de wereld te kunnen verkennen.
    De manier waarop de moeder met het kind omgaat, bepaalt of het kind zich ook echt geborgen voelt. Die geborgenheid kan alleen tot ontwikkeling komen als het kind de moederfiguur als werkelijk beschikbaar ervaart. Dat houdt in dat de moeder bereikbaar is en dat zij bereid en in staat is op een adequate manier op de fundamentele behoeften van het kind in te gaan.

    De mate van beschikbaarheid van de moeder bepaalt of het kind zichzelf gaat zien als iemand die de moeite waard is of niet. Een veilig gehecht kind heeft geleerd dat die opvoeder te vertrouwen is, dat zij er is als je haar nodig hebt en dat zij je spanningen kan verlichten. Het voornaamste kenmerk van deze opvoeder is dat zij snel en adequaat reageert op de signalen die het kind uitzendt.
    Deze theorie is in de afgelopen vijftig jaar tot de meest aangevallen, geprezen en wetenschappelijk onderzochte veronderstellingen gaan behoren. De kans is daarom buitengewoon groot dat die klopt, aldus Sir Richard, die zich sinds 1994 intensief is gaan bezighouden met zijn vaders theorie en de ontwikkelingen die zich daarna hebben voorgedaan.

    Eerste en ‘tweede’ keus

    Naast de primaire hechtingsfiguur, meestal maar niet noodzakelijkerwijs de moeder, heeft het kind meestal nog enkele mensen met wie het een speciale band ontwikkelt zoals met broers en zussen, opa’s en oma’s, kindermeisjes en in het bijzonder de vader. Een kind dat drie of meer van deze secundaire hechtingsfiguren kent, is vaker beter bestand tegen spanningen en voelt zich beter beschermd.
    Volgens Bowlby is er niets aan de hand wanneer kinderen van een half tot tweeëneenhalf jaar enkele uren per dag van hun moeder gescheiden worden als zij worden verzorgd door een persoon die tot de tweede categorie behoort. Wanneer die gelijkmatig, gevoelig en attent zijn, kan dit de sociale en cognitieve ontwikkeling van de peuter ten goede komen. Zoals kinderen vanaf drie jaar vaak profijt hebben van twee tot drie uur in een goede peuterspeelzaal.

    Risicofactoren

    Hoe natuurlijk dit ook lijkt, toch kampt volgens Bowlby rond 40 procent van de Britse en Amerikaanse peuters met wat men noemt ‘onveilige hechting’. Onveilige hechting wordt algemeen beschouwd als een risicofactor die bijdraagt aan psychische problemen bij kinderen en – later – als volwassenen. Zij zijn emotioneel kwetsbaarder en zijn veel gevoeliger voor scheiding, ook al is het maar een paar uur, van de hechtingsfiguur.

    De wereld van de kleintjes gaat helemaal op zijn kop wanneer er geen ouders zijn of deze het kind chronisch verwaarlozen, verslaafd of gewelddadig zijn. Iets minder ernstig zijn depressies, (te) jonge ouders of het ontbreken van vaardigheden. Armoede verergert de zaak alleen maar.
    Op zich lijken kinderen het onder deze omstandigheden soms toch goed te doen, maar een combinatie van deze factoren leidt bijna geheid tot latere problemen.
    Een ander probleem is wanneer het kind de verzorg(st)er als primaire hechtingsfiguur gaat zien.

    Emotionele vaardigheden

    Volgens Bowlby heeft dit te maken met de snelle ontwikkeling van de rechterhersenhelft tijdens de eerste dertig maanden. Daar ontwikkelen zich de vaardigheden die nodig zijn voor relaties, emoties en het meevoelen met anderen. De baby en peuter maakt zich deze vaardigheden onbewust eigen door de herhaling. Vandaar dat de constante kwaliteit van de zorg bepalend is voor hun ontwikkeling. Rond het derde jaar begint de linkerhersenhelft aan de groeispurt, wat onder meer te merken is aan de snel toenemende taalvaardigheid en het bewustzijn van tijd.

    Stresshormoon

    Waar onderzoekers zich steeds meer zorgen over maken is dat bij baby’s en peuters in groepsdagopvang hoge doses van het stresshormoon cortisol worden aangetroffen. Die stof wordt door het lichaam aangemaakt en is nodig om goed te functioneren. Het kind maakt die aan bij lawaai, ruzies of wilde spelletjes, maar ook wanneer het zich te weinig geborgen voelt omdat het zich niet kan hechten aan de verzorger(s). Wanneer het wisselen van verzorgers te vaak gebeurt kan het kind zelfs weigeren zich opnieuw te hechten.
    Het bewust regelmatig wisselen van de verzorgers om hechting te voorkomen kan daarmee een risicofactor worden.

    Paniek

    Baby’s en peuters tussen de zes en dertig maanden voelen zich instinctief onveilig wanneer zij geen ‘tastbare’ bewijzen hebben van de aanwezigheid van hun bekende en vertrouwde hechtingsfiguren, al is het maar geur of geluid.

    Zij willen naar hen op zoek en zetten het vaak op een brullen. Wanneer zij na een tijdje in de situatie lijken te berusten, betekent dat niet dat de stress voorbij is, zeker niet wanneer ze zich stil houden of ‘bevriezen’.
    Bowlby vergelijkt het gevoel van zo’n klein kind zonder hechtingsfiguur met dat van een kind dat op een strand zijn ouders kwijt is.

    Gewenning

    Wanneer veilig gehechte kleintjes weer met hun moeder worden herenigd en voldoende aandacht en troost krijgen zodat het cortisolniveau tegen bedtijd is genormaliseerd, kan het kind de volgende dag opnieuw voor enkele uren van zijn moeder worden gescheiden, mits het verzorgd wordt door een secundaire hechtingsfiguur.
    Uit onderzoek blijkt dat deze categorie kinderen dit meestal aankan zonder gevolgen op de langere termijn.
    Bij ‘onveilig gehechte’ kinderen kan juist het onveiligheidsgevoel ertoe bijdragen dat het cortisolniveau tegen bedtijd en zelfs bij het ontwaken nog steeds hoog is.

    Voor het leven getekend

    Richard Bowlby noteert een aantal risicofactoren voor baby’s en peuters in de kinderopvang. De eerste is voor veilig gehechte kinderen die geen verzorger hebben als secundaire hechtingsfiguur. Dit is des te dramatischer voor onveilig gehechte kinderen.

    Hetzelfde geldt wanneer het weggaan bij de moeder ongevoelig wordt aangepakt. Als er dan ook nog eens geen secundaire hechtingsfiguur is of als er thuis een crisis is, kan het kind volkomen overrompeld worden. “Dat kan resulteren in de emotionele- en gedragsproblemen die wij steeds meer zien. We moeten ons realiseren dat deze risicofactoren het vermogen van kinderen aantasten om zelf stabiele relaties aan te gaan”, aldus Bowlby.

    Vanwege de vele risico’s is Bowlby er voorstander van dat ouders zelf beschikking krijgen over een ‘opvanggeld’ en er zo ook voor kunnen kiezen hun kind zelf op te voeden of grootouders of andere vertrouwde personen in te schakelen. “In een samenleving die beide ouders aanmoedigt buitenshuis te werken terwijl hun kinderen nog geen drie zijn, speelt hechtingsgeoriënteerde kinderopvang een cruciale rol in de gezonde emotionele ontwikkeling van onze kinderen.”

    © 2006 Katholiek Nieuwsblad
    Met toestemming overgenomen.

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap nr 17, 2010

    Lees ook:

    Kinderopvang gebaseerd op attachment – Richard Bowlby

  • De menselijke baby

    James Kimmel

    Tederheid verscheen bij onze voorouderzoogdieren al voordat ze vuur leerden te behouden of een steen te vormen.

    – Lewis Mumford, The Conduct of Life

    De menselijke zuigeling is een hulpeloos wezen bij de geboorte. Hij is praktisch immobiel, hij kan niet kruipen, lopen of spreken, en is behoorlijk begrensd in zijn mogelijkheid om een bepaald doel te bereiken. Anders dan andere primaten kan het zich zelfs niet vasthouden aan zijn moeder. Het moet gedragen worden als het van de ene naar de andere plaats moet. Vijfenzeventig procent van zijn hersenen ontwikkelen zich na de geboorte. Het kan niet in leven blijven zonder inspanning van een ander mens. En hij heeft jaren van ontwikkeling nodig voordat hij voor zichzelf kan zorgen . De hulpeloosheid van een baby en zijn onrijpe ontwikkeling vereist een bron van zorg. De natuur heeft voor een bron gezorgd om aan deze behoeftes te voorzien: de menselijke moeder.

    Moeders zijn biologisch en genetisch ontworpen om te zorgen voor hun baby’s. De moeder van een pasgeborene heeft alles wat een baby nodig heeft – armen om hem vast te houden, borsten met mensenmelk om hem te voeden en te troosten, een mensenlichaam om met hem te delen, een persoon om hem te beschermen en er te zijn voor hem. Zij is iemand die zich ontwikkeld heeft met de kracht en specifieke bronnen die de baby toestaan om in leven te blijven en zich normaal te ontwikkelen na zijn geboorte. Moeder en zuigeling ontwikkelen niet apart van elkaar, maar gezamenlijk. De moeder is de andere helft van het menselijke zorgproces, een proces dat bij de conceptie begint en welke doorgaat tot vele jaren na de geboorte. Alhoewel een moeder en haar baby structureel gezien gescheiden zijn op het moment van de conceptie, ontwikkelen ze zich om als geheel te functioneren. Donald Winnicott, de Engelse psycholoog, zei eens, “er is niet zoiets als een baby, er is een baby én iemand”. Deze stelling bevat de werkelijkheid van de mensenbaby, een werkelijkheid welke vaak over het hoofd wordt gezien door onze maatschappij, omdat baby’s ten onrechte gezien worden als gescheiden individuen.

    Het is niet mogelijk om de mensenbaby of zijn ontwikkeling volledig te begrijpen als we hem gescheiden bestuderen van de “iemand” die hem in leven houdt. Er is nog nooit een baby geweest die leefde zonder de hulp en steun van een ander mens, met de mogelijke uitzondering van een paar geïsoleerde en niet bewezen aanwijzingen van kinderen die door dieren opgevoed zijn. En aangezien deze enkele individuen abnormaal in hun ontwikkeling waren, ten tijde dat ze gevonden werden, lijkt het me veilig om te concluderen dat een baby die ontwikkelt zonder de zorg van een ander mens, abnormaal zal zijn. Dus wanneer we spreken van baby’s, over hun behoeftes, moeten we ook spreken van moeders, of de “iemand”, of meerdere personen die haar plaats innemen. De behoeftes van baby’s, en wie baby’s zullen worden, zullen het moeten doen met niet alleen hun genen, maar ook met hun verzorgers en de maatschappij waarin ze ontwikkelen. Baby’s komen op de wereld met één kracht, de kracht om emoties van tederheid en zorg uit te lokken bij andere mensen, in het bijzonder bij hun moeder. Alles in een zuigeling is gemaakt om zo’n reactie uit te lokken. Ze is klein, zacht, kwetsbaar, onschuldig en uitnodigend. Haar behoefte aan zorg en bescherming is overduidelijk. Haar huilen is ontstaan om haar moeder (en andere mensen) angstig en bezorgd te maken. Het is een signaal van nood waarop emotioneel normale mensen reageren met een poging om te helpen. Moeder en baby zijn in het begin vreemden voor elkaar, maar de moeder, door het leven van haar baby aan haarzelf te bevestigen, brengt een samengevoegd geheel tot stand, waarin ieder een deel van de ander wordt. De moeder wordt de “iemand” die het voor de baby mogelijk maakt om in leven te blijven en zich na de geboorte verder te ontwikkelen.

    Een baby zal kort na de geboorte al beginnen met glimlachen, zal plezierige en lieve geluidjes maken, haar moeder herkennen en ontdekken, later lachen, uitreiken, aanraken en knuffelen, dit alles zorgt voor een tedere hechting aan haar. Ze geeft aan dat ze het leuk vindt om bij haar moeder te zijn, dat ze niet een vreemde is, dat ze een vriendelijk en sociaal wezen is en dat ze alle menselijke emoties heeft, net als haar moeder. Moeder en baby zijn structureel gezien gescheiden, zonder bevestiging middels de placenta na de geboorte, maar ze zijn niet fysiek of emotioneel gescheiden. Ze hebben zich ontwikkeld tot een verzorgend stel met intiem en fysiek contact dag en nacht, een duo dat reageert op elkaars humeur en gevoelens. Een moeder glimlacht als haar baby glimlacht, lacht wanneer haar baby lacht, is angstig als haar baby angstig is, gelukkig als zij gelukkig is en droevig als ze niet gelukkig is. Een baby lacht wanneer haar moeder lacht, lacht om haar geluiden van vreugde, raakt van streek wanneer haar moeder van streek, angstig of boos is, of niet toegankelijk is als ze bij haar wil zijn.

    De moeder-kind relatie is waarschijnlijk de meest sociale van alle menselijke relaties door de fysieke intimiteit, minimale scheiding, sterke wederzijdse afhankelijkheid en de noodzakelijkheid voor eenheid bij het functioneren, samenwerken, empathie en identificatie. Geen enkele andere relatie, inclusief die van een volwassen stel, stelt de kracht van de menselijke mogelijkheid zo op de proef om te verbeelden, bewonderen en “iemand anders” worden, aangezien het eerst non-verbaal is en dan minimaal verbaal voor vele jaren. Een baby kan je niet met taal vertellen wie hij is, wat hij voelt, of wat hij wil of nodig heeft. De moeder moet in aanraking komen met de “vergeten taal”, die non-verbale manieren van communiceren met een ander van onze soort, die voorheen de enige manieren waren om onze zorgelijke gevoelens aan elkaar duidelijk te maken.

    Voor een baby, die aangeboren sociaal is, is de relatie met zijn moeder zijn kennismaking met de menselijkheid, zijn eerste menselijke relatie en degene die de trend zet voor al zijn toekomstige relaties. Voor de moeder is het een mogelijkheid om voor een leven van een ander te zorgen en het te koesteren, om direct te delen en bij te dragen aan de ontwikkeling en creatie van een mens, en door dit te doen, te groeien in haar menselijke realiteit.

    Een baby is zich er in eerste instantie niet bewust van dat hij effect kan hebben op zijn moeder, dat hij de kracht heeft om te zorgen dat ze teder voor hem zal zijn. Ook kan hij niet iets speciaals doen zodat ze voor hem zorgt. Hij vertrouwt, zonder het te weten, op miljoenen jaren van evolutie van de zoogdieren, op het feit dat hij een baby is en zij de moeder, dat zij haar kinderen van de tederheid en zorg die ze ontwikkeld heeft (evolutionair gezien) voorziet.
    Wij zijn een soort wiens bestaan genetisch bepaald is, genetisch bepaald in onze mogelijkheden om genegenheid te voelen voor het leven dat wij creëren en de capaciteit om dit leven te verzorgen, voor én na de geboorte. Vóór de geboorte volgt het zorgproces zijn eigen natuurlijke genetische en biologische pad, en kan tijdens de duur van de zwangerschap alleen maar afgebroken worden door een miskraam of abortus. Het lichaam van de moeder past zich spontaan aan en biedt de condities waardoor het embryo en foetus kunnen groeien. Zelfs niet gewilde concepties die voldragen zijn, kunnen gezonde baby’s op de wereld zetten. Voor veel individuen kan het proces van vóór de geboorte, doordat het afhankelijk is van de cultuur, de enige keer zijn in hun leven waarop ze verzorgd zijn op een normale, menselijke manier.

    Zoals bij alle zoogdieren eindigt de zwangerschap niet bij de geboorte. De zorg na de geboorte is, alhoewel het genetisch en biologisch verbonden is met het proces van voor de geboorte, helaas niet automatisch. Bij de mensen kan de moeder kiezen, en beïnvloed worden door anderen in haar cultuur, om dit proces niet voort te zetten. Het is waarschijnlijk dat in het begin van de mensheid de moeders veel meer geleid werden door hormonen, instincten en reflexen, in hun reactie op hun pasgeborenen dan later in de tijd. Maar toen we onze moderne hersenen ontwikkelden, werd de zorg voor onze baby’s en jonge kinderen een bewuste activiteit. En toen bewustzijn steeds meer bepaald werd door cultuur, werd de zorg voor baby’s en kinderen een cultureel proces, dat in grote mate beïnvloed werd door de socio-economische organisatie van een cultuur.

    Er wordt niet langer op een manier voor een baby gezorgd die bij hem past, maar op de manier waarop baby’s in de samenleving passen. We zijn een soort, die genetisch ontworpen is om ons nageslacht op te voeden. Wij zijn ook een soort die ook een pasgeborene begrijpt, waardeert en prioriteit kan geven aan de behoefte van de pasgeborene aan zorg, door onze capaciteit van bewustzijn en opmerkzaamheid. We kunnen als individuen maar ook als samenleving moeders aanmoedigen om voor hun baby te zorgen. Maar bewustzijn heeft twee kanten. Via culturele conditionering kunnen we bijvoorbeeld geloven dat biologisch “moederen” niet belangrijk, onnodig en een oneerlijke, indringende last in het leven van een vrouw is, of dat teveel zorg baby’s verwent en schadelijk is voor de ontwikkeling, of zelfs dat sommige baby’s, afhankelijk van hun geslacht, “imperfectie” bij de geboorte, afkomst, of “onwettigheid”, niet zouden moeten leven.

    We kunnen er zeker van zijn dat voor het grootste gedeelte van het menselijke bestaan, moeders, moederen en de behoefte van een baby aan een moeder erg belangrijk was en er hoge prioriteit aan werd gegeven door de menselijke groep. Als dit niet het geval zou zijn geweest, zouden we het niet overleefd hebben, of we zouden zo gebleven zijn als een soort dat moederen vereist. Moeder en baby zouden niet lang op zichzelf hebben kunnen leven, gescheiden van een groep. Ook hadden ze het niet overleefd zonder de steun van de groep.

    Negenennegentig procent van alle mensen die ooit geleefd hebben waren jager-verzamelaars (Nanda). Studies van deze samenlevingen bevestigen het respect en steun die door de groep gegeven werd aan de moeder, die de zorg had voor een baby. Sinds de oudheid tot op heden is er een overeenstemmende inspanning gedaan in de westerse samenleving, om de noodzaak voor de natuurlijke moeder om haar kind te verzorgen te elimineren. Moeders zijn in veel culturen en op veel tijdstippen aangemoedigd om hun tedere gevoelens voor hun baby’s te onderdrukken, ontmoedigd om hen op de biologisch, menselijke manier te verzorgen, en in plaats daarvan de zorg voor hun baby’s over te dragen aan anderen. De oppas en de fles getuigen van deze historische feiten. Beide culturele methodes om baby’s te voorzien van voedsel zijn, tot onze spijt, geslaagd om hun doel te bereiken, het doel om de noodzaak voor een natuurlijke moeder die voor haar kind zorgt te elimineren. Ze hebben de biologische condities voor de reproductie van de mens, de manier waarop het nieuwe leven van de mens zich ontwikkelt, en misschien de mensheid zelf, dramatisch veranderd.

    De geschiedenis van de kindertijd in de beschaafde wereld laat blijken dat baby’s niet altijd gezien werden als kinderen om lief te hebben, of die tederheid nodig hebben. In verschillende periodes en om verschillende redenen werden ze gezien als het kwaad, schadelijk, lastposten, waardeloos, niet-gewild en verbruikbaar. Ze zijn natuurlijk ook als zodanig behandeld (deMause, Beekman). Lloyd de Mause beweerde in zijn boek over de geschiedenis van kinderzorg; “de geschiedenis van kinderzorg is een nachtmerrie van waaruit we pas recentelijk aan het ontwaken zijn”. Hoe verder de geschiedenis terug gaat, hoe lager het niveau van kinderzorg, en hoe meer waarschijnlijk kinderen vermoord, verlaten, geslagen, geterroriseerd en seksueel misbruikt werden.

    DeMause verwijst naar de samenlevingen met beschaving, niet de samenlevingen van mensen buiten de beschaafde wereld. Het verhaal van mensen die leven als jager-verzamelaars is behoorlijk verschillend, als er naar gekeken wordt naar kinderen, dan degene die door hem beschreven werden. Studies door antropologen van jager-verzamelaar-groeperingen beschrijven baby-en kinderzorg in deze groepen niet als een “nachtmerrie”. Ze beschrijven de zorgen van de kinderen als “toegeeflijk”. Men ervaart wel dat als deze groepen blootgesteld worden aan de “beschaafde manieren”, dat de zorg voor baby’s en jonge kinderen minder zorgzaam, harder, wreder en straffend wordt.

    (Noot van de redactie: Er zijn ook groepen jagerverzamelaars waar een bestraffende manier van omgang met baby’s resulteert in een gewelddadige samenleving)

    Mensen hebben zich ontwikkeld in de natuurlijke wereld en om zich aan die wereld aan te passen. Onze capaciteit om samen te werken als een hechte groep was cruciaal voor ons succes als soort toen we in die wereld leefden. Het menselijke individu, vergeleken met andere zoogdieren, is slecht bedeeld om in de natuur te overleven. We hebben geen klauwen of slagtanden die als wapen kunnen dienen, we bewegen ons langzaam en we hebben geen beschermend schild. Zelfs onze superieure hersenen, gekoppeld aan de handigheid die ons toestaat om te creëren wat we ons voorstellen, zou weinig overlevingswaarde hebben als we niet collectief zouden kunnen handelen. Inderdaad ontwikkelde het menselijk brein, met de capaciteit voor taal, empathie en de mogelijkheid om te verbeelden en te spelen dat we iemand anders zijn, om onze mogelijkheden voor samenwerkend en collectief gedrag te verhogen. Zulke eigenschappen die het ons mogelijk maken om te overleven in de moderne wereld, zoals zelfvoldoening, onafhankelijkheid, competitie, egoïsme en de onverschilligheid voor het ongeluk van anderen, zou weinig aanpassende waarde hebben als we in kleine groepen als jagerverzamelaars zouden leven. Onze aanpassende kracht was toen de mogelijkheid om gecombineerd en als geheel te functioneren en de kracht zat niet in onze individuele en gescheiden vaardigheden, krachten, bezittingen of welvaart.

    De verzorgende moeder-baby interactie, geworteld in de capaciteit van de moeder om te geven om het leven dat ze creëert, was voor het grootste gedeelte van ons bestaan hét model voor alle menselijke relaties en de basis voor de menselijke maatschappij. Het stond de pasgeborene toe om geboren te worden in een onrijpe staat en zo langzaam zijn hersenen en geest in relatie tot liefhebbende anderen te ontwikkelen. Het zorgproces, welke de eigenschap heeft van eenheid tussen de moeder en de baby, heeft individuen ontwikkeld die het natuurlijk zouden vinden om als geheel te functioneren met anderen. We zouden een heel ander soort zijn – erg asociaal – als we volledig ontwikkeld geboren zouden worden en geen moeder nodig zouden hebben.

    Een menselijke baby die tegenwoordig geboren wordt bij welke ouder op de wereld dan ook, zou geen enkel probleem hebben om te passen in een jager-verzamelaars samenleving. Hij is ontwikkeld om precies dit te doen. Aan de andere kant, elke baby die heden ten dage geboren wordt in de moderne samenleving past niet in onze wereld, en hetzelfde geldt voor een baby die in het verleden geboren werd. Baby’s en moeders zijn in hun reproductief biologische of genetische structuur niet veranderd; het is de samenleving en het zijn de moeders die veranderd zijn in hun reactie op en houding tegenover baby’s. We waarderen en steunen moederen, of de kritieke behoefte van een baby om zich te ontwikkelen in relatie tot een teder, zorgende moeder niet langer. We zijn afgedwaald van het zorgaspect van reproductieve biologie door de “iemand” van een baby te veranderen.

    In een samenleving waar de baby leeft en ontwikkelt zonder zijn moeders aanwezigheid en zonder menselijke tederheid worden sommige baby’s, misschien wel alle, een ander soort mens dan de bedoeling was. Ze moeten zich aanpassen aan en bij de plaatsvervangers passen die natuurlijk moederen hebben vervangen: flessenmelk, spenen, wiegen, box, veiligheidsvoorwerpen en andere verzorgers. Door dit zo te doen zijn we als volwassenen anders dan volwassenen die zich in relatie tot een zorgende moeder ontwikkelen. Niet adequate en slecht verzorgde kinderen groeien zonder de internalisatie van tederheid. We zijn ontwikkeld om onze tedere gevoelens voor de pasgeborenen over te dragen aan hen.

    Baby’s hebben tederheid nodig. Ze groeien niet goed zonder. Het is de grondstof die ons mens maakt.

    Referenties:

    Beekman, Daniel. The Mechanical Baby. Westport, CT: Laurence Hill, 1977.
    DeMause, Lloyd. The history of Childhood. New York: The Psychohistory Press, 1974.
    Mumford, Lewis. The Conduct of Life. New York: Harcourt, Brace, 1951.
    Nanda, Serena. Cultural Anthropology, Third Edition. Belmont, CA: Wadsworth Publishing, 1987.
    Winnicott, D. The Family and Individual Development. New York: Basic Books, 1966.

    Bron:
    http://www.naturalchild.com/james_kimmel/human_baby.html

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 6, 2001

  • Wreedheid of Tederheid – Alice Miller

    Alice Miller

    Alice Miller, Ph.D., heeft veel geschreven over oorzaken van geweld in de samenleving. Kinderboekenschrijver Maurice Sendak zegt het over haar: “Alice Miller maakt velen ijzingwekkend duidelijk wat maar een enkeling erkent: de enorme pijn en het psychologisch leed dat kinderen aangedaan wordt onder het mom van conventionele opvoeding.”
    Vrijwel al haar boeken zijn ook verkrijgbaar in Nederlandse vertaling. Een van de bekendste is ‘Het drama van het begaafde kind’. (Red.)

    Introductie

    Onnoemelijk veel mensen die aanwezig zijn wanneer baby’s geboren worden (dokters, vroedvrouwen, verplegers, familieleden) zien het als vanzelfsprekend dat de pasgeborene uit lichamelijke noodzaak huilen zal. Verrassend genoeg zagen zij niet het voor de hand liggende feit dat het gezicht, verwrongen van pijn, en de schreeuwen van het kleine wezentje niks anders waren dan een uitdrukking van lichamelijke nood. Frédérick Leboyer was de eerste om zich de vraag te stellen hoe een baby zich zou voelen als het, na een vaak moeilijke overlevingsstrijd, wordt opgetild aan de voeten en onderworpen aan meedogenloze routinematige procedures in plaats van getroost te worden. Hij bewees dat als pasgeborene worden behandeld met grote zorg, in overeenstemming met hun lichamelijke staat, zij binnen een paar minuten na de geboorte kunnen glimlachen en niet huilen. Het ligt aan de manier waarop pasgeborenen tot voor kort behandeld werden, dat de maatschappij de eerste van vele contributies maakte om een mens met destructieve en zelfdestructieve neigingen uit te rusten.

    Het contrast tussen de van pijn verwrongen en de lachende gezichtjes van pasgeborenen is alles wat ik nodig heb om me met afschuw te realiseren wat we onze kinderen hebben aangedaan uit ongevoeligheid en gebrek aan bewustzijn. Echter, dit contrast is ook het enige dat nodig is om de hoop te geven dat wij op een bepaalde dag in de toekomst afscheid kunnen nemen van de ongewilde zaden van geweld.

    Als mishandelde kinderen als Hitler, Eichmann, Höss, etc. in staat waren en zijn om menselijk leven te vernietigen op de monumentale schaal die de geschiedenis duidelijk uitwijst, dan is het alleen maar logisch om je af te vragen wat voor een heilzame invloed kinderen die niet geslagen of misbruikt zijn op de wereld kunnen hebben als ze opgroeien.

    De Twaalf Punten

    Al sinds jaren is er bewijs dat de vernietigende gevolgen van de traumatisering van kinderen een onvermijdelijke tol eist van de samenleving. Deze kennis gaat ieder van ons aan, en -mits wijd genoeg verspreid- zou moeten leiden tot fundamentele veranderingen in de maatschappij, voor alles om een halt toe te roepen aan de blinde escalatie van geweld. De volgende punten zijn bedoeld om mijn intentie te verduidelijken:

    1. Alle kinderen zijn geboren om te groeien, te ontwikkelen, te leven, lief te hebben, en om hun noden en gevoelens te articuleren voor hun zelfbescherming.

    2. Voor hun ontwikkeling hebben kinderen het respect en de bescherming van volwassenen nodig die hen serieus nemen, liefhebben, en die hen eerlijk helpen om een plaats te vinden in de wereld.

    3. Als deze levensbelangrijke behoeften gefrustreerd raken, en kinderen in naam van de behoeften van volwassenen worden misbruikt door te worden uitgebuit, geslagen, gestraft, gebruikt, gemanipuleerd, verwaarloosd of bedrogen zonder de tussenkomst van een getuige, dan zal hun integriteit blijvend beschadigd zijn.

    4. De normale reactie op zulke een verwonding zou boosheid en pijn moeten zijn; echter, aangezien het kinderen in zo’n schadelijk soort omgeving verboden is om hun woede te uiten, en aangezien het ondraaglijk zou zijn om al hun pijn zelf te ervaren, zijn zij genoodzaakt om hun gevoelens te onderdrukken, alle herinneringen aan het trauma te verdrukken en om diegenen die schuldig zijn aan het misbruik te idealiseren. Later zullen zij geen herinnering meer hebben van wat hun is aangedaan.

    5. Gescheiden (losgekoppeld) van de oorspronkelijke oorzaak, zullen hun gevoelens van woede, hulpeloosheid, wanhoop, verlangen, angst and pijn uitdrukking vinden in destructieve handelingen jegens anderen (crimineel gedrag, massamoord) of jegens zichzelf (drugsverslaving, alcoholisme, prostitutie, geestelijke problematiek, zelfmoord).

    6. Als deze mensen zelf ouders worden, zullen ze vaak wraakacties voor de mishandeling die zijn als kind hebben ondergaan op hun eigen kinderen richten, die daarmee zondebokken worden. Kindermishandeling wordt nog steeds gesanctioneerd –sterker nog, wordt hoog in het vaandel gehouden- in onze maatschappij, zolang het gedefinieerd wordt als het grootbrengen van kinderen. Het is een tragisch feit dat ouders hun kinderen slaan om de gevoelens die stammen uit hoe zij door hun eigen ouders behandeld waren te ontvluchten.

    7. Het is essentieel voor mishandelde kinderen om, zodat ze zelf niet crimineel of geestelijk ziek worden, op zijn minst een keer in hun leven in contact te komen met een persoon die zonder enige twijfel weet dat de omgeving de schuldige is, niet het hulpeloze, mishandelde kind zelf. In dit opzicht is kennis of onwetendheid van de maatschappij cruciaal in het redden of vernietigen van een leven. Hier ligt de grote gelegenheid voor familieleden, sociaal werkers, therapeuten, leraren, artsen, psychiaters, ambtenaren, verpleegkundigen en omstanders om het kind te steunen en hem of haar te geloven.

    8. Tot nu toe heeft de maatschappij de volwassene gesteund en het slachtoffer de schuld gegeven. In zijn blindheid is het ingebed in theorieën, nog steeds in overeenstemming met de pedagogische principes van onze overgrootouders, volgens wie kinderen worden gezien als slimme creaturen, gedomineerd door wrede neigingen, die verhalen verzinnen en hun onschuldige ouders aanvallen of seksueel naar hen verlangen. In werkelijkheid hebben kinderen de neiging om zichzelf de schuld te geven van de gemeenheid van hun ouders en om de ouders, van wie zij onveranderlijk houden, van alle verantwoordelijkheid te ontheffen.

    9. Reeds sinds enkele jaren is het mogelijk, dank zij het gebruik van nieuwe therapeutische methoden, aan te tonen dat onderdrukte traumatische ervaringen in de kindertijd opgeslagen worden in het lichaam en, ondanks dat ze daar onderbewust blijven, hun invloed zelfs nog in volwassenheid uitoefenen. Bovendien heeft elektronisch testen van de foetus een feit aangetoond wat voorheen onbekend was bij de meeste volwassenen – een kind leert zowel tederheid en wreedheid kennen en reageert erop vanaf het allerprilste begin.

    10. In het licht van deze nieuwe kennis, verklapt zelfs het meest absurde gedrag zijn tot nu toe verstopte logica vanaf het moment dat de traumatische ervaringen van de kindertijd niet langer in het donker verstopt hoeven te zitten.

    11. Onze gevoeligheid voor de wreedheid waarmee kinderen worden behandeld, wat tot nu toe gewoonlijk ontkend werd, en voor de gevolgen van zulk een behandeling, zullen als logisch gevolg een eind brengen aan de voortzetting van geweld van generatie op generatie.

    12. Mensen wiens integriteit niet geschaad is in de kindertijd, die beschermd, gerespecteerd, en met eerlijkheid behandeld zijn door hun ouders, zullen zowel in hun jeugd en volwassenheid intelligent, ontvankelijk, empathisch en hoogst gevoelig zijn. Zij zullen plezier hebben in het leven en geen behoefte voelen om anderen of zichzelf te doden of zelfs maar pijn te doen. Zij zullen hun kracht gebruiken om zichzelf te verdedigen, maar niet om anderen aan te vallen. Zij zullen niet in staat zijn om iets anders te doen dan zij die zwakker zijn dan zichzelf te respecteren en te beschermen, hun eigen kinderen incluis, omdat dit is wat zij hebben geleerd van hun eigen ervaring en omdat het deze kennis is (en niet de ervaring van wreedheid) die van het begin af aan in hun is opgeslagen. Zulke mensen zullen niet in staat zijn te begrijpen waarom eerdere generaties een gigantische oorlogsindustrie moesten opbouwen om zich op hun gemak en veilig te voelen in de wereld. Omdat het niet hun onbewuste levenstaak hoeft te zijn om de intimidatie die vanaf een zeer jonge leeftijd ervaren werd af te weren, zullen ze op een rationelere en creatievere wijze in staat zijn om te gaan met pogingen tot intimidatie in hun volwassen leven.

    De introductie is een deel uit “Pictures of Childhood” door Alice Miller. New York: Penguin USA, nieuwe editie, 1996.

    De 12 punten lijst werd voor het eerst gepubliceerd in “For Your Own Good”, door Alice Miller, Uitgeverij Farrar, Straus en Giroux, Tweede Editie, 1985, en in “Pictures of Childhood”, Farrar, Straus en Giroux, 1986.

    © Alice Miller, 1985, 1986 en 1996.

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 5, 2001

  • De bron van liefde en angst: Laat een baby nooit alleen huilen

    Een stukje uit de oude doos: The Sources of Love and Fear, 1950, door Maurice Bevan-Brown een psychiater uit Nieuw-Zeeland.

    Regel nummer 1:

    laat een baby nooit alleen huilen.

    Hij kan huilen omdat hij honger heeft, omdat hij te warm of te koud is, een natte luier heeft, etc. Dat zijn dingen die je kunt verzorgen. Het huilen zou echter ook veroorzaakt kunnen worden door iets heel anders: angst. Als dat niet vroeg onderkend en verholpen wordt, kan dat gevaarlijk zijn. De angst die een baby dan ervaart verwoest meer dan de angst die we als volwassene normaal ervaren; de baby voelt een alles overheersende paniek omdat hij de situatie niet begrijpt, er niet tegen kan vechten of ervoor kan vluchten. Hij kan slechts wachten tot iemand hem komt verlossen. Alle psychiaters kunnen gevallen laten zien waaruit blijkt dat dit de basis legt voor een permanente staat van angst op latere leeftijd. Iedereen die bekend is met de kenmerken van angst zal zich realiseren dat die overeenkomen met de kenmerken van paniek bij een zuigeling: het is irrationeel, het gaat overal en nergens over, er is niet tegen te vechten of voor weg te vluchten, het is alles overheersend.

    De baby mag niet alleen gelaten worden als hij huilt. Dit is de eerste regel in de kinderverzorging die we leren door te kijken naar personen die lijden aan emotionele stoornissen. Als een zuigeling in de eerste weken en maanden van zijn leven alleen wordt gelaten terwijl hij bang is, dan is zijn eerste indruk van de wereld dat het een ongastvrije, gevaarlijke en eenzame plek is, en dat het er geen zin heeft hulp te zoeken. Hij zal voor zichzelf moeten zorgen en geen hulp kunnen verwachten. Dat is alleen niet mogelijk, omdat hij nog hulpeloos is. Het zal niemand verbazen dat zulke indrukken zijn blik op de wereld en de mensen erin voor altijd mede zal bepalen. Veel van zijn later gedrag zal erop gericht zijn zich een veilige plek te verwerven in een onveilige wereld. En als er veel mensen binnen een volk zo rondlopen, zal daaruit volgen dat ze geneigd zijn aan te nemen dat andere volken hen vijandig gezind zijn, en zullen ze zich concentreren op nationale en persoonlijke veiligheid.

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 4, 2000.

  • Wat werkende ouders kunnen doen

    Door Dr. Isabelle Fox

    Dit is het vervolg op het artikel: De lange termijn-voordelen van het bij je kind zijn.

    In sommige situaties is er voor ouders geen andere mogelijkheid dan een deel van de verzorging van hun jonge kinderen uit handen te geven. Wanneer het in de praktijk onmogelijk is dat moeders of vaders continu beschikbaar zijn, kan het frustrerend zijn een artikel te lezen dat uitlegt waarom dat wel het beste zou zijn.

    Hieronder volgen een paar creatieve oplossingen die de nadelen van het uitbesteden van de verzorging aan een ander kunnen beperken.

    1. Zoek een warme en lieve oppas die respectvol op de signalen ingaat van het kind en voor continuïteit en stabiliteit zal zorgen door twee of drie jaar te blijven. Dit zijn de jaren dat het kind nog niet goed kan praten.

    2. Betaal de oppas meer dan het gangbare tarief. Hierdoor kan voorkomen worden dat zij al te snel weer een andere baan zoekt. Stel een bonus in het vooruitzicht die je na twee jaar uitbetaalt. Dit kan een stimulans zijn om bij jou te blijven werken totdat je kind taalvaardig genoeg is om te kunnen worden voorbereid op een nieuwe oppas.

    3. Probeer minder uren per dag te werken. Dit vermindert de tijd dat een oppas nodig is. Werkdagen van 8 à 12 uur (reistijd en lunchpauze!) zijn stressvol, niet alleen voor ouder en kind maar ook voor de oppas. Het is zelfs zo dat de meeste oppassen als ze minder uren hoeven werken en de werklast niet zo zwaar is het werk prettiger vinden en meer aandacht kunnen geven.

    4. Probeer, indien mogelijk, ‘duo ouderschap’ te regelen, waarbij de ouders op verschillende uren werken of verschillende diensten draaien. Zo kan de noodzaak voor een oppas worden beperkt tot de paar uren overlap in de werktijden van de ouders.

    5. Vraag familieleden (grootouders, tantes, nichten, enzovoort) en vrienden langs te gaan bij je kind en de oppas en een tijdje bij ze te blijven. Zo krijg je inzicht in wat je kind ervaart. Dit soort (on)verwachte bezoekjes kunnen ook een extra stimulans en steun betekenen voor de oppas.

    6. Probeer werk te vinden dat in deeltijd kan worden gedaan of een baan met flexibele werktijden.

    7. Probeer thuis te werken (een volledige of deeltijdbaan). Dit maakt het gemakkelijker om de kwaliteit van de zorg die je kind van de oppas krijgt te observeren.

    8. Werk in deeltijd buitenshuis. Hierdoor kan de ouder-kind relatie veel sterker blijven dan wanneer je een volledige baan buitenshuis hebt. Zo zullen de problemen die ontstaan door (de zogenaamde) oppas-roulette (beschreven in Hoofdstuk 4 van het boek Being There) emotioneel minder belastend zijn.

    9. Probeer dichtbij huis te werken, zodat je tussendoor naar huis kan gaan en je (lunch)pauze met je kind kan doorbrengen. Een baan dichtbij huis beperkt je reistijd tot een minimum, wat op zijn beurt weer helpt om stress, vermoeidheid en kosten te verminderen.

    10. Overweeg je kind als het twee en een half of drie is, een halve dag naar de peuterspeelzaal te laten gaan en laat de oppas ‘s middags in je eigen huis op je kind passen. Op deze manier krijgt je kind een deel van de dag de sociale en educatieve ervaringen die voor zijn leeftijd geschikt zijn en kan het ’s middags lekker ontspannen bijkomen in zijn eigen huiselijke omgeving.

    11. Neem je prioriteiten onder de loep, zodat je je het kunt permitteren minder uren te werken en meer thuis te zijn, vooral wanneer je kind nog jong is. Stel het kopen van een huis of een nieuwe auto uit tot je kind ouder is. Overweeg geld te lenen om tijdens de jaren dat je kind het meest kwetsbaar is thuis te kunnen blijven. Dit is een belangrijke investering die zich in de toekomst royaal zal terugbetalen.

    Als we een warme en liefdevolle omgeving willen creëren voor onze jonge kinderen, hebben ouders hun eigen sociale vangnet nodig, vooral wanneer ze werkzaamheden buitenshuis verrichten. Het is essentieel een stevig netwerk op te zetten van vrienden, familieleden en/of ingehuurde krachten. Niemand kan het helemaal alleen doen, in elk geval niet de hele tijd.

    Dr. Isabelle Fox is de schrijfster van “Being there. The Benefits of a Stay-At-Home-Parent”.

    Vertaald uit “The Nurturing Parent” ©

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 3, 2000

  • De lange termijn-voordelen van het bij je kind zijn

    Door Dr. Isabelle Fox

    De meeste vaders en moeders raken wel eens gefrustreerd als opvoeden saai, niet gewaardeerd en onbelangrijk lijkt. Op zulke momenten kan het beeld van werken in rust en regelmaat – weg van de kinderen – zeer aantrekkelijk lijken. Zeker als we ons daarbij voorstellen dat we productief en waardevol zijn in een baan. De financiële beloning die hoort bij langere uren werken of het hebben van twee inkomens kan ook aantrekkelijk lijken als je ziet dat gezinnen met twee inkomens in grotere huizen wonen, op vakantie gaan en in nieuwere en grotere auto’s rijden, terwijl de kinderen – door een doorsnee observator gezien – aardig lijken te gedijen.

    Het is in deze cultuur van snelle beloning niet altijd eenvoudig de beslissing te nemen om op te treden als gevoelige, toegewijde, en zorgzame verzorgers die voorzien in een constante zorg. Is er een merkbaar verschil in het kind dat is opgevoed door een consequente zorgzame ouder in de kritieke jonge jaren (0-3 jaar)?

    Mijn antwoord op deze vragen is een duidelijk “ja”. Gedurende de eerste jaren hebben we de gelegenheid het kind een zekere, emotionele basis te geven gebaseerd op hun vermogen om te vertrouwen. De opbrengst van onze investering van tijd, inspanning en toewijding als ze baby’s en peuters zijn, wordt vaak echter pas jaren later duidelijk.

    Tijdens mijn 35 jaar als psychotherapeut heb ik de voordelen gezien van een consequent, toegewijd ouder, maar ook wat de vervelende gevolgen kunnen zijn wanneer die er niet was. In het verleden – toen het nog meer algemeen was dat een ouder thuisbleef of dat er een andere vaste verzorger was (misschien een familielid of een goede vriend) – konden ouders vaak ervaringen vertellen als hun kind iets traumatisch was overkomen, als dat tijdens de therapie besproken werd. Maar de laatste jaren is het steeds normaler geworden dat ouders weinig of niets weten van de geschiedenis van hun kind en daardoor hebben zij geen idee over wat er zou kunnen zijn gebeurd. Dit is gewoonlijk het resultaat van het niet beschikbaar zijn van een betrouwbare getuige die de ouders kan vertellen wat die dag is voorgevallen – en er dus niemand is die voor het kind kan opkomen, vooral in de eerste jaren als het kind nog niet voor zichzelf kan spreken.

    De nare bijkomstigheid van deze situatie is dat de ernst van de problemen van het kind groter wordt en dat het moeilijker wordt om deze in therapie te behandelen, áls ze überhaupt te behandelen zijn. De trieste waarheid is dat de behoeften van een kind te vaak onbeantwoord worden gelaten als er geen band tussen het kind en de verzorger is. Het is een grote uitdaging iemand te vinden die net zo gemotiveerd is om om te gaan met, te reageren op en er echt “te zijn” voor een kind als de ouder. Echter de voordelen van de aanwezigheid van een vaste en zorgzame verzorger zijn talrijk.

    Optimisme en gevoel van eigenwaarde

    Door een veilige, stabiele, en beschermde omgeving te scheppen helpen we kinderen op te groeien met een positieve en optimistische kijk op hun wereld.
    Ze leren dat ze kunnen verwachten dat hun wereld voorspelbaar is en dat er voor ze gezorgd wordt. Door vroege positieve ervaringen merken ze dat achter de wolken de zon schijnt en dat uiteindelijk alles weer goed komt.

    Onze koesterende aanwezigheid geeft ons kind het gevoel dat hij of zij gewaardeerd wordt. Hoe belangrijk zou een getrouwd iemand zich voelen als zijn of haar echtgenoot zelden thuis was als die nodig was? Of dat hij/zij een vreemde zou betalen om haar/hem mee uit eten te nemen, mee naar de film te gaan of om het bed mee te delen? Hoe zal een kind zich door zijn ouders gewaardeerd voelen als opeens een totale vreemde zich voorover buigt om hem uit de wieg te tillen, zijn luier verschoont en hem te voeden? Hoe gewaardeerd zal een kind zich voelen wanneer een oppas hem de allereerste schooldag wegbrengt of naar de dokter als hij ziek is? Met andere woorden, een positief gevoel van eigenwaarde ontwikkelt zich door een wisselwerking van honderden dagelijkse verwachte en vertrouwde voorvallen met een primaire, voorspelbare, en bekende verzorger. Dat geeft kinderen een voortdurend gevoel dat ze geliefd zijn en gewaardeerd worden, terwijl ze ouder worden.

    Taal en cognitieve ontwikkeling

    Taal ontwikkelt zich in de eerste maanden als een dynamisch duet tussen zuigeling en ouders. Eerst echoën ouders instinctief het gekraai en de babbelgeluidjes van de baby. Later antwoorden ouders met woorden, gefluister, liedjes en melodische zinnen. Cognitieve verbindingen worden in de hersenen van de baby gemaakt terwijl de communicatie van de baby zich door deze verbale stimulansen ontwikkelt.

    Ouders interpreteren de primitieve verbale reacties van hun kinderen. In antwoord hierop verfijnen de kinderen hun taal door te luisteren en woorden te associëren met hun directe ervaringen.

    Luisteren speelt een cruciale rol in de ontwikkeling van taal en kennis. De menselijke stem kan plezier, interesse en humor oproepen. De herhaling van geluiden, zoals in een slaapliedje of het nadoen van het “toet-toet” van een toeter kan plezier geven aan het luisteren. Als het kind ouder is, kunnen deze ervaringen invloed hebben op de mate waarin de kinderen zich kunnen concentreren op de stem van hun onderwijzer. We zouden niet vaak naar de media luisteren als ze slechts verboden, vragen of kritiek zouden spuien. Kinderen zijn niet anders. Ze zullen het best luisteren naar stemmen die ze associëren met plezier, amusement en “interesse”. En dat begint allemaal vanaf de geboorte.

    Voorlezen, lezen, gedichten voordragen of muziek spelen met kinderen versterkt niet alleen de binding tussen ouder en kind, maar het vergroot ook het vocabulaire van het kind, de hoeveelheid informatie die het kan vasthouden en het vermogen om zich te concentreren. Deze activiteiten zouden ook van nut kunnen zijn om toekomstige talenten of gaven aan te boren.

    Leren lukt het best wanneer er geen sprake is van woede, boosheid of nervositeit. Een stabiele thuisomgeving die gepaste stimulatie bied, geeft de grootste verzekering van cognitieve en taalgroei voor onze kinderen. De ontelbare positieve interacties die taal en andere cognitieve ontwikkeling produceert en ondersteunt, vindt het best plaats wanneer kinderen worden omgeven door gemotiveerde en geïnteresseerde verzorgers – en in mijn ervaring zijn de ouders de aangewezen personen om deze rol het best te vervullen.

    Intieme relaties

    Als de ouders beschikbaar zijn om een stabiele, voorspelbare relatie met hun zuigelingen en dreumesen op te bouwen en snel op hun behoeften inspringen, helpen ze hierdoor om een levenslang vermogen tot vertrouwen en liefhebben vast te leggen. Als er door voortdurende wisseling van verzorgers geen vertrouwen wordt gevormd gedurende deze vroege preverbale periode, wordt een krachtige, onbewuste verdediging opgebouwd om zichzelf te beschermen tegen de pijn van teleurstelling, verlatenheid en verlies. Deze verdediging dient als emotioneel schild, en deze “verdedigde” kinderen lijken vaak vol zelfvertrouwen en zelfvoorzienend.
    Ze hebben vaak geen probleem om van hun ouders te scheiden en zullen ouders vaak niet toestaan ze te troosten wanneer ze pijn hebben. Maar, de achterkant van de medaille van zo’n schild is dat het het kind ook onmogelijk maakt om intieme banden aan te gaan die zo essentieel zijn om later positieve relaties te kunnen onderhouden met onderwijzers, therapeuten, partners en vrienden. De reden is eenvoudig: ze vertrouwen niet, zullen niet vertrouwen en kunnen niet vertrouwen!

    De tragedie is dat deze verdediging vaak levenslang een onderdeel van de karakterstructuur van het kind wordt. Het verleden van mannen en vrouwen die nooit hechte relaties vormen, laat vaak geen enkele belangrijke menselijke relatie zien. Het gebrek aan een consistente, liefdevolle relatie in het verleden leidt tot grote moeite in een poging tot het vormen van een relatie en het behouden ervan in de toekomst. Als volwassenen kunnen ze losse relaties hebben, maar elke poging tot het vormen van duurzame partnerschappen zal onstabiel zijn omdat ze het gevoel hebben dat elke partner uiteindelijk kan worden ingewisseld voor elke ander.

    Voorkomen van criminaliteit

    Als ouders zorgen voor een warme, consequente en open opvoeding, laten ze hun kinderen zien hoe je omgaat met en rekening houdt met anderen. Als baby’s en peuters echter niet op een vriendelijke en attente manier worden behandeld, zou dat zich op latere leeftijd kunnen uiten in de vele vormen van geweld die we dagelijks voorgeschoteld krijgen in de media. Wetenschappers hebben onderzocht dat de meeste criminele daden worden gepleegd door de kinderen die zijn verwaarloosd of mishandeld toen ze jong waren.

    In het boek “High Risk, Children without a Conscience” stellen de auteurs Magid en Mckelvey dat veel tieners geen grenzen kennen en niet goed gehecht zijn. Op dit moment lopen duizenden Amerikaanse kinderen het risico dat ze zich niet goed zullen hechten. Goedbedoelende ouders kunnen onbewust een groot risico nemen door een paar weken na de geboorte van hun baby weer aan het werk te gaan.

    Het kind dat wordt geconfronteerd met verlating en scheiding voelt zowel woede als verdriet. Deze intense emoties kunnen later tot een uitbarsting komen in criminele daden, zelfmoord, of in mishandeling of verwaarlozing van eigen kinderen – en hiermee de vicieuze cirkel voortzetten. Met andere woorden, zoals onderzoeker John Bowlby constateert, “zijn we geneigd anderen te behandelen zoals we zelf behandeld zijn”. Dit versterkt zeker de waarde van het investeren in een positieve opvoeding.

    Onderzoekers hebben interessante resultaten waargenomen in culturen waarin kinderen in de nabijheid van personen aan wie ze gehecht zijn opgevoed worden. Ze zagen dat er weinig misdaad of agressiviteit was in culturen waar de voornaamste vorm van discipline “het goede voorbeeld geven” was, en het streng straffen van kinderen werd vermeden.

    Verslaving

    Door het bevorderen van een hechte relatie met hun kinderen, kunnen ouders in de meeste gevallen de kans verkleinen dat de kinderen verslaafd zullen raken aan alcohol en drugs tijdens de adolescentie. Het is mogelijk dat problemen omtrent verslaving beginnen tijdens de baby- en peuterjaren, wanneer kinderen niet op een positieve en consistente manier verzorgd worden.

    Psychiater John L. Weil stelt dat een voortdurende onthouding van plezier tijdens de vroege kinderjaren, wat terugkomt en versterkt wordt in de adolescentie, kan bijdragen tot het begin van een alcoholverslaving. Hij bevestigt ook dat adolescenten die erg zijn verwaarloosd tijdens hun kindertijd statistisch gezien meer kans hebben verslaafd aan alcohol te raken.

    Hoe gebeurt dit? Als baby’s en peuters het gevoel hebben dat hun vertrouwde verzorgers niet beschikbaar zijn als ze iemand nodig hebben om hen te kalmeren, troosten en te stimuleren, dan zoeken ze hun eigen manier om aan die behoeften te voldoen. Dat lijkt misschien aantrekkelijk voor ouders in onze maatschappij, waarin de nadruk ligt op zo vroeg mogelijk onafhankelijk zijn, maar de gevolgen hiervan kunnen verschrikkelijk zijn.

    Kinderen die niet goed gehecht zijn en positieve aandacht hebben moeten ontberen, zijn meer geneigd zichzelf te troosten door te zuigen aan een fles of op een fopspeen, heen en weer te bewegen met hun lichaam, te hoofdbonken of buitensporig veel te masturberen. Uiteindelijk zullen de kinderen die hun plezier in eerste instantie uit hun fles, eten en andere auto-erotische stimulansen (en niet door interactie met hun volwassen verzorgers) halen, door blijven gaan met het op zoek gaan naar soortgelijke middelen als ze groter worden. Door de stress die met adolescentie gepaard gaat, kunnen ze meer destructieve middelen zoals alcohol en drugs gaan gebruiken, of overgaan tot seksueel promiscue gedrag – zaken die directe bevrediging bieden. Dit soort activiteiten geeft ze dezelfde ontlading en vermindering van pijn als de fles, eten en masturbatie of schommelen toen ze een peuter waren.

    Voor de tieners lijkt het plezier dat ze ontlenen aan en de troost die ze putten uit stoffen die ze kunnen beheersen meer betrouwbaar dan de beloning die een persoonlijke relatie kan bieden. Zulke adolescenten kunnen eenzame alcoholisten of eenlingen worden die alleen thuis drugs gebruiken. Het lijkt alsof ze zich goed alleen kunnen vermaken, en weinig behoefte hebben aan uitgaan of andere sociale activiteiten die gebruikelijk zijn in onze cultuur. Het is onwaarschijnlijk dat zulke adolescenten over dit soort gedragspatronen heen groeien . Het is waarschijnlijker dat velen van hen ook als volwassene problemen zullen hebben met alcohol en drugs.

    Er is geen twijfel over de toegevoegde waarde van ouderlijke stimulans, toezicht en interesse aan het groeiproces van een kind van welke leeftijd dan ook. Maar de meest belangrijke bijdrage die een ouder kan doen is er te zijn. Aanwezigheid van de ouder op elke leeftijd geeft een veilige basis van waaruit een kind kan ontdekken, leren, relaties kan aangaan met anderen en zijn of haar wereld te beheersen – eerst als kind en later als volwassene.

    Er zijn als ouder wil niet zeggen dat je de ideale ouder moet zijn. Iedere ouder is wel eens afwezig in gedachten, geïrriteerd, verdrietig, raar, boos en explosief en niet invoelend. Maar er zijn, geeft het kind de mogelijkheid zijn ouder te leren kennen zonder een onderliggende angst voor verlating. En heel belangrijk, als de ouder op de hoogte is van de geschiedenis van het kind en zijn eigen acties, geeft dat oplossingen die er wellicht niet zouden zijn in het geval waarin het kind door verschillende verzorgers waaraan het kind niet gehecht is wordt opgevoed.

    Ook al kunnen er andere stress-veroorzakende gebeurtenissen in het leven van een kind optreden, het zorgen voor continuïteit en positieve aandacht tijdens de vroege kinderjaren heeft levenslange voordelen, niet alleen voor het individu, maar ook als een manier om de vele kwaden in onze samenleving te verzachten. Kinderen zijn – of kunnen zijn – een bron van enorm plezier,verwondering, humor, angst en liefde. Daarom hoop ik moeders en vaders aan te sporen volledig deel te nemen aan het ouderlijk proces. Zich verbinden met zijn of haar kind dat in ontwikkeling is, is net zo belangrijk als welke carrière dan ook in de korte tijd waarin we het voorrecht hebben ouders te zijn. Als je met oudere mensen over het verleden spreekt, is mij opgevallen dat hun herinneringen verbazingwekkend gelijk zijn: wat er uiteindelijk het meeste toe gedaan heeft, is er te zijn geweest voor hun gezin.

    Vervolgartikel: Wat werkende ouders kunnen doen

    Dr. Isabelle Fox is de schrijver van “Being there. The Benefits of a Stay-At-Home Parent”. Deze moeder van drie volwassen kinderen en grootmoeder van zeven kleinkinderen is sinds 35 jaar psychotherapeut en is gespecialiseerd in problemen rondom kinderen en ouders.

    Vertaald uit “The Nurturing Parent” ©

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 2, 2000