Categorie: Zwangerschap en geboorte

  • Veiligheid van borstvoeding geven tijdens zwangerschap

    door Hilary Dervin Flower, MA

    Ben je van plan om zwanger te worden van je tweede kind, maar geef je nog steeds met plezier borstvoeding aan je eerste kind? Of misschien geef je borstvoeding aan een kind dat bovenop een trappelende zwangere buik ligt? Als dat zo is ben je niet de enige. In tegendeel. Bij een onderzoek aan 179 moeders die ten minste zes maanden borstvoeding hadden gegeven, had 61 % ook borstvoeding gegeven tijdens de volgende zwangerschap (1). Van deze groep gaf 38 % na de bevalling zowel het oudere kind als de nieuwe baby borstvoeding, een verschijnsel dat ook wel “tandemvoeden” wordt genoemd.

    Voor het oudste kind kan het voortzetten van de borstvoeding helpen bij het wennen aan de komst van de nieuwe baby. Bovendien is het geven van borstvoeding een heel ontspannende manier om voor een jong kind te zorgen terwijl je zwanger bent.

    Als je overweegt of het een goed idee is om deze overlappende borstvoedingsperiode te hanteren, moet je rekening houden met het feit dat een zwangere rust nodig heeft, in gewicht moet toenemen en over het algemeen goed op haarzelf moet letten. Je moet er rekening mee houden dat borstvoeding geven voor veel moeders pijnlijk of irriterend kan zijn in een gedeelte van de zwangerschap of tijdens de hele zwangerschap. Sommige moeders spenen om deze reden hun kind. Halverwege de zwangerschap neemt de hoeveelheid melk ook af. Sommige kinderen spenen zichzelf om die reden, anderen lijkt het niet uit te maken.

    Een andere zorg die overwogen moet worden is het feit dat het geven van borstvoeding samentrekkingen van de baarmoeder veroorzaakt. Zou borstvoeding daardoor een miskraam of vroeggeboorte kunnen veroorzaken? Ik heb de wetenschappelijke literatuur doorgespit en meer dan 200 moeders geïnterviewd om gegevens te verzamelen, zodat moeders een zo geïnformeerd en gebalanceerd mogelijke beslissing over deze belangrijke veiligheidskwestie kunnen nemen. Deze vraag had mijn eerste prioriteit terwijl ik onderzoek deed voor mijn nieuwe boek Adventures in Tandem Nursing: Breastfeeding during Pregnancy and Beyond, gepubliceerd in juli 2003 door La Leche League International. Hier volgen in het kort mijn bevindingen.

    Borstvoeding en contracties

    Het stimuleren van een tepel zorgt voor de afgifte van het hormoon oxytocine in het bloed. Oxytocine is belangrijk voor het geven van borstvoeding omdat het de chemische boodschapper is die het borstweefsel de opdracht geeft zich samen te trekken en melk af te geven (de toeschietreflex). Oxytocine geeft ook aan het baarmoederweefsel de opdracht zich samen te trekken. Alle vrouwen hebben deze samentrekkingen van de baarmoeder tijdens het zogen, maar ze zijn meestal niet sterk genoeg om waar te nemen. Als een vrouw is uitgerekend voor de bevalling wordt tepelstimulatie soms ook gebruikt om te zorgen dat de baarmoedermond rijpt. Tijdens de bevalling kan tepelstimulatie ook gebruikt worden om het proces te bespoedigen. Het zogen na de bevalling is ook een efficiënte manier om de baarmoeder zich te laten samentrekken tot haar oorspronkelijke formaat.

    Als je deze feiten op een rijtje zet lijkt het logisch dat het geven van borstvoeding een vroegtijdige bevalling zou kunnen veroorzaken. Deze vraag verdient medisch onderzoek en het is belangrijk in de gaten te houden dat over deze precieze vraag op dit moment nog geen gecontroleerd onderzoek is gedaan. Tegelijkertijd suggereren eerste indrukken van algemenere onderzoeken dat het geven van borstvoeding en normale zwangerschappen heel goed samengaan. In een onderzoek van Sherril Moscona in 1993 aan 57 moeders uit Californië die borstvoeding gaven tijdens zwangerschap concludeerde ze dat dit geen duidelijke negatieve gevolgen had voor de zwangerschap (2). Er zijn ook ontelbaar veel verhalen van moeders die borstvoeding gaven tijdens hun zwangerschap en het leven gaven aan gezonde, voldragen, kindjes. Natuurlijk zijn niet alle zwangerschappen voorbestemd om voldragen te worden zoals we hopen, ongeacht of de moeder borstvoeding geeft of niet, en dus hebben ook zogende moeders hun aandeel in vroeggeboortes en miskramen.

    De meeste moeders merken de contracties van de baarmoeder niet tijdens het zogen, zelfs tijdens een zwangerschap (93 % in het onderzoek van Moscona (3)). Wat interessant is, is dat zelfs diegenen wel intense zoogcontracties waarnemen, vaak voelen dat die contracties snel na het voeden stoppen (4). Net als Braxton-Hicks contracties (oefenweeën), komen zoogcontracties gewoonlijk voor zonder de zwangerschap te verstoren. Hoe zou dit kunnen werken? De wetenschappelijke literatuur heeft hier veel over te melden.

    Tekenen van vroege weeënactiviteit

    Denk er aan om snel contact te zoeken met je verloskundige of andere zorgverlener als je een van de mogelijke waarschuwingstekenen ervaart:

    -vier of meer baarmoeder contracties in een uur – de hele baarmoeder is strak, hard, “als een bal” opgerold bij aanraking; kan maar hoeft niet pijnlijk te zijn
    -lage rugpijn
    -druk in het bekken
    -krampen (zoals bij menstruatie)
    -toegenomen vaginale afscheiding, die eventueel slijm, bloed of water bevat

    Als deze tekenen zich voordoen (of als je je zorgen maakt over enige samentrekkingen) tijdens een borstvoedingssessie, stop dan met de voeding. Het is belangrijk om te weten dat borstvoeding samentrekkingen kan veroorzaken en, zoals Braxton-Hicks, deze samentrekkingen niet automatisch betekenen dan de bevalling gaat beginnen.

    Als je bent gestopt met borstvoeden – of op een bepaald moment niet aan het voeden was – en je hebt nog steeds of denkt dat je nog steeds meer dan twee of drie contracties per uur hebt, doe dan het volgende:

    1) Neem de tijd op hoe vaak een wee begint en hoe lang een duurt.
    2) Leeg je blaas.
    3) Drink een groot glas water (uitdroging kan soms tot weeënactiviteit leiden).
    4) Ga op je linkerzij liggen, of met je voeten omhoog, ontspan je bewust. En nogmaals, als je hierna ondervind dat je vier of meer samentrekkingen per uur hebt, bel je verloskundige of andere begeleider bij je zwangerschap.

    De goedbeschermde baarmoeder

    Het idee van vroeggeboorte, op gang gebracht door borstvoeding, ontspringt voor een groot gedeelte uit een onvolledig begrip van de relatie tussen tepelstimulatie, oxytocine en zwangerschap.

    Het eerste feit dat vrij onbekend is, is dat er tijdens zwangerschap minder oxytocine vrijkomt bij tepelstimulatie, dan bij een niet-zwangere (5).

    Maar het belangrijkste voor het begrijpen van wat er gebeurt bij het zogen tijdens zwangerschap is de baarmoeder zelf. In tegenstelling tot wat mensen denken reageert de baarmoeder niet gedurende de hele zwangerschap als een marionet op de hoeveelheid oxytocine in het bloed. Zelfs een hoge dosis synthetisch oxytocine (pitocine) heeft weinig kans een bevalling op gang te brengen voordat een zwangerschap is uitgedragen (6).

    Integendeel, de baarmoeder moet zich actief voorbereiden voordat de bevalling op gang kan komen. Je zou kunnen zeggen dat de baarmoeder twee verschillende staten kent: de rustige koesterstaat en de actieve bevalstaat. Deze toestanden maken een groot verschil in hoe de baarmoeder reageert op oxytocine en naar zich laat raden, ook op het zogen. Terwijl de baby groeit, is de baarmoeder uitgerust met een gedempte reactie op oxytocine. Maar als ze klaar is voor de bevalling hebben de voorbereidingen van het lichaam de baarmoeder getransformeerd tot een orgaan dat intens reageert op oxytocine.

    Veel discussies over zogen tijdens zwangerschap gaan noemen de zogenaamde oxytocine-receptoren, de baarmoedercellen die de aanwezigheid van oxytocine waarnemen en een contractie veroorzaken. Deze cellen zijn schaars tot 38 weken in de zwangerschap en gaan na die tijd geleidelijk omhoog. Nadat de bevalling begonnen is wordt hun aantal 300 keer zo hoog (7). De relatieve schaarsheid van deze cellen is een van de manieren waarop de baarmoeder in zijn koesterstand blijft tijdens de zwangerschap, maar niet de enige.

    Als we nauwkeuriger kijken naar de moleculaire biologie van de zwangere baarmoeder zien we nog meer manieren om in de rustige koesterstaat te blijven. Om sterk op de oxytocine te kunnen reageren hebben de oxytocine-receptoren de hulp nodig van speciale eiwitten, de zogenaamde overdrachtsstoffen. De afwezigheid van deze eiwitten houden de baarmoeder in de ruststaat, relatief ongevoelig voor oxytocine, zelf als het aantal oxytocine-receptoren hoog is. Bovendien staan natuurlijke oxytocine-blokkeerders, voornamelijk progesteron, tussen oxytocine en zijn receptor tijdens de zwangerschap (8,9,10).

    Omdat 1) de oxytocine-receptoren dus schaars zijn, 2) de overdrachtsstoffen schaars zijn en 3) de receptoren versperd zijn door progesteron en andere oxytocine-blokkeerders, kan alleen de aanwezigheid van oxytocine geen bevalling op gang brengen. De baarmoeder is in koesterstaat, goed beschermd tegen vroegtijdige bevalling (4).

    Een gebalanceerde benadering

    Of het geven van borstvoeding het risico op vroeggeboorte of miskraam bij een zwangere vrouw kan verhogen kan alleen precies bepaald worden door direct medisch onderzoek. Maar, zoals boven beschreven, geven de reeds bestaande onderzoeksresultaten ons al duidelijke redenen om te twijfelen aan de mogelijkheid dat het geven van borstvoeding een bevalling kan induceren als het lichaam zich verder nog niet op een bevalling heeft voorbereid. Nu steeds meer mensen werkzaam in de gezondheidszorg ervaring opdoen op dit gebied, beweren steeds meer welgerespecteerde bronnen (inclusief Ina May Gaskin, LM (4), The American Academy of Family Physicians (11), en Ruth Lawrence, arts, in Breastfeeding: A Guide for the Medical Profession (12)), dat het geven van borstvoeding veilig is tijdens een gezonde zwangerschap.
    Bij gecompliceerde zwangerschappen zijn altijd meer ingewikkelde beslissingen nodig, maar in veel gevallen kan het spenen van het oudere kind vermeden worden. Ik heb gecorrespondeerd met veel moeders die gevoed hebben tijdens risicovolle zwangerschappen, waarbij zelfs vroeggeboorte dreigde, maar die toch voldragen kindjes ter wereld brachten4. Soms lijkt het toch beter te minderen met borstvoeding of zelfs te spenen. Elke moeder zal zelf de keuze moeten maken.

    Het is misschien verstandig om samen met je vroedvrouw of arts een plan te maken, zodat je precies weet waar je mee bezig bent. Zoals bij iedere zwangerschap, zou je moeten letten op signalen voor een miskraam of vroegtijdige bevalling. Iedere moeder die contracties/weeën voelt die haar zorgwekkend voordoen, zou de voedsessie moeten stoppen om te kijken of de contracties dan ook stoppen. Sommige artsen vinden dat het dan belangrijk om de effecten van het zogen op de baarmoedercontractie, de hartslag van de foetus of de staat van de baarmoedermond te controleren.

    Afsluitend zou ik graag mijn eigen verhaal willen delen. Toen ik zwanger werd van mijn tweede kind, was ik bang dat het geven van borstvoeding mijn gezonde zwangerschap zou verstoren. Mijn vroedvrouwen Anne Hirsch, LM, en CharLynn Daughtry, LM, CPM, waren gewend aan het begeleiden van zogende moeders. Zij gaven me de steun die ik nodig had om mijn borstvoedingsrelatie met mijn twee jaar oude dochter Nora Jade voort te zetten.Wat heeft me dat goed geholpen. Nadat ik Miles thuis ter wereld bracht, stormde mijn dochter binnen om haar broertje te begroeten en ze wilde onmiddellijk samen met hem bij me drinken. “Die titi is voor broertje” wees ze. Terwijl ze dronken en elkaar met wijd open ogen over mijn borst aanstaarden, sloeg ik mijn armen om hen heen, en bewonderde de kracht van mijn lichaam dat voedde.

    Iedere moeder moet haar keuzes en gevoelens overwegen als ze beslist of het verstandig is te voeden tijdens zwangerschap. Iedere moeder moet luisteren naar haar eigen lichaam. Vertrouw jezelf om de beste keuze te maken voor je gezin.

    Over de auteur

    Hilary Flower woont in Florida met haar partner Ben, dochter Nora Jade (5) en zoon Miles (2). Ze is de schrijfster van Adventures in Tandem Nursing: Breastfeeding during Pregnancy and Beyond, gepubliceerd in juli 2003 door La Leche League International. Ze tandem-voedde 18 maanden, terwijl ze het boek schreef. Hilary interviewt nu ouders voor haar nieuwe boek over zachte discipline en zou je hulp graag willen hebben.

    Referenties

    1 From an unpublished study by Kathleen Kendall-Tackett, Ph.D., IBCLC, Sugarman, M., M.D., 2003; data published in Flower, Hilary. Adventures in Tandem Nursing: Breastfeeding During Pregnancy and Beyond. La Leche League International, Schaumburg, Illinois, 2003. p. 16.
    2 Bøhler, E. Bergström, S. Subsequent Pregnancy affects morbidity of previous child. J Biosoc Sci 1995 27:431-442.
    3 Moscone(sic), SR., Moore, M.J, Breastfeeding during pregnancy. J Hum Lact 1993; 9(2):83-88.
    4 Flower, Hilary. Adventures in Tandem Nursing: Breastfeeding During Pregnancy and Beyond. La Leche League International, Schaumburg, Illinois, 2003. p. 225-30, 235.
    5 Amico, J., and Finley, B., Breast stimulation in cycling women, pregnant women and a woman with induced lactation: pattern of release of oxytocin, prolactin and luteinizing hormone. Clinical Endocrinology, 1986 25:97-106.
    6 Kimura T, Takemura, M., Nomura, S., et al. Expression of oxytocin receptor in human pregnant myometrium. Endocrinology 137:780-785. 1996.
    7 Fuchs AR, Fuchs F, Husslein P, Soloff MS. Oxytocin receptors in the human uterus during pregnancy and parturition. Am J Obstet Gynecol 1984 Nov 15;150(6):734-41.
    8 Chwalisz, K, Fahrenholz, F, Hackenberg, M., Garfield, R., Elger, W. The progesterone antagonist onapristone increases the effectiveness of oxytocin to produce delivery without changing the myometrial oxytocin receptor concentrations. Am J Obstet Gynecol 1991; 165: 1760-70.
    9 Grazzini E, Guillon G, Mouillac B, Zingg HH. Inhibition of oxytocin receptor function by direct binding of progesterone. Nature. 1998 Apr 2;392(6675):509-12.
    10 Zingg HH, Grazzini E, Breton C, Larcher A, Rozen F, Russo C, Guillon G, Mouillac B. Genomic and non-genomic mechanisms of oxytocin receptor regulation. Adv Exp Med Biol 1998;449:287-95.
    11 AAFP Policy Statement on Breastfeeding can found at http://www.aafp.org/x6633.xml; the selected quote is from the sub-heading “Nursing Beyond Infancy.”
    12 Ruth Lawrence, M.D. in Breastfeeding: A Guide for the Medical Profession, 5th edition. Mosby. St. Louis. 1999. p. 671.

    Vertaald door Janet Komduur.
    Bron: http://www.attachmentparenting.org/support/articles/artnewlook.php
    Met toestemming van de auteur overgenomen en vertaald.

    Eerder verschenen in Nieuwsbrief natuurlijk Ouderschap nr 16, 2006 onder de titel “Een nieuwe kijk op de veiligheid van borstvoeding geven tijdens zwangerschap”

  • Kinderboek: Een baby’tje op komst

    Een baby’tje op komst: een leuk voorleesboek voor broertjes en zusjes van William & Martha Sears en Christie Watts Kelly

    Recensie door Caroline Buset

    “Een baby’tje op komst” is een voorleesboek voor kleuters die een broertje of zusje verwachten. Wat het boekje leuk, en anders dan de andere, maakt, is dat er (eindelijk eens) een borstgevoede baby getoond wordt, een baby in een draagzak en een baby’tje dat bij de ouders in de kamer slaapt.

    Het boek begint bij de zwangerschap: “Wanneer er een baby’tje in mama’s buik groeit, is die dikke buik niet het enige dat verandert en groeit. Jijzelf groeit ook: je wordt nu een grote broer of grote zus.” Er wordt heel lang over de zwangerschap doorgegaan: de veranderingen in huis, wat mama allemaal voelt (reuzenhonger, misselijkheid, vermoeidheid, pijnlijke voeten,…) en dat wordt verteld en uitgelegd vanuit het standpunt van de kleuter. Er zijn heel veel duidelijke tekeningen. Naar mijn idee wordt er wat te veel doorgeboomd over die zwangerschap. Soms wordt de raad gegeven om aan kleine kinderen nog niet te vroeg te gaan vertellen dat er nog een kindje komt, omdat negen maanden voor kinderen van die leeftijd te lang is om te kunnen bevatten. Dan denk ik dat op het moment dat je kind op de hoogte is van je zwangerschap (en erin geïnteresseerd raakt), die dingen al achter de rug zijn, en misschien wel aan de aandacht van je kind zijn ontsnapt.

    De bevalling wordt kort besproken, weeral vanuit het standpunt van de kleuter. Positief is dat er vermeld wordt dat een baby ook gewoon thuis kan geboren worden. “Wanneer mama meer en meer weeën krijgt, dus wanneer haar buik zich meer en meer gaat samentrekken, is het tijd voor papa en mama om de baby geboren te laten worden. Dat kan thuis of in het ziekenhuis. Een dokter of vroedvrouw zal je mama helpen, want het is een zware klus voor mama!” Voor de rest wordt er over de bevalling vooral verteld wat je als kleuter allemaal kan doen terwijl je mama aan het bevallen is (en jij dus bij iemand logeert).
    En dan is de baby er, eindelijk. Zoals verwacht van een boekje van de hand van Sears, krijgt het baby’tje de borst op de tekening, maar toch wordt er in de tekst vermeld: “Ze drinken melk uit een flesje of uit mama’s borsten!”, wat ik een beetje ontgoochelend vond. (Enkele pagina’s later is het flesje ook te zien, als de kleuter het kleine baby’tje een flesje geeft.) Het kindje wordt gedragen in een sling (komt in verschillende tekeningen terug), wat natuurlijk erg leuk is. Ook wordt verteld dat een klein kindje bij mama en papa slaapt, en er wordt uitgelegd waarom het nodig is om een baby’tje te dragen en ’s nachts bij je te nemen: “…toen hij in mama’s buik zat, hoorde hij steeds haar hart kloppen. Nu voelt hij zich verschrikkelijk alleen wanneer hij mama’s hart niet meer hoort.”
    Op een tekening zie je dat het baby’tje in een co-sleeper slaapt naast het bed van de ouders. Het is natuurlijk leuk om in een kinderboekje eens een kindje te zien dat niet in een wiegje in een kinderkamertje ligt, maar ik vind het jammer dat het kindje niet echt “dicht bij mama en papa” (zoals de tekst erboven vermeldt) ligt, en dat er al helemaal geen spoor is van andere kindjes in de kamer (hoewel er in het verhaal nog andere kleine kindjes rondlopen). Meer nog: er staat zelfs “net zoals jij toen jij een baby was”. Dan denk ik: “Is dat hier Sears aan het woord?”

    Het verhaal gaat nog verder over het leven met een kleine baby.
    Het boek eindigt met enkele “tips voor de ouders”. Dan hebben ze het even kort over het gebruiken van de woorden “grote broer/zus”, het opbouwen van een hechte band met de baby en de angst om daarbij de gevoelens van je oudere kind te kwetsen, mogelijke ‘negatieve’ gevoelens van oudere kinderen naar de baby toe, en hoe daarmee om te gaan, enzovoort.

    Ik ben heel blij met het boekje. (Ik heb het zelfs direct besteld toen ik hoorde dat Sears een voorleesboekje over het krijgen van een klein broertje/zusje had geschreven.) Het is leuk dat er nu eindelijk eens een boekje voor kinderen is waar kindjes getoond worden aan de borst en in de draagdoek… En het is helemaal fantastisch om te zien dat het boekje echt overal te krijgen is, en dat kleine kindjes op die manier dingen als borstvoeding normaal gaan vinden. Maar toch heb ik soms de indruk dat Sears zich wat ‘ingehouden’ heeft om ouders niet af te schrikken. Misschien moeten we zelf maar eens een ‘honderd procent Attachment Parenting – kinderboekje’ schrijven…?

    Babytje Op Komst: een leuk voorleesboek voor broertjes en zusjes – William & Martha Sears

    Te leen uit de bibliotheek van St. APEU

    Boekbespreking eerder verschenen in Nieuwsbrief Natuurlijk Ouderschap nr 13, 2003

  • Een band aangaan met je pasgeboren baby

    Op basis van een artikel door William Sears

    Wat betekent hechting?

    Het woord hechting wordt gebruikt voor de intieme binding tussen ouders en de baby meteen na de geboorte. In 1980 werd het door de wetenschappers Marschall H. Klaus en John H. Kenell onderzocht en beschreven in het boek “Maternal-Infant Bonding”. Ze stelden op wetenschappelijk niveau vast dat het vroege contact van moeder en kind zorgde voor een hechtere binding.

    Hechting is een voortzetting van de relatie die de moeder en het kind vóór de geboorte hadden. De lichamelijke en chemische veranderingen van het lichaam van de moeder en de geboorte bevorderen de hechting. Hechting brengt moeders en baby´s samen. Wetenschappelijke studies zorgden ervoor dat er in ziekenhuizen rooming-in mogelijk werd.

    Hechting is geen alles-of-niets verschijsel. Hechting tijdens deze biologisch gevoelige periode zorgt voor een goede start van de ouder-kind relatie. Maar het is geen garantie dat het altijd een goede hechting is en blijft. De overwaardering van deze hechting bezorgde veel moeders, waarbij door medische redenen het contact direct na de geboorte niet mogelijk was, onnodige schuldgevoelens.

    Wat gebeurt er dan bij baby´s die tijdelijk gescheiden worden van hun moeder, zoals bij keizersnede of vroeggeboorte? Zijn er dan ingrijpende, blijvende gevolgen door het ontbreken van deze vroege contactperiode? Het alles-of-niets principe gaat niet altijd op. Zodra de baby en de moeder weer bij elkaar kunnen zijn en er een hechte band kan ontstaan door de principes van Attachment Parenting, kan de scheiding worden gecompenseerd. Dit hebben we gezien bij adoptieouders, bij hun eerste contact met een één week oude baby, die net zulke intense gevoelens uiten als biologische ouders bij de geboorte.

    Vader-baby hechting

    De meeste onderzoeken naar hechting waren gericht op moeder-baby hechting, de vader werd sporadisch genoemd. De laatste jaren is er ook naar de rol van de vader gekeken. Het is niet alleen belangrijk wat de vader voor de baby doet, maar ook wat de baby voor de vader doet. De hechting met de baby vlak na de geboorte laat de gevoelige kant in de vader ontwaken.

    Vaders worden vaak onhandig genoemd als het gaat om de verzorging van pasgeboren baby´s en tweederangs verzorgers, vooral als de moeder zelf voedt. Maar vaders hebben hun eigen specifieke rol die ook belangrijk is voor de baby.

    Onderzoeken laten zien dat vaders, die de kans hebben gekregen een actieve rol te spelen in de verzorging van de baby, net zulke goede verzorgers werden als de moeder. Ze reageren misschien niet zo snel en automatisch, maar zijn in staat een hechte band op te bouwen met hun pasgeboren kind.

    Zeven tips voor een betere hechting

    1. Stel routine procedures uit
    Vaak doet de verzorgende verpleegster de routine onderzoek en behandeling, . Vraag de verpleegster om deze procedure wat uit te stellen, zodat er meer tijd is voor deze eerste, gevoelige periode.

    2. Blijf bij elkaar
    Vraag je verloskundige of gynaecoloog je baby na de geboorte op je buik of borst te leggen, tenzij er medische redenen zijn waardoor het niet kan.

    3. Laat je kind na de geboorte meteen aan de borst drinken
    De tepelstimulatie zorgt voor de productie van het hormoon oxytocine, wat zorgt voor een snellere samentrekking van de baarmoeder en het eerder stoppen van het postnatale vloeien. Ook zorgt het voor de productie van het hormoon prolactine, dat je capaciteiten als moeder bevordert.

    4. Rooming-in
    Hechting stopt natuurlijk niet na de bevalling. Het maken van visueel, tactiel, auditief, reuk en zuigcontact met je baby zorgt ervoor dat je dit kleine wezentje niet meer wilt laten gaan. Wij adviseren gezonde moeders en gezonde baby´s bij elkaar te blijven tijdens hun verblijf in het ziekenhuis.

    5. Raak je baby aan
    Naast het genieten van je baby streel je hem ook, liggen jullie huid-aan-huid, knuffel je zijn hele lijfje. Het is heerlijk om je baby aan te raken en te strelen, maar het heeft ook medische voordelen. De huid, het grootste orgaan van het menselijk lichaam, heeft veel zenuwuiteinden. Daardoor stimuleer je de ademhaling van de baby als het net geboren is.

    6. Kijk naar je baby
    Je pasgeboren baby ziet het best op een afstand van 20-25 cm, ongeveer de normale afstand van tepel-tot-oog tijdens het voeden. Hou je kind op deze afstand voor je gezicht tijdens de korte periode na de bevalling dat je baby wakker is. Als je in de ogen van je baby kijkt, kan het een waterval van moederlijke emoties losmaken.

    7. Praat met je pasgeboren baby
    Tijdens de eerste uren en dagen na de geboorte zal er een natuurlijke taal ontstaan tussen moeder en baby. Stem-analyses laten een unieke ritmische en aangename stem van de moeder zien.

    Rooming-in versus verzorging door de verpleging

    We zien dat de moeders en baby´s hiervan genieten. Bij volledige rooming-in kun je je moederinstinct oefenen terwijl je hormonen je daarop instellen. In onze en andere tests zien we dat bij volledige rooming-in moeder en baby de volgende voordelen hebben:

    · Rooming-in baby´s lijken tevredener omdat ze maar te maken hebben met één verzorgster/moeder.
    · Volledige rooming-in laat de taken van het verplegend personeel veranderen: ze verzorgen de moeder, waardoor de moeder beter voor de baby kan zorgen.
    · Rooming-in baby´s huilen minder en hebben sneller een regelmatig slaap-waak ritme. Baby´s in een aparte ruimte worden soms rustig gehouden door een radio met het geluid van een kloppend hart.
    · Moeders hebben minder problemen met borstvoeding. Haar melk komt sneller en de baby is sneller tevreden.
    · Rooming-in baby’s hebben minder kans op geelzucht, waarschijnlijk omdat ze meer melk krijgen
    · Rooming-in moeders hebben meer rust. Zo’n moeder is minder bezorgd en maakt zich minder druk om haar baby. De meeste baby´s slapen de eerste dagen heel veel. Het is een bakerpraatje dat de moeders, waarvan de baby door de verpleging wordt verzorgd meer rust krijgt.
    · Rooming-in moeders hebben minder vaak een postnatale depressie.

    Rooming-in is een oplossing voor vrouwen die het moeilijk vinden moeder te worden. Alle baby’s worden geboren met een aantal eigenschappen, hechting bevorderend gedrag genoemd, om de verzorger aan te trekken. Deze kenmerken zijn bijvoorbeeld grote, ronde ogen, ronde wangen en lijfje, de zachte huid, het luide zuchten, de ongelooflijke lekkere geur en misschien het belangrijkste van alles, de vroege communicatie – het huilen en de geluidjes voordat hij begint te huilen.

    Zo werkt het systeem van deze communicatie: Als de baby begint te huilen, worden de emoties van de moeder geactiveerd. Dit is zowel lichamelijk als psychisch. Door het huilen van haar baby voelt de moeder het bloed in haar borsten stromen, gevolgd door de biologische drang de baby te pakken en te voeden. Dit is één van de beste voorbeelden hoe de biologische signalen van de baby het biologisch antwoord van de moeder uitlokt. Er is geen ander signaal ter wereld dat zo´n intens antwoord bij de moeder veroorzaakt als het huilen van de pasgeboren baby. Op geen ander moment in het leven van de baby zal taal de moeder zo sterk stimuleren als nu.

    We kijken even wat er gebeurt als baby en moeder bij elkaar zijn door rooming-in. De baby begint te huilen. Moeder neemt de baby meteen en voedt de baby, omdat ze bij hem is en haar lichaam op de baby reageert. De baby stopt met huilen. Als de baby weer wakker is, kreunt hij en trekt grimassen voordat hij gaat huilen. De moeder reageert weer hetzelfde. Als de baby nu wakker wordt pakt de moeder haar baby al op het moment dat hij begint te kreunen en grimassen trekt en voedt de baby voordat hij begint te huilen. Ze heeft de signalen van de baby leren interpreteren en reageert op de goede manier. Na een tijd oefenen in de ziekenhuisperiode gaan ze naar huis als een goed op elkaar ingespeeld team. Door het huilen worden er bij de moeder hormonen geproduceerd waardoor de melk uit haar borsten kan stromen en moeder en kind in biologische harmonie zijn.

    Nu vergelijken we dat met de situatie waarbij de verpleging voor het kind zorgt. Stel je voor dat de pasgeboren baby in een plastic bedje ligt. Hij wordt wakker, heeft honger en huilt samen met nog twintig andere baby´s in plastic bedjes die allemaal wakker geworden zijn. Een vriendelijke en zorgzame verpleegster hoort het huilen en reageert zo snel haar werk klaar is, maar ze heeft geen biologische binding met de baby die huilt, geen programma die afgestemd is op die specifieke baby, haar hormonen reageren ook niet op babygehuil. De huilende, honger hebbende baby wordt na een tijdje naar de moeder gebracht. Het probleem is dat de baby´s in twee fasen huilen: de eerste geluidjes zorgen voor de hechting, terwijl het gehuil van de tweede fase meer irritant is en eerder afstotend kan werken.

    Van de moeder die de eerste fase van het huilen heeft gemist van dit biologisch drama, omdat ze er niet bij was toen de baby begon te huilen, wordt verwacht dat ze adequaat reageert. Op het moment dat de verpleging de baby naar de moeder brengt, kan hij zelfs gestopt zijn met huilen (terugtrekken van de pijn) of begroet de moeder met intens gejammer omdat hij zo van streek is. De moeder hoort alleen het huilen wat eerder afstoot dan aantrekt. Ook zij wil het kind voeden, maar ze kan hierdoor zo in de war raken dat ze melk niet los kan laten en de baby nog harder begint te huilen. De moeder gaat steeds meer twijfelen aan haar kunnen, de baby blijft misschien nog langer bij de verpleging en moeder krijgt het gevoel dat de “deskundigen” beter voor haar kind kan zorgen dan zij zelf. Deze scheiding leidt tot meer gemiste kansen en verbreekt de binding tussen moeder en baby en ze kennen elkaar niet als ze ontslagen worden uit het ziekenhuis.

    Dit gebeurt niet met de rooming-in baby. Hij wordt wakker in de kamer van de moeder, zijn zachte gejammer voordat hij gaat huilen worden meteen beantwoordt en hij wordt gevoed voordat hij gaat huilen of voordat het huilen afstotend wordt. Dus de moeder en de baby profiteren van deze situatie van rooming-in. Baby´s huilen minder, moeders kunnen beter omgaan met het baby-gehuil en het baby-stress-syndroom (onrust, darmkrampen, onophoudelijk huilen) komt minder voor dan bij baby´s die door de verpleging zijn verzorgd. Een betere term voor rooming-in zou fitting-in kunnen zijn. Door meer bij elkaar te zijn en de communicatie met elkaar te oefenen, kunnen moeder en kind leren hoe ze goed bij elkaar passen en het beste uit elkaar te halen.

    Vertaling en samenvatting door Monique Darda van het artikel
    Bonding with Your Newborn – William Sears, MD

    Eerder verschenen in Neuwsbrief Natuurlijk Ouderschap nr 15, 2005.

    Meer lezen van Dr. Sears?
    Surf naar www.askdrsears.com

  • Het beste is goedkoop

    Weinig personen krijgen zoveel artikelen in één keer als een ongeboren baby. Voordat de baby komt, is er vaak een compleet ingerichte kamer, met speciale meubels. De baby krijgt zijn of haar eigen badsuite met privé bad, de eigen handdoekset, zeepjes, smeersels en andere verzorgingsartikelen. Voor de voedingstijd hebben sommige ouders een sterilisatie eenheid nodig, en flessen en baby-flesvoeding.

    (meer…)

  • De kloof in de heling

    Scott Noelle
    www.scottnoelle.com
    vertaald door Diana Boskma

    De kleine onderzoekskamer in de Planned Parenthood kliniek was te klein voor drie personen. Toch stonden Beth en ik ongemakkelijk tegen de muur terwijl de deur geopend werd en de gynaecologe zich naar binnen wurmde. De stijfheid van haar witte jas was hoorbaar, terwijl ze zich rond de onderzoekstafel manoeuvreerde. Haar manier van spreken was bewust neutraal gehouden toen ze de uitslag vertelde: “De uitslag is positief”.

    (meer…)