Categorie: Positieve discipline

  • Boek: How2Talk2Kids: Effectief Communiceren met Kinderen

    door Adele Faber & Elaine Mazlish, bewerkt naar het Nederlands door Heleen de Hartog.

    Positieve en zachte discipline is een belangrijke pijler van Attachment Parenting. Het besluit om niet te straffen is ook snel genomen, al was het maar omdat het niet echt werkt, maar wat dan? Het boek How2talk2kids geeft praktische aanwijzingen en voorbeelden om effectief en respectvol te communiceren met je kinderen.

    Hoe luisteren kinderen eigenlijk? Door dat wij als ouders luisteren naar onze kinderen. We denken vaak wel dat ze luisteren, maar communiceren zelf ongemerkt vaak op zo’n manier dat kinderen zich niet gehoord voelen, bijv. door te commanderen, dreigen, allerlei voorwaarden stellen ed.

    Dit boek gaat over het echt luisteren naar kinderen en geeft alternatieven in communicatie die respectvol zijn voor zowel de gevoelens van ouders als kinderen.

    Als doelen van deze vorm van communiceren worden zelfredzaamheid en zelfvertrouwen genoemd. Een belangrijker effect lijkt mij dat de relatie tussen ouders en kinderen (nog) beter wordt.
    Het boek geeft een praktische handleiding met eenvoudige stappenplannen en veel herkenbare voorbeelden, waarvan een aantal aansprekend uitgebeeld met tekeningen.

    Een aantal hoofdpunten van How2talk2kids zijn:
    – het erkennen (en accepteren) van gevoelens
    – samenwerken met je kind
    – alternatieven voor straf. Een voorbeeld is het inzetten van “time-with”, tijd met de ouder samen, in plaats van “time-out”
    – zelfredzaamheid (autonomie) bevorderen
    – behulpzaamheid waarderen, d.w.z. neutraal beschrijven in plaats van beoordelen of evalueren
    – “un-labelen”; bevrijden van rollen, vastgeroeste beelden en beeldspraak veranderen

    Net zoals met het leren van bijv. Geweldloze Communicatie en andere nieuwe talen geldt dat we ook met oefenen waarschijnlijk met een “accent” blijven spreken. De schrijvers benadrukken dan ook om geduld met onszelf als ouders houden.

    How2Talk2Kids is onder de oorspronkelijke titel “How to talk so kids will listen &listen so kids will talk” door de jaren heen terecht een klassieker geworden. Ik ben dan ook blij dat niet alleen dit boek vertaald is, maar dat Heleen de Hartog plannen heeft om nog meer titels van Elaine Mazlish en Adele Faber uit te geven in het Nederlands.

    Boekbespreking door Bernadette van Zuidam

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 17, 2010

    Update: in januari 2011 verscheen een tweede boekbewerking, How2Talk2Kids, Broers en zussen zonder rivaliteit

  • Gevaren van vasthoud-therapie

    Jan Hunt M.Sc.

    Ik heb verscheidene verzoeken om informatie over “vasthoud-therapie” (holding therapy) ontvangen, waarbij een therapeut of de ouders een worstelende kind met geweld vasthouden tot deze zich niet meer verzet (dit kan duren van een vastgesteld aantal minuten tot een aantal uren). Deze praktijk wordt beschreven en aanbevolen in het boek Holding Time van Martha Welch. Het werd aanvankelijk toegepast bij autistische volwassenen, daarna bij autistische kinderen, en het wordt nu bij kinderen gebruikt die hechtingsproblemen hebben, woedeaanvallen of geboortetrauma’s (sommigen beschouwen alle, of bijna alle, geboortes als traumatisch). Ik zie deze praktijk echter als schadelijk en als misbruik van macht.

    Vasthoud-therapie wordt niet goedgekeurd door de National Autistic Society, noch heeft het een hoge status onder professionele familie therapeuten [1]. Terwijl vasthoud- therapie wordt gezien als een gedragwijzigingstechniek, of als een “genezing” voor geboortetrauma’s, beschouwen vele deskundigen op het gebied van hechting het als een vorm van marteling onder het mom van legale therapie [2].

    Opgemerkt moet worden dat er een brede waaier van behandelingen is die “vasthoud-therapie” wordt genoemd, van de ouder is die zeer stevig haar kind tijdens woedeaanvallen vasthoudt (en haar blijft vasthouden gedurende een vastgestelde hoeveelheid tijd), tot de ouder die dit regelmatig doet ongeacht het gedrag van het kind, en ook voor de gewetenloze therapeut die volledige fysieke beperking gebruikt gekoppeld aan verbale mishandeling.

    Bij het bespreken van “vasthoud-therapie”, is het belangrijk duidelijk te zijn over wat er nu eigenlijk plaatsvindt. Maar ongeacht onder welke categorie een bepaalde benadering valt op dit continuüm, ze hebben allemaal met elkaar gemeen dat zij misbruik maken van het feit dat een kind kleiner is, ze leren het kind om zich aan te passen aan gevraagd gedrag zonder dat er met hun echte gevoelens rekening wordt gehouden, en laten met hun gedrag zien dat macht goed is.

    Het is nooit de bedoeling geweest dat vasthoud-therapie op zuigelingen en jonge kinderen zou worden gebruikt; het was aanvankelijk bedoeld voor volwassenen. Er is onderzoek dat aantoont dat het kan leiden tot en heeft geleid tot psychotische reacties. Ik beschouw deze praktijk als gevaarlijk en grondig in strijd met liefdevol ouderschap, omdat het voor een kind zeer moeilijk kan zijn om de ouder, nadat het kind door deze tegen zijn wil is vastgehouden, ongeacht de “goede bedoelingen” van de ouder, te vertrouwen. Het kind leert uiteindelijk dat de enige manier om de beproeving te beëindigen is om zijn lichaam te ontspannen en oogcontact te maken Hij leert zo het “hoe” van gehechtheid, maar niet het “waarom”. Deze gedwongen samenwerking is niet hetzelfde als de verdiende samenwerking!

    Vasthoud-therapie is ook gebruikt in “oer-psychotherapie” (primal, red.) en de verdedigers rechtvaardigen het als zijnde “voor het kind z’n bestwil”, dezelfde rechtvaardiging die velen voor slaan en andere straffen gebruiken. Omdat het vaak als “therapie” gerechtvaardigd wordt, is deze praktijk moeilijk te reguleren voor beroepskrachten en is het ook moeilijk om ouders te helpen de gevaren er van in te zien. Zoals Alice Miller schreef:

    Het gedwongen vasthouden, dat de therapie impliceert, wordt voor het kind zijn eigen bestwil gebruikt, en het kind zal voor zijn tolerantie worden beloond en worden bemind door het te laten gebeuren. Hij zal gaan geloven dat gedwongen vasthouden bijdraagt tot zijn welzijn en uiteindelijk goed voor hem is. Een grotere teleurstelling en een vervorming van iemands waarneming is nauwelijks denkbaar [3].

    Ik beschouw [vasthoud-therapie] als een soort schending. Mensen, ook zij met de beste bedoelingen voelen niet wat ze doen als ze de rechten van een ander mens, een kind overschrijden [4].
    De kinderen vinden het gebruik van geweld van nature vreselijk, en het gebruik van gedwongen vasthouden door een ouder kan niet anders dan een sterk gevoel van machteloosheid, angst, en verraad teweegbrengen wanneer zij ontdekken dat hun schreeuwen van protest niet worden gehoord door hen die beweren van hen te houden. Wanneer een kind met kracht wordt vastgehouden, begrijpt het uiteindelijk dat vrijheid alleen maar komt door toe te geven aan de controle van de buitenkant. Dit is een gevaarlijke les om aan een jong kind te geven. De wil van het kind kan worden gebroken, maar dat is niet wat ik psychologische gezondheid zou willen noemen. Vasthoud-therapie is misschien iets dat een volwassene wil proberen, maar het aan een kind opleggen, dat niet bij machte is om een geïnformeerde keus te maken, is onverantwoordelijk. En verre van het hebben van gezondheidsvoordelen, zoals de verdedigers claimen, kan het een ernstig medisch risico vormen:

    … Eén van de belangrijkste punten van vooruitgang in ons begrip van gezondheid en ziekte in de laatste decennia … is het identificeren van ziekte genererende situaties, zoals het opgesloten zitten in ongunstige of dreigende omstandigheden en het niet kunnen vechten of vluchten. Wanneer wij daarmee slechts passief kunnen omgaan, zal onze gezondheid achteruitgaan. Aan de andere kant, als we bij machte zijn om het initiatief te nemen, zal dat onze gezondheid verhogen.

    (Uittreksel van “The Scientification of Love” door Michel Odent, 1999.)

    Ik word zo verdrietig van het gebruik van deze techniek. Zelfs als er sprake van een emotionele “doorbraak” zou zijn, zou er geen manier zijn om de woede, de frustratie, de wrok, en gevoelens van verraad te vermijden die door de techniek zelf worden gecreëerd. Aldus kan een wrede cyclus van behandeling-trauma-behandeling gevestigd worden. Net als bij slaan en bij andere vormen van straf, kunnen de gevaren van “vasthoudtijd” gemakkelijk worden gemist, omdat oppervlakkig gezien er samenwerking komt, terwijl er tegelijkertijd diepe, verborgen woede wordt opgewekt. Hoe droevig dat zoiets moois als het vasthouden van een kind in onze armen – wanneer de wens wederzijds is – vervormd wordt tot een dergelijke sadistische “therapie” gebaseerd op het gebruik van geweld.

    Zelfs wanneer vasthoud-therapie toegepast wordt in een milde vorm, kan het voor sommige ouders te gemakkelijk zijn om de lijn te passeren die het onderscheid geeft tussen vasthouden voor veiligheid en geruststellen en het vasthouden van het kind tegen zijn wil als manier om aan de eigen behoefte aan macht en controle van de ouder te voldoen, of als uitdrukking van oudergevoelens van woede en frustratie met het gedrag van het kind.

    Hoe kunnen wij deze praktijk rechtvaardigen in een maatschappij waar kinderen – om goede redenen – worden gewaarschuwd “nee” te zeggen tegen ongewenste aanraking?
    Fysiek overweldigen van een hulpeloos kind en het dan rechtvaardigen door het een handeling van liefde of “therapie” te noemen is een schending van het vertrouwen van het kind en een misbruik van macht. Net als alle andere vormen van gedwongen gehoorzaamheid, associeert deze praktijk liefde met onderwerping en machteloosheid. Het heeft hetzelfde potentieel om misleidende verdedigingsmechanismen voor het kind te creëren, aangezien hij probeert te begrijpen van wat hij in zijn hart weet dat het een vervorming is van wat liefde zou moeten zijn. Zoals één moeder schreef, “Mijn echtgenoot en ik probeerden vasthoud-therapie bij onze tweejarige dochter. Wij doen dit nu niet langer; want wij zagen de gevolgen van deze onaardige methode. Wij moeten haar nu duidelijk maken dat als we haar dicht bij ons houden dit een uiting van liefde is en dat dit niet als straf is bedoeld.”

    De vasthoud-therapie heeft veel gemeen met straf. Net als alle andere vormen van straf, interfereert het met de band tussen ouder en kind, omdat het niet in de menselijke aard ligt om te houden van iemand die ons kwetst, en wij bouwen onvermijdelijk verdedigingsmechanismes op tegen die persoon om ons tegen toekomstige pijn te beschermen.
    Wij kunnen alleen de liefde voelen die wordt aangeboden als wij ons bij die persoon kwetsbaar durven op te stellen. Als wij ons afsluiten om ons te beschermen, kunnen wij de liefde die wordt aangeboden niet ontvangen, ongeacht hoeveel liefde de ouder van binnen voelt.

    Het gebruik van geweld en het misbruik van macht die deel uitmaken van deze techniek vermengen zich ook in het ontwikkelen van gehechtheid. Om deze reden is de therapie onverenigbaar met het verklaarde doel om kinderen met een hechtingsprobleem te behandelen. De ware geest van samenwerking die elke ouder wenst kan slechts ontstaan als er een sterke band komt gebaseerd op wederzijdse gevoelens van liefde en eerbied. Het gedwongen vasthouden, zoals alle andere soorten geweld, kan slechts oppervlakkige samenwerking veroorzaken die op vrees en onderwerping is gebaseerd, en het is bekend dat deze psychotische reacties kan veroorzaken. Aan de andere kant zal een consequente respectvolle behandeling jaren van wederzijdse samenwerking en geluk brengen.

    Een variatie van vasthoud-therapie die “vasthoud-tijd” wordt genoemd wordt aanbevolen aan ouders met een onhandelbaar kind. Ik adviseer in plaats daarvan om dicht bij elkaar te blijven, zacht of niet te spreken (probeer fluisteren), en wachten tot het kind voor contact klaar is. Het gebruik van geweld op een kind door een volwassene kan slechts worden gerechtvaardigd als er geen beter alternatief beschikbaar is. Dat betekent dat het oké is om een kind van een drukke straat weg te trekken, aangezien er eenvoudig niets anders is dat een ouder kan doen om het kind te beschermen. Als een kind kritieke medische behandeling nodig heeft, is er vaak ook geen alternatief. Een ernstig onhandelbaar kind moet soms worden opgepakt en worden geholpen zo zacht en gemakkelijk mogelijk te kalmeren, met bevestiging van de gevoelens en een actieve poging om de onderliggende behoefte aan het licht te brengen, terwijl men alert blijft op de signalen van het kind. Driftaanvallen kunnen het best worden gezien als een poging van het kind om belangrijke onvervulde behoeften mee te delen. Als wij proberen om het uiterlijke gedrag van een kind te veranderen zonder aandacht voor de onderliggende oorzaken, kunnen wij nooit echte vooruitgang boeken.

    Ik heb eindeloos met voorstanders van deze methode gesproken, net zoals ik gesproken heb met degenen die “met succes” slaan en andere gewelddadige methodes gebruiken. Uiteindelijk is het voor mij zeer eenvoudig: Ik ben tegen het gebruik van geweld tegen kinderen. Punt. Ongeacht de vermeende voordelen, is het gebruik van geweld zelf schadelijk en risicovol. Zelfs in die zeer speciale situaties waar het gebruik van geweld absoluut kan niet worden vermeden, zijn er risico’s en potentieel schadelijke gevolgen, die zo veel mogelijk moeten worden ondervangen door bevestiging van gevoelens, verontschuldigingen en verklaringen.

    Het is gevaarlijk en oneerlijk om een kind te onderwerpen aan vasthoud-therapie, schreeuwen, slaan, time-out, en andere gewelddadige, willekeurige methoden omdat er veel minder risicovolle alternatieven zijn: bevestiging van gevoelens, aan onderliggende behoeftes voldoen, afleiding, humor, troosten door gewild vasthouden en verzorging, en het uitdrukken van affectie zonder de persoonlijke grenzen van het kind te overschrijden. Het beste alternatief is voorkomen door zachte begeleiding, inleven en medeleven direct vanaf de geboorte.

    Er zijn ernstige bedenkingen bij vasthoud-therapie op filosofische gronden die voor mij vanzelfsprekend zijn. De zachte invoelende benaderingen zijn veel minder belastend voor alle betrokkenen dan het gedwongen vasthouden, effectiever zowel op korte termijn als op lange termijn, en respectvoller voor het kind, dat vooral onze liefde en medeleven verdient.

    1 Oliver, Steven. Understanding Autism: A Guide For Nurses. Oxford Brookes University, July 1998, page 1.

    2 Newman, Lawrence T. “The Psychiatrist’s Cure”. Indiana Herald, July 26, 1997.

    3 Miller, Alice. Breaking Down the Wall of Silence. New York: Penguin Books, 1993.

    4 Miller, Alice. Personal communication.

    5 Maier, S. F. And Seligman, M.E.P. “Learned Helplessness: Theory and Evidence.” J. Exp. Psychol. General 1976; 105:3-46.

    Bron: http://www.naturalchild.org

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 8, 2001

  • Wreedheid of Tederheid – Alice Miller

    Alice Miller

    Alice Miller, Ph.D., heeft veel geschreven over oorzaken van geweld in de samenleving. Kinderboekenschrijver Maurice Sendak zegt het over haar: “Alice Miller maakt velen ijzingwekkend duidelijk wat maar een enkeling erkent: de enorme pijn en het psychologisch leed dat kinderen aangedaan wordt onder het mom van conventionele opvoeding.”
    Vrijwel al haar boeken zijn ook verkrijgbaar in Nederlandse vertaling. Een van de bekendste is ‘Het drama van het begaafde kind’. (Red.)

    Introductie

    Onnoemelijk veel mensen die aanwezig zijn wanneer baby’s geboren worden (dokters, vroedvrouwen, verplegers, familieleden) zien het als vanzelfsprekend dat de pasgeborene uit lichamelijke noodzaak huilen zal. Verrassend genoeg zagen zij niet het voor de hand liggende feit dat het gezicht, verwrongen van pijn, en de schreeuwen van het kleine wezentje niks anders waren dan een uitdrukking van lichamelijke nood. Frédérick Leboyer was de eerste om zich de vraag te stellen hoe een baby zich zou voelen als het, na een vaak moeilijke overlevingsstrijd, wordt opgetild aan de voeten en onderworpen aan meedogenloze routinematige procedures in plaats van getroost te worden. Hij bewees dat als pasgeborene worden behandeld met grote zorg, in overeenstemming met hun lichamelijke staat, zij binnen een paar minuten na de geboorte kunnen glimlachen en niet huilen. Het ligt aan de manier waarop pasgeborenen tot voor kort behandeld werden, dat de maatschappij de eerste van vele contributies maakte om een mens met destructieve en zelfdestructieve neigingen uit te rusten.

    Het contrast tussen de van pijn verwrongen en de lachende gezichtjes van pasgeborenen is alles wat ik nodig heb om me met afschuw te realiseren wat we onze kinderen hebben aangedaan uit ongevoeligheid en gebrek aan bewustzijn. Echter, dit contrast is ook het enige dat nodig is om de hoop te geven dat wij op een bepaalde dag in de toekomst afscheid kunnen nemen van de ongewilde zaden van geweld.

    Als mishandelde kinderen als Hitler, Eichmann, Höss, etc. in staat waren en zijn om menselijk leven te vernietigen op de monumentale schaal die de geschiedenis duidelijk uitwijst, dan is het alleen maar logisch om je af te vragen wat voor een heilzame invloed kinderen die niet geslagen of misbruikt zijn op de wereld kunnen hebben als ze opgroeien.

    De Twaalf Punten

    Al sinds jaren is er bewijs dat de vernietigende gevolgen van de traumatisering van kinderen een onvermijdelijke tol eist van de samenleving. Deze kennis gaat ieder van ons aan, en -mits wijd genoeg verspreid- zou moeten leiden tot fundamentele veranderingen in de maatschappij, voor alles om een halt toe te roepen aan de blinde escalatie van geweld. De volgende punten zijn bedoeld om mijn intentie te verduidelijken:

    1. Alle kinderen zijn geboren om te groeien, te ontwikkelen, te leven, lief te hebben, en om hun noden en gevoelens te articuleren voor hun zelfbescherming.

    2. Voor hun ontwikkeling hebben kinderen het respect en de bescherming van volwassenen nodig die hen serieus nemen, liefhebben, en die hen eerlijk helpen om een plaats te vinden in de wereld.

    3. Als deze levensbelangrijke behoeften gefrustreerd raken, en kinderen in naam van de behoeften van volwassenen worden misbruikt door te worden uitgebuit, geslagen, gestraft, gebruikt, gemanipuleerd, verwaarloosd of bedrogen zonder de tussenkomst van een getuige, dan zal hun integriteit blijvend beschadigd zijn.

    4. De normale reactie op zulke een verwonding zou boosheid en pijn moeten zijn; echter, aangezien het kinderen in zo’n schadelijk soort omgeving verboden is om hun woede te uiten, en aangezien het ondraaglijk zou zijn om al hun pijn zelf te ervaren, zijn zij genoodzaakt om hun gevoelens te onderdrukken, alle herinneringen aan het trauma te verdrukken en om diegenen die schuldig zijn aan het misbruik te idealiseren. Later zullen zij geen herinnering meer hebben van wat hun is aangedaan.

    5. Gescheiden (losgekoppeld) van de oorspronkelijke oorzaak, zullen hun gevoelens van woede, hulpeloosheid, wanhoop, verlangen, angst and pijn uitdrukking vinden in destructieve handelingen jegens anderen (crimineel gedrag, massamoord) of jegens zichzelf (drugsverslaving, alcoholisme, prostitutie, geestelijke problematiek, zelfmoord).

    6. Als deze mensen zelf ouders worden, zullen ze vaak wraakacties voor de mishandeling die zijn als kind hebben ondergaan op hun eigen kinderen richten, die daarmee zondebokken worden. Kindermishandeling wordt nog steeds gesanctioneerd –sterker nog, wordt hoog in het vaandel gehouden- in onze maatschappij, zolang het gedefinieerd wordt als het grootbrengen van kinderen. Het is een tragisch feit dat ouders hun kinderen slaan om de gevoelens die stammen uit hoe zij door hun eigen ouders behandeld waren te ontvluchten.

    7. Het is essentieel voor mishandelde kinderen om, zodat ze zelf niet crimineel of geestelijk ziek worden, op zijn minst een keer in hun leven in contact te komen met een persoon die zonder enige twijfel weet dat de omgeving de schuldige is, niet het hulpeloze, mishandelde kind zelf. In dit opzicht is kennis of onwetendheid van de maatschappij cruciaal in het redden of vernietigen van een leven. Hier ligt de grote gelegenheid voor familieleden, sociaal werkers, therapeuten, leraren, artsen, psychiaters, ambtenaren, verpleegkundigen en omstanders om het kind te steunen en hem of haar te geloven.

    8. Tot nu toe heeft de maatschappij de volwassene gesteund en het slachtoffer de schuld gegeven. In zijn blindheid is het ingebed in theorieën, nog steeds in overeenstemming met de pedagogische principes van onze overgrootouders, volgens wie kinderen worden gezien als slimme creaturen, gedomineerd door wrede neigingen, die verhalen verzinnen en hun onschuldige ouders aanvallen of seksueel naar hen verlangen. In werkelijkheid hebben kinderen de neiging om zichzelf de schuld te geven van de gemeenheid van hun ouders en om de ouders, van wie zij onveranderlijk houden, van alle verantwoordelijkheid te ontheffen.

    9. Reeds sinds enkele jaren is het mogelijk, dank zij het gebruik van nieuwe therapeutische methoden, aan te tonen dat onderdrukte traumatische ervaringen in de kindertijd opgeslagen worden in het lichaam en, ondanks dat ze daar onderbewust blijven, hun invloed zelfs nog in volwassenheid uitoefenen. Bovendien heeft elektronisch testen van de foetus een feit aangetoond wat voorheen onbekend was bij de meeste volwassenen – een kind leert zowel tederheid en wreedheid kennen en reageert erop vanaf het allerprilste begin.

    10. In het licht van deze nieuwe kennis, verklapt zelfs het meest absurde gedrag zijn tot nu toe verstopte logica vanaf het moment dat de traumatische ervaringen van de kindertijd niet langer in het donker verstopt hoeven te zitten.

    11. Onze gevoeligheid voor de wreedheid waarmee kinderen worden behandeld, wat tot nu toe gewoonlijk ontkend werd, en voor de gevolgen van zulk een behandeling, zullen als logisch gevolg een eind brengen aan de voortzetting van geweld van generatie op generatie.

    12. Mensen wiens integriteit niet geschaad is in de kindertijd, die beschermd, gerespecteerd, en met eerlijkheid behandeld zijn door hun ouders, zullen zowel in hun jeugd en volwassenheid intelligent, ontvankelijk, empathisch en hoogst gevoelig zijn. Zij zullen plezier hebben in het leven en geen behoefte voelen om anderen of zichzelf te doden of zelfs maar pijn te doen. Zij zullen hun kracht gebruiken om zichzelf te verdedigen, maar niet om anderen aan te vallen. Zij zullen niet in staat zijn om iets anders te doen dan zij die zwakker zijn dan zichzelf te respecteren en te beschermen, hun eigen kinderen incluis, omdat dit is wat zij hebben geleerd van hun eigen ervaring en omdat het deze kennis is (en niet de ervaring van wreedheid) die van het begin af aan in hun is opgeslagen. Zulke mensen zullen niet in staat zijn te begrijpen waarom eerdere generaties een gigantische oorlogsindustrie moesten opbouwen om zich op hun gemak en veilig te voelen in de wereld. Omdat het niet hun onbewuste levenstaak hoeft te zijn om de intimidatie die vanaf een zeer jonge leeftijd ervaren werd af te weren, zullen ze op een rationelere en creatievere wijze in staat zijn om te gaan met pogingen tot intimidatie in hun volwassen leven.

    De introductie is een deel uit “Pictures of Childhood” door Alice Miller. New York: Penguin USA, nieuwe editie, 1996.

    De 12 punten lijst werd voor het eerst gepubliceerd in “For Your Own Good”, door Alice Miller, Uitgeverij Farrar, Straus en Giroux, Tweede Editie, 1985, en in “Pictures of Childhood”, Farrar, Straus en Giroux, 1986.

    © Alice Miller, 1985, 1986 en 1996.

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 5, 2001

  • De stappen van Geweldloze Communicatie

    – Inbal Kashtan

    Vervolg van: Als we verbondenheid omarmen, veranderen we onze wereld: Attachment Parenting en Geweldloze Communicatie

    Onszelf uitdrukken

    Geweldloze Communicatie (GC) houdt in het mededelen van onze waarnemingen, gevoelens, behoeften en verzoeken.

    Stap 1. Waarnemingen: beschrijvingen van wat gehoord of gezien wordt zonder toegevoegde interpretaties. Bijvoorbeeld, in plaats van:” Ze heeft een driftbui”, zeggen:” Ze ligt op de grond en ze huilt en schopt.”

    Stap 2. Gevoelens: onze emoties en niet ons verhaal of gedachten over wat anderen doen. Als voorbeeld: in plaats van: ”Ik voel dat jij onverantwoordelijk bent”, dat een interpretatie is van iemands gedrag, zeg je:” Ik voel me bezorgd”.

    Stap 3. Behoeften: gevoelens worden veroorzaakt door behoeften, welke universeel zijn en niet afhankelijk van de acties van bepaalde individuen. Verklaar je behoefte als de oorzaak en niet de acties van andere personen. Bijvoorbeeld:” Ik voel me geïrriteerd omdat ik steun nodig heb”, in plaats van: “Ik voel me geïrriteerd omdat jij de afwas niet hebt gedaan.”

    Stap 4. Verzoeken: Bewust, nauwkeurig, en geformuleerd in positieve actie-taal (wat je wilt i.p.v. wat je niet wilt). Bijvoorbeeld: “Zou je vanavond terug willen komen op het tijdstip dat we hebben afgesproken?”, in plaats van: ”Zorg je dat je niet weer te laat komt?” Als we een verzoek doen staan we per definitie open voor een: ”Nee,” zien dat als een mogelijkheid voor verdere dialoog.

    Voorbeeld

    Oorspronkelijke mededeling: “Je bent onverantwoordelijk! Je maakte me zo bezorgd toen je niet op tijd thuiskwam! Als je nog een keer te laat komt, krijg je huisarrest.”
    GC mededeling: “Toen je thuiskwam om middernacht nadat we hadden afgesproken dat je om 22.00 zou thuiskomen, voelde ik me heel bezorgd omdat ik gemoedsrust nodig heb over jouw veiligheid. Zou je nu wat tijd willen besteden aan het maken van een plan die jou de autonomie die je wilt geeft en mij helpt me rustiger te voelen?”

    Mededogen met anderen

    In GC, zijn we invoelend met anderen door het proberen te benoemen van hun gevoelens en behoeften: “Voel je je….. omdat je behoefte hebt aan…..?” In plaats van proberen gelijk te krijgen, proberen we te begrijpen. In het bovengenoemde voorbeeld kan de tiener reageren met: “Nee!” de ouder kan dan van uitdrukken overgaan op invoelen: “Voel je je geïrriteerd omdat je vertrouwen nodig hebt in jouw capaciteiten zelf te beslissen hoe je je tijd wilt doorbrengen?” Vanaf hier kan de dialoog voortgezet worden met mededogen en het uiten van gevoelens en behoeften totdat beider behoefte aan verbinding en begrip is vervuld.

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 8, 2001.

  • Als we verbondenheid omarmen, veranderen we onze wereld

    Attachment Parenting en Geweldloze Communicatie

    – Inbal Kashtan

    Toen onze baby een week oud was, uitte zijn grootvader zijn bezorgdheid over het vele dragen van ons kind. Sindsdien is opa bezorgd geweest over samen slapen, lang borstvoeding geven, en we praten nog steeds samen over de verschillen in onze filosofieën met betrekking tot het ouderschap. Op een gegeven moment probeerde opa onze duidelijk verschillende benaderingen in harmonie te brengen: “We willen toch allemaal hetzelfde”, zei hij. “We willen dat onze kinderen opgroeien tot onafhankelijke mensen”.

    Wij willen óók dat onze zoon de middelen zal vinden om voor zichzelf te zorgen en die zijn behoeften zullen vervullen. We willen ook dat hij diep verbonden zal zijn met zichzelf en anderen, en dat hij zowel onderling afhankelijk als onafhankelijk zal worden. In het eerste jaar van het leven van mijn zoon, waren mijn partner en ik heilig overtuigd dat we door het praktiseren van Attachment Parenting (AP) een basis creëerden voor een levenslange verbondenheid en vertrouwensband.

    AP betekent het zorgen voor onafhankelijkheid en onderlinge afhankelijkheid door prioriteiten te geven aan de behoeften van de baby. We dragen ze, voeden ze, houden ze op ons lichaam, verwelkomen ze in ons bed. Maar voordat ze uit de luiers zijn worden onze relaties met hen oneindig veel gecompliceerder. Als ze groter worden, zien we steeds meer autonome mensen van wie de verlangens botsen met die van ons. Geconfronteerd met behoeften die veel ingewikkelder en omvangrijker zijn, zijn we vaak minder helder over onze opties bij het reageren op een manier die zorgt voor vertrouwen, respect en autonomie.

    Hoe ga je om met een tweejarige als hij elk stuk speelgoed van zijn vriendje afpakt? Wat zeg je tegen een kind van vier jaar dat schreeuwt van woede als haar babybroertje huilt? Hoe praten we met een tienjarige over de klussen die hij wéér niet heeft gedaan? Welke strategie zorgt ervoor dat onze tiener open blijft naar ons, en in veiligheid?

    Geweldloze Communicatie (GC), soms aangeduid als meedogende communicatie, biedt een krachtige aanpak waarmee de waarden van AP na de zuigelingenperiode voortgezet worden. Als een proces om ons diep te verbinden met onszelf en anderen, en voor het creëren van sociale veranderingen, wordt GC wereldwijd gebruikt in familieverband, organisaties, scholen, gevangenissen en in gebieden die door oorlog verscheurd zijn.

    GC deelt twee belangrijke uitgangspunten met AP: het motief voor menselijk handelen is het vervullen van behoeften, en veilig vertrouwde relaties worden opgebouwd door aandacht te hebben voor die behoeften. Beide uitgangspunten staan in contrast met gangbare opvoedpraktijken en veronderstellingen over de mens die daaraan ten grondslag liggen. In plaats van te focussen op autoriteit en discipline, geven AP en GC een theoretische en praktische basis bij het opgroeien van meedogende, krachtige en creatieve kinderen die de middelen zullen hebben om bij te dragen aan een vredelievende maatschappij.

    Menselijke behoeften en menselijk handelen

    In tegenstelling tot het conventionele idee dat baby’s manipulatief zijn en snel verwend, zegt AP dat het huilen van onze baby’s altijd pogingen zijn om aan hun behoeften te voldoen. GC gaat ook voorbij aan oordelen over ons en andermans handelen (als manipulatief, verkeerd, slecht, ongepast, of zelfs goed) maar focust op de gevoelens en behoeften van onszelf en anderen. (Zie: De stappen van GC.)

    Neem de volgende situatie. Een kind, Anna, laat haar kleren en speelgoed door het huis slingeren. Pa zal misschien berispen, waarschuwen, stimuleren of straffen. Deze tactieken zullen wel of niet leiden tot een direct door pa gewenst resultaat. Het is echter waarschijnlijk dat het ze ook zullen zorgen voor ongewenste lange-termijn effecten, zoals vermindering van Anna’s intrinsieke verlangen later haar huis ordelijke en netjes te houden, en ze zullen het gevoel van verbondenheid en vertrouwen in de familie aantasten.

    Anna’s moeder zal misschien niets zeggen omdat ze niet precies weet wat zou werken. Omdat er niet aan haar behoeften wordt voldaan, en omdat ze geen vertrouwen heeft dat haar behoeften er toe doen voor Anna, voelt mam zich gefrustreerd en boos. De relatie wordt wéér aangetast, en Anna krijgt geen gelegenheid om oplossingen te zoeken die werken voor iedereen – een krachtig middel om in harmonie met anderen te kunnen leven.

    GC biedt ouders twee sleutelbegrippen die verbondenheid bevorderen: het invoelen van de behoeften en gevoelens van anderen en het uitdrukken van die van onszelf. In de situatie van Anna, kan pa proberen de diepere gevoelens en behoeften van Anna te benoemen, ermee in verbinding komen. Hij zou kunnen vragen: “Ben je opgewonden omdat je wilt spelen?” Of :”Ben je geïrriteerd omdat je zelf wilt bepalen wat je met de ruimte doet?” Vaak zal de overgang naar invoelend proberen de gevoelens van het kind te benoemen de reactie van de ouder zachter maken. Vader ziet Anna niet meer als een obstakel bij het vervullen van zijn eigen behoeften; hij is bereid om zich te verbinden met een ander persoon. En Anna, die ervaart dat ze begrepen wordt, zal ervoor zorgen dat ze naar de gevoelens en behoeften van haar vader zal luisteren, en zal willen bijdragen aan de vervulling ervan.

    Mam zal ervoor kiezen haar eigen gevoelens uit te drukken. Ze zal beginnen met een observatie: “Ik zie kleren, boeken, pennen en speelgoed op de vloer in de woonkamer.” De observatie, in plaats van een interpretatie of oordeel (“Het is een rotzooi”) kan een groot verschil betekenen in Anna’s bereidheid om het vanuit het perspectief van haar moeder te zien. En dan, als mam dan volgt met het uitdrukken van haar gevoelens en behoeften in plaats van direct een oplossing te willen, maakt ze zich menselijk voor Anna:”Ik voel me gefrustreerd omdat ik houd van ordelijkheid in huis.” De moeder laat duidelijk merken dat haar gevoelens veroorzaakt worden door haar eigen onvervulde behoeften, niet door Anna’s handelen. Zo neemt ze de volledige verantwoordelijkheid voor haar gevoelens en behoeften en het vervullen ervan. Ze vervolgt met een bewust uitvoerbaar verzoek: “Zou jij je spullen willen oppakken en ze op hun plek willen neerleggen?” Of, als ze het hele patroon wil verkennen: “Zou je met me willen praten over hoe we aan jouw behoefte om te spelen en te kiezen, en mijn behoefte aan ordelijkheid tegemoet kunnen komen?” Zelfs als Anna dat niet wil op dat moment, kunnen haar ouders empathie en expressie blijven gebruiken totdat wederzijds bevredigende strategieën zijn gevonden – op dat moment of over een tijdje.

    Het is zelfs zo dat één van de meest verbindende momenten in relaties kan optreden als een persoon “Nee” zegt en de ander probeert in te voelen waar die persoon impliciet ”Ja” tegen zegt: “Als je zegt dat je niet hierover wilt praten, is dat dan omdat je meer vertrouwen nodig hebt in dat ik geef om jouw behoeften?” Elke interactie met onze kinderen bevat boodschappen over hoe ze zijn, hoe wij zijn en hoe het leven is. De ouder die een stuk speelgoed afpakt van een dreumes, die het net heeft afgepakt van een ander kind en zegt: “Niet afpakken”, leert haar kind dat afpakken oké is- voor degenen met meer macht. De ouder die eenzijdig de tijd om thuis te komen bepaalt impliceert dat hij zijn tiener niet kan vertrouwen in het nemen van beslissingen over zijn leven. In plaats daarvan, met woorden en daden, kan een ouder drie belangrijke dingen overdragen: ik wil de behoeften die leiden tot jouw handelen begrijpen, ik wil aan jou duidelijk maken welke behoeften en gevoelens aan mijn acties ten grondslag liggen, en ik wil strategieën vinden die aan de behoeften van beiden tegemoet kan komen.

    Door het horen van de gevoelens en behoeften àchter het gedrag en de woorden van onze kinderen, geven we hen iets waardevols. We helpen hen hun behoeften te begrijpen, uit te drukken en ze te vervullen; we laten hen de capaciteit zien om mee te leven met anderen; we helpen hen te zien dat veel behoeften waar mensen waarde aan hechten – de kamer schoon, en nu! Kijken naar tv, geld verdienen – eigenlijk strategieën zijn om diepere behoeften te vervullen.

    Als we onszelf toestaan beïnvloed te worden door de gevoelens en behoeften van onze kinderen, worden we gezegend door het vinden van strategieën om aan onze eigen behoeften tegemoet te komen, en die niet ten koste gaan van onze kinderen. Integendeel, door onze innerlijke wereld van gevoelens en behoeften met onze kinderen te delen, geven we hen een voor onze maatschappij zeldzame gelegenheid: hun ouders goed te kennen, de gevolgen van hun eigen acties te ontdekken zonder de schuld te krijgen, en de kracht te ervaren van het bijdragen aan de bevrediging van de behoeften van anderen.

    Macht delen versus macht over

    Als we onze kinderen iets willen laten doen wat ze niet willen, is het bijna onmogelijk het gebruik van het psychische en emotionele overwicht dat we over hen hebben te weerstaan. Toch werkt het dwingen van een kind om iets tegen z’n zin te doen niet effectief op de korte termijn, en ook worden onze lange-termijn behoeften er niet door ondersteund. (De enige uitzondering hierop is als het gaat om een bedreiging van gezondheid of veiligheid. In dat geval adviseert GC het gebruik van niet-bestraffende, beschermende macht.)

    Marshall Rosenberg, de oprichter en Directeur Educatie van het Centrum voor Geweldloze Communicatie, stelt ouders twee vragen om de grote beperkingen van macht-over tactieken zoals straf en beloning te laten zien: “Wat wil je dat je kind doet?” en: “Wat wil je dat zijn redenen zijn om het te doen?” Willen we echt dat ons kind iets doet uit angst? Schuld? Schaamte? Verplichting? Verlangen naar beloning? De meesten van ons hebben het afstompende effect – en de daaruit voortvloeiende boosheid en wrokgevoelens – ervaren van het doen van dingen om die redenen. Mensen reageren niet met plezier op macht of eisen. Het is duidelijk dat als mensen hun behoeften vervullen ten koste van anderen, er een bijbehorende rekening is voor henzelf. Onze behoeften worden het meest volledig en consequent vervuld als we strategieën vinden die ook de behoeften van anderen vervullen.

    Naast het helpen onze behoeften zonder dwang te vervullen, helpt GC ons ook bij het weerstaan van toegeven aan àlle wensen van onze kinderen, door ons te leren onze gevoelens te uiten, onze behoeften, heldere verzoeken te uiten, en te verwachten dat er rekening wordt gehouden met onze behoeften. Als we consequent laten zien dat we overtuigd zijn van het belang te zorgen voor ieders behoeften – niet alleen die van hen, niet alleen die van ons – dan laten we een manier van leven zien aan onze kinderen en creëren de situatie dat we de macht met hen delen: de macht te kiezen om bij te dragen het leven mooier te maken voor iedereen.

    Zonder dwang of toegeeflijkheid, focust het NVC op menselijke behoeften en helpt ons te realiseren dat wij, onze kinderen en alle mensen deze behoeften hebben. Ik heb grote hoop dat door op deze manier te leven, ik de harmonie in onze familie kan bevorderen, en kan bijdragen aan vrede in onze gekwelde wereld.

    Opgroeien met Geweldloze Communicatie

    Mensen vragen me vaak hoe oud kinderen moeten zijn voordat ouders kunnen beginnen met GC of wanneer het daarvoor te laat is. Ik antwoord dan dat we GC altijd kunnen gebruiken. Bij baby’s zal GC veel lijken op AP, met verbale expressie van onze behoeften en gevoelens en die van onze baby. Hoe jonger de baby, hoe meer primair haar behoeften zijn: als ze groeit, groeit ook de mogelijkheid de behoeften van iederéén erbij te betrekken.

    Beginnen met GC bij oudere kinderen brengt de uitdaging om oude patronen te doorbreken, maar de eenvoud en transformerende kracht van GC maakt het proces meer toegankelijk. Terwijl ieders vaardigheid met GC groeit, groeit ook het plezier door een diepere verbintenis en de opluchting een vorm van ouderschap te vervullen die meer in lijn ligt met onze eigen waarden en onze hoop voor de wereld.

    GC verjaagt niet alle uitdagingen van het ouderschap. Ons kind, zoals de meeste driejarigen, eist, weigert, slaat en negeert. En zoals de meeste ouders, verheffen we soms onze stem, raken gefrustreerd, voelen ons hulpeloos, en vergeten hoe we het ook al weer willen doen als ouders. Tijdens deze uitdagingen echter geeft GC iedereen in onze familie de vaardigheden die de communicatie en connectie weer herstellen. Tijdens de dagelijkse worsteling in het tegemoet komen aan ieders behoeften en het delen van de macht, uit onze zoon vaak zijn gevoelens, doet verzoeken, en verzint strategieën die aan ieders behoeften tegemoet komen. Opgegroeid met GC, lijkt het erop dat hij zich een nieuw voorbeeld voor relaties heeft eigen gemaakt.

    Op een avond, een aantal maanden geleden, was ik erg gefrustreerd en liet dat duidelijk merken. Mijn zoon reageerde: ”Ik vind de manier waarop je jouw gevoelens over wat er gebeurd is vertelt niet prettig”, en demonstreerde de toon van mijn stem van zonet. Hij vervolgde: ”Ik zou willen dat je het zo zegt”, en demonstreerde de manier die hij wel prettig zou vinden. Zonder oordeel vertelde hij zijn waarnemingen, gevoelens en verzoek, met de impliciete behoefte aan respect. Ik veranderde direct en blij mijn toon, en na twee zinnen knuffelden we, diep verbonden.

    Mijn zoon gaat er ook vanuit dat ouders en kinderen samen de macht hebben. Laatst speelden we dat ik een kind was dat bang was om naar de dokter te gaan. In plaats van zeggen: ”Je moet gaan” vroeg hij: ”Wil je gaan?” “Nee, ik ben bang dat het pijn gaat doen”, antwoordde ik. Toen zei hij, ”De dokter zal je geen pijn doen. Wil je nu wel gaan?” Door het spelen van de ouder, begreep hij dat we twee autonome mensen waren, die onze eigen beslissingen namen, met gebruik van de kracht van woorden om tot een wederzijds bevredigende uitkomst te komen.

    Als toevoeging, mijn zoon begint nu ook het verschil te zien tussen behoeften en de strategieën die we gebruiken om ze te vervullen. Op mijn: ”Ik wil even met je praten, wil je je boek even neerleggen als ik tegen je praat?”, antwoordde hij: ”Dat wil ik niet”. Ik had kunnen meevoelen met die “Nee”, proberen te begrijpen welke behoefte hij probeerde te vervullen, maar ik koos ervoor om mezelf wat duidelijker uit te drukken: ”Ik voel me ongemakkelijk bij je als je in het boek zit te kijken, dus zou je het willen neerleggen?” Hij antwoordde: “Oké, ik leg ‘m zo neer, maar eerst wil ik begrijpen waarom je je niet gemakkelijk voelt om te praten terwijl ik in het boek lees.” Ik realiseerde me dat ik mijn behoefte niet duidelijk had uitgelegd, en zei: “Omdat als ik praat ik het prettig vind te weten dat er naar me wordt geluisterd.” Mijn zoon begreep toen mijn behoefte en zag dat we geen conflict hadden. Hij zei: ”Ik luister naar je, dus begin maar met praten.” Toen mijn behoefte bevredigd was, konden we beiden zien dat mijn strategie niet de enige was om aan die behoefte tegemoet te komen.

    GC leert dat alle geweld een tragische uiting is van onvervulde behoeften. Met de voortdurende cyclus van geweld die onze wereld vernietigt, is er grote visie en groot geloof voor nodig om te weten dat we manieren kunnen vinden om elkaar als volledige mensen te zien en om een wereld te maken die aan al onze behoeften tegemoet komt. Als we onze kinderen grootbrengen met het spreken en naleven van de taal van compassie, dan omarmen we die visie en doen mee aan het maken van die wereld.

    Verder lezen: De stappen van geweldloze communicatie

    Meer informatie

    The Center for Nonviolent Communication (www.cncv.org) geeft wereldwijd trainingen, educatief materiaal en meditaties. Er zijn meer dan 100 trainers die geweldloze communicatie geven in 35 landen.

    In Nederland: Centrum Geweldloze Communicatie
    www.geweldlozecommunicatie.nl

    Andere publicaties:
    Leu, Lucy. Nonviolent Communication Workbook for Individual And Group Practice. CNVC, 2001
    Rosenberg, Marshall B. Nonviolent Communication: A language of Compassion, PuddleDancer Press, 1999.

    Dit is vertaald in het Nederlands met als titel: Geweldloze Communicatie, ontwapenend en doeltreffend, Lemniscaat Rotterdam.

    Inbal Kashtan, MA, is trainer bij het Centrum voor Geweldloze Communicatie en de coördinator van het ouderproject van het centrum. Ze geeft workshops en retraites, en trainingen in scholen en organisaties. Ze woont samen met haar partner en zoon in Oakland, California, en ze kan worden bereikt via inbal@cnvc.org.

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 8, 2001

  • De pijn van afgewezen worden is echte pijn

    Wetenschap

    Dat afgewezen worden pijn doet is meer dan beeldspraak. Een team wetenschappers heeft uitgevonden dat voor onze hersenen een afwijzing hetzelfde is als je teen stoten.

    Hersenscans bij vrijwilligers lieten zien dat als zij een afwijzing meemaakten, het ‘pijncentrum’ in de hersenen in een hogere versnelling ging. Dit suggereert dat emotionele stress, veroorzaakt door bijvoorbeeld het einde van een relatie, of het verlies van een geliefd persoon, sterker aansluit bij fysieke echte pijn dan tot nu toe werd aangenomen.

    Wetenschappers weten al een tijd dat als een persoon fysieke pijn heeft, dat dan de anterior cingulate, een deel van de hersenen, tot actie overgaat.

    “Het is als een alarmsysteem. Het laat je weten wanneer je pijn voelt”, zegt Matthew Liebermann, een psycholoog verbonden aan de universiteit van California in Los Angeles.

    Dr. Liebermann en zijn collega’s Naomi Eisenberger en Kipling Williams besloten te gaan kijken of hetzelfde deel van de hersenen ook getriggerd zou worden bij emotionele stress.

    Ze vroegen een vrijwilliger te gaan liggen in een hersenscanner terwijl ze een eenvoudig computerspel aan het spelen waren. Het spel omvatte het raken van knoppen op een handset teneinde een virtuele bal te vangen en deze dan naar één of twee ander spelers in het spel te gooien. Er werd hen verteld dat het spel onbelangrijk was en dat het alleen maar werd gebruikt om te zien of de verbinding met de twee andere spelers in andere scanners in werking was. De onderzoekers vertelden niet de waarheid. De andere spelers waren helemaal niet echt maar kwamen uit de computer.

    Toen het spel startte speelden alledrie de spelers de bal rond zodat elke speler een gelijk aandeel in het spel had. Maar na een tijdje spelen, begonnen de twee computerdeelnemers plotseling alleen de bal naar elkaar te gooien. “Sommige mensen kwamen uit de scanner en zeiden: zag je wat ze met me deden!”, zei Liebermann.

    De vrijwilligers die zich het meest rot voelden over de afwijzing lieten de meeste hersenactiviteit zien. Het ‘pijncentrum’ in hun hersenen was veel actiever geworden.

    “De reactie op de sociale uitsluiting was opvallend vergelijkbaar met wat je ziet in de reactie op fysieke pijn”, zegt Dr Liebermann.

    Professor Anthony Dickenson van de University College London, die gespecialiseerd is in de oorzaak van pijn, zei: “dit is heel belangrijk omdat het de medici voor eens en voor altijd bewijst dat emotionele stress iets echts is, dat mensen die zich ellendig voelen geen simulanten zijn.”

    “Het laat zien dat de psychologische aspecten van pijn echt zijn en dat ermee omgaan niet een kwestie is van tegen mensen zeggen dat ze zich bij elkaar moeten rapen. “

    Dr Richard Wise van Oxford University die het effect van pijn op de hersenen heeft bestudeerd via een magneetscan, zegt: “Dit soort onderzoeken hebben een grote waarde omdat zij ons helpen een idee te vormen van de netwerken in de hersenen die betrokken zijn bij het ervaren van verschillende gevoelens.”

    Bron:
    Ian Sample, science correspondent
    Friday October 10, 2003
    The Guardian

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 14, 2005

  • Peuters: temmen of vertrouwen? – Naomi Aldort

    In mijn functie als ouderschapscounseler, wordt ik vaak gebeld door verwarde en verbijsterde ouders die zeggen: “ Mijn baby was een engeltje. En toen op een dag veranderde hij in een monster. Ik deed alles volgens het boekje: hij had een rustige geboorte, hij krijgt nog steeds borstvoeding op verzoek, hij slaapt nog steeds naast me, en ik heb hem altijd gedragen. Waarom wordt hij nu zo moeilijk (met twee, drie of vier jaar)?”

    Wat er is gebeurd is eigenlijk een prachtig resultaat van een relatie van vertrouwen en een diepe verbondenheid bevorderd door een gezonde hechting. Het jonge kind vertrouwt haar ouders volledig, en in dat vertrouwen neemt ze terecht aan dat ze aan haar kant staan en dat het veilig is om haar vleugels uit te slaan. De manier waarop jonge mensen echter hun vleugels uitslaan, komt volwassenen niet altijd uit.

    Het komt niet uit als de peuter met modder wil spelen, met water wil experimenteren, dingen uit elkaar wil halen, veel energie heeft, als hij in de gaten gehouden moet worden, vastgehouden en uren voorgelezen wil worden. De meeste ouders die attachment parenting toepassen accepteren met liefde het ongemak als het kind nog een zuigeling of baby is. Het is lastig als de baby op ons kwijlt, ons nat maakt, de vloer vies maakt met eten, of ons een paar keer per nacht wakker maakt – in ons vertrouwen zien we dat het zijn behoeften zijn, en in onze overtuiging bij het verzorgen van een hechte relatie, accepteren we die behoeften met liefde en zonder oordeel. We proberen onze baby niet te leren om op te houden met kwijlen of te stoppen met huilen om zijn onvervulde behoeften. De overgang van een hulpeloze baby naar een actieve peuter kan ertoe leiden dat ouders zich laten misleiden hun aanpak te veranderen van één van totaal vertrouwen en acceptatie naar één van aanleren en strijd.

    Een vader gaf toe dat hij spijt had van de attachment parenting-benadering die hij en zijn vrouw hadden gepraktiseerd bij hun dochter. Op vierjarige leeftijd was ze “wild en veeleisend” terwijl het kind van hun vriend, die “op was gegroeid in een kinderbedje” en naar de crèche ging, zo meewerkend was.

    Omdat ik dit verhaal vaak heb gehoord van verschillende ouders, kan ik niet zeggen dat het hier alleen maar gaat om een verschil in persoonlijkheid van de kinderen. De echte vraag is of dat andere kind echt zo meewerkend is, of dat ze eigenlijk inschikkelijk en gelaten is? Is het kind dat in vertrouwen en verbondenheid is opgegroeid wel echt “wild en veeleisend” of gewoon levendig, vertrouwend en assertief? Misschien zit de moeilijkheid niet in het kind maar in onze houding en benadering als ouders. Misschien is het nodig de attachment parenting-houding met al het vertrouwen, respect en erkenning die erbij hoort, te verlengen met nog veel meer jaren.

    Ook al verdwijnen veel van de aspecten van de meer intensieve periode van hechting langzamerhand als het kind groter wordt, er zijn een paar eigenschappen die voor een ouder essentieel blijven: vertrouwen, leiderschap en compassie. Als we deze kwaliteiten in ons ouderschap behouden, zullen we het leven met peuters veel minder stressvol en hoogst fascinerend vinden.

    We herinneren ons nog even dat we onze baby vertrouwden. We stonden er niet op dat hij een lepel moest vasthouden voor hij daar aan toe was, of dat hij kon lopen. Later stonden we er niet op dat hij praatte voordat hij dat kon. Attachment parenting is afstemmen en reageren op het kind bij elke fase, en we vertrouwen erop dat zijn intentie om te rijpen zelfs urgenter is dan die van ons. De peuter gaat al zo snel – haar aansporen nog sneller te gaan om aan onze verwachtingen te kunnen voldoen zal haar het gevoel geven dat ze faalt, resulterend in een laag zelfbeeld en moeilijk gedrag. Met een houding van vertrouwen kunnen we blijven aannemen dat een peuter doet, wat ze nodig heeft – net zoals we onze baby daarin vertrouwden. Natuurlijk zijn er momenten waarop het kind iets wil dat onveilig of anderszins ontoelaatbaar is. Op dat soort momenten kunnen we het kind erkenning geven voor haar gevoelens van teleurstelling, verdriet of woede, en haar indien relevant een vergelijkbare maar veilige activiteit aanbieden.

    Om te weten wat de rol van leider inhoudt voor een ouder, kunnen we het best beginnen met te zeggen wat het níet inhoudt. Leiderschap betekent niet een kind veroordelen, controleren, onderwijzen of sturen. Leiderschap is geen poging het kind iemand te laten worden die ons gemak dient en onze goedkeuring kan wegdragen. In plaats daarvan is leiderschap gebaseerd op vertrouwen in en respect voor wie het kind is tijdens elke fase in zijn leven. We kunnen ons kind leiden door een creatieve en veilige omgeving te creëren in plaats van het zo veel mogelijk te limiteren. We zorgen voor leiderschap als we opmerken waar de behoeften liggen van het kind en als we de voorwaarden scheppen om op een veilige manier aan die behoeften tegemoet te komen. Ze heeft misschien een ruimte nodig om te rennen en schreeuwen; ze wil naar buiten om te klimmen en vies te worden, en stenen in het water te gooien; ze heeft het misschien nodig om zich onafhankelijk en autonoom te voelen door een rotzooi te maken van haar speelgoed en kleren. Ze heeft ons ook nodig om haar tegen te houden bij onveilige of ongepaste situaties. In haar vertrouwen leunt ze zwaar op deze manier van leiding geven, zonder dat zou ze haar vleugels niet steeds wijder durven uitslaan.

    Als de manier van leidinggeven niet toereikend is, dan heeft het kind het gevoel dat hij niemand heeft waar het op kan bouwen en die het kan vertrouwen. Het resultaat van gebrek aan de juiste vorm van leiderschap en gebrek aan vertrouwen en respect stapelen zich in de loop der tijd op en monden uit in stress, gebrek aan zelfvertrouwen en een gevoel van onveiligheid. Het kind voelt zich verloren en is geneigd te dingen te doen waarvan het hoopt dat het zijn ouders zullen dwingen de leiderschapsrol op zich te nemen – dingen die ouders vaak zien als “ slecht gedrag” of als te veeleisend.

    Bij dit type problemen kan het grootste gedeelte worden voorkomen met een houding van vertrouwen en met leiderschap dat geworteld is in invoelingsvermogen en respect. Er is niemand die ervan houdt als hem iets wordt opgedragen – en peuters nog het minst. Deze eigenschap van een kind respecteren en aan haar kant staan, betekent dat je de weg leidt door haar behoeften te volgen, op basis van wat ze aangeeft. In plaats van haar proberen te laten stoppen met het morsen van water op de vloer, kunnen we buiten een tuinslang regelen of wat tijd in de badkuip. In plaats van boos te worden als het kind haar pyjama niet aan wil doen, kunnen we reageren op haar behoefte door het spelen van het spelletje: “wegrennen van de pyjama”. Wat een ware leider het meest doet, is volgen. Als resultaat hiervan vertrouwt het kind de ouder, en als het nodig is om de leiding te nemen door het herroepen van een gemaakte keuze van het kind, zal het makkelijker volgen, omdat het weet: “mijn mama en papa staan aan mijn kant”.

    De meeste ouders lijken leiders als hun kind een baby is. We vertrouwen en accepteren de baby zoals ze is tijdens elke fase, en tegelijkertijd zijn we ook de managers van het familieleven. Als we uit de winkel moeten, gaan we, als de baby huilt houden we hem vast, erkennen en vervullen de behoefte. Als een luier verschoond moet worden verschonen we, en als de baby verdrietig is als we dat doen, erkennen we weer haar gevoelens terwijl we verschonen. Als ze iets gevaarlijks in haar mond stopt, verwijderen we het en bieden een alternatief aan. De baby rekent erop dat we haar in de gaten houden en haar zullen tegenhouden als ze iets doet wat niet goed is voor haar of anderen. Ze zal alles proberen, en vertrouwt ons daarbij dat we over haar veiligheid zullen waken. Ze rekent sterk op haar ouders. Op diezelfde manier vertrouwt de peuter ons dat we over haar waken en dat we zullen voorkomen dat ze schade aanricht.

    Grenzen

    Ik gebruik bij mijn kinderen of de ouders die ik begeleid nooit de woorden “grenzen stellen” Soms is het nodig om onze kinderen te informeren over grenzen die niet vanzelfsprekend zijn, toch hoeven we niets toe te voegen aan de al bestaande grenzen in hun fysieke en sociale realiteit. De frustratie van het jonge kind is zo groot juist omdat ze steeds grenzen tegenkomt. Het moderne leven met alle technologie, reizen en constante stroom van stimuli kan te intens zijn voor kleintjes. Deze overdaad creëert niet alleen stress, maar we zijn ook gedwongen veel grenzen op te leggen die een kind niet begrijpt en die leiden tot stressgerelateerd gedrag – grenzen zoals veiligheidsgordels vastmaken, niet rennen op het parkeerterrein, niet mogen spelen met elektriciteit, enz.

    Gelukkig wijzen de meeste grenzen vanzelf en kunnen we ons er buiten houden. In feite is een deel van onze taak het reduceren van de hoeveelheid hulpeloosheid in het leven van ons kind, door een paar grenzen uit onze omgeving te verwijderen. Ik vind dat het beperken van de hoeveelheid grenzen in het leven van een peuter hem helpt makkelijker om te gaan met die grenzen waarvan hij er aan toe is ze het hoofd te bieden. Tegelijkertijd hoeven we ook niet alle uitdaging en frustratie uit zijn leven te halen. We kunnen zijn keuzes en neigingen vertrouwen. Frustratie is een gezonde opstap naar groei zolang het niet georganiseerd is door iemand anders dan het kind zelf.

    Mijn jongste zoon Oliver, drie jaar, klimt op de rotsen op het strand. Ik sta erbij, in de aanslag. Al gauw zegt hij: “het is eng”, en vraagt me om hulp om naar beneden te komen. Ik help hem bij het afdalen, ik til hem niet gewoon op en zet hem neer op de grond. Hoe komt het dat hij er bang voor is om in de hoogte te zijn? Hij leerde over de fysieke grens van de zwaartekracht door vallen, vallende blokkentorens en andere dagelijkse ervaringen en nu leerde hij een ander dimensie van zwaartekracht en hoogten kennen. Het leven is de leraar. Hij zorgde voor de uitdaging en de frustratie, en hij rekende op mij dat hij er veilig bij was. Als hij me niet zou vertrouwen, dan zou hij zichzelf niet durven uitdagen. Zelfvertrouwen is het resultaat van het vermogen van het kind om over zijn eigen grenzen te durven gaan.

    Door te volharden in de houding van vertrouwen, kunnen we aannemen dat alles wat het kind doet datgene is waar ze de behoefte toe voelt, net zoals een baby. We leggen ons kind zo min mogelijk op en waken over haar veiligheid terwijl ze zich langs de eindeloos kronkelende lijn van grenzen en doorbraken begeeft. Als een activiteit onderbroken moet worden, helpt het vertrouwen van het kind in ons leiderschap haar bij het accepteren van de zelden opgelegde grens. Als we de speeltuin moeten verlaten, kunnen we ons kind zo vriendelijk mogelijk mee naar huis nemen en haar huilen erkennen met woorden, luisteren en knuffelen.

    We kunnen ons kind niet beschermen tegen de pijn en frustraties die bij het leven horen. Het is ook niet wenselijk want het kan ze alleen maar zwakker maken. Wat we wel kunnen doen is meelevende metgezellen zijn tijdens deze unieke en persoonlijke ‘rit’. Ons kind zal dan leren de vele gezichten van het leven te leren kennen, en invoelingsvermogen en nabijheid leren waarderen. En bovenal zal hij emotionele veerkracht krijgen en vertrouwen in zijn vermogen om te gaan met tegenslag.

    Naomi Aldort is ouderschapscounseler, schrijfster en spreekster. Ze geeft workshops voor ouders en geeft internationaal consulten per telefoon. Naomi’s artikelen kun je vinden in Mothering magazine, in het tekstboek van McGraw Hill University: “A Child’s World”; The Journal for Family Living, Taking Children Seriously, The Nurturing Parent magazine, Mother Tongue, Growning Without Schooling, Kangaroo Kids en meer. Je kunt haar artikelen ook online lezen op www.naturalchild.org en andere sites. Voor een consult, het bestellen van tapes, en voor het organiseren van workshops bel: +1-360-376-3777 (VS) of email: naomi@aldort.com.

    Leestip:
    ‘Do not disturb’ – Deborah Jackson

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap 10, 2002